„Trotzdem", „dennoch" und „obwohl" werden benutzt um einen Gegensatz auszudrücken.
(
- „Dennoch" und „obwohl" leiden een bijzin in.
- „Trotzdem" leidt een tweede hoofdzins in.
- Ze drukken allemaal een tegenstelling uit.
| Konjunktion (Verbindingswoord) | Formel (Structuur) | Beispiel (Voorbeeld) |
| obwohl (hoewel) | obwohl + (Subjekt) + Objekt + Verb | Ich habe mein Handgepäck gepackt, obwohl es klein ist. (Ik heb mijn handbagage ingepakt, hoewel die klein is.) |
| trotzdem (toch / desondanks) | trotzdem + Verb + Subjekt + Objekt | Das Gepäck ist schwer, trotzdem nehme ich es mit. (De bagage is zwaar, toch neem ik die mee.) |
| dennoch (toch / desalniettemin) | dennoch + Verb + Subjekt + Objekt | Ich habe wenig Platz, dennoch packe ich alles ein. (Ik heb weinig ruimte, toch pak ik alles in.) |
Uitzonderingen!
- „Dennoch" is formeler dan „trotzdem", maar heeft dezelfde betekenis.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Mein Koffer ist schon voll, ___ packe ich noch ein Hemd für das Meeting ein.
Mijn koffer is al vol, ___ pak ik nog een overhemd voor de vergadering in.)2. ___ mein Rucksack sehr schwer ist, nehme ich auch das Firmenlaptop mit.
___ mijn rugzak heel zwaar is, neem ik ook de zakelijke laptop mee.)3. Ich habe schon zwei große Koffer, ___ möchte ich noch ein Handgepäckstück mitnehmen.
Ik heb al twee grote koffers, ___ wil ik nog een stuk handbagage meenemen.)4. Ich habe die Sonnenbrille zu Hause vergessen, ___ sie für die Geschäftsreise wichtig ist.
Ik heb de zonnebril thuis vergeten, ___ die belangrijk is voor de zakenreis.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke groep de grammaticaal juiste zin.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Verbind de zinnen en druk een tegenstelling uit. Gebruik elk van de volgende één keer: „hoewel …“, „desondanks …“ en „toch …“. Let op de juiste woordvolgorde.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleEs regnet, trotzdem gehe ich spazieren.(Het regent, toch ga ik wandelen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIch bin müde, dennoch arbeite ich weiter.(Ik ben moe, maar desalniettemin ga ik door met werken.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIch habe wenig Zeit, trotzdem koche ich heute Abend.(Ik heb weinig tijd, maar toch kook ik vanavond.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleEs ist laut im Büro, dennoch kann ich mich gut konzentrieren.(Het is lawaaierig op kantoor, maar toch kan ik me goed concentreren.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Spreek met z’n tweeën en beslis samen wat je in- of uitpakt.
- Was nehmen Sie auf eine dreitägige Geschäftsreise unbedingt mit und warum? (Wat neemt u zeker mee op een driedaagse zakenreis en waarom?)
- Ihr Koffer ist voll, Sie haben trotzdem etwas Wichtiges vergessen. Was tun Sie? (Uw koffer is vol, maar u bent toch iets belangrijks vergeten. Wat doet u?)
- Das Gepäck ist voll, trotzdem nehme ich die Sonnenbrille mit. (De bagage is vol, toch neem ik de zonnebril mee.)
- Obwohl das Handgepäck klein ist, packe ich den Laptop ein. (Hoewel de handbagage klein is, pak ik de laptop in.)
- Der Rucksack ist fast leer, dennoch habe ich alles Wichtige dabei. (De rugzak is bijna leeg, toch heb ik alles wat belangrijk is bij me.)
- obwohl + Nebensatz (obwohl + Nebensatz)
- trotzdem + Verb + Subjekt (trotzdem + Verb + Subjekt)
- dennoch + Verb + Subjekt (dennoch + Verb + Subjekt)