Duitse A2 module 1: Reisen: ab ins Unbekannte! (Reizen: op avontuur!)

Dit is leermodule 1 van 6 van onze Duitse A2-leerstof. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Omgaan met veelvoorkomende situaties tijdens het reizen.
  • Het uitdrukken van oorzaak en doel.

Grammatica

A2.1.2: Vergleiche mit „wie“ und „als“ (Vergelijkingen met „wie“ en „als“)

Type: Voegwoord
Hoofdstuk: Urlaubspläne (Vakantieplannen)
Niveau: A2

A2.3.2: Den Zweck ausdrücken mit „damit" und „um … zu" (Doel uitdrukken met „damit" en „um … zu")

Type: Voegwoord
Hoofdstuk: Buche deine Unterkunft. (Boek uw accommodatie)
Niveau: A2

A2.5.2: Der Unterschied zwischen viel und sehr (Het verschil tussen viel en sehr)

Type: Bijwoorden
Hoofdstuk: Ein Transportmittel mieten (Transport huren)
Niveau: A2

A2.6.2: Dativ + Akkusativ: Ich gebe es dem Gast (Dativ + Akkusativ: Ich gebe es dem Gast)

Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: Im Hotel (Op hotel)
Niveau: A2

A2.7.2: Steigerung von Adverbien: schnell, schneller am schnellsten (Vergrotende trap van bijwoorden: snel, sneller, am schnellsten)

Type: Bijwoorden
Hoofdstuk: Als Tourist in der Stadt (Als toerist in de stad)
Niveau: A2

A2.8.2: Relativsätze mit der, die, das (Bijvoeglijke bijzinnen met der, die, das)

Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: Urlaubsdesaster? (Vakantieramp?)
Niveau: A2