Adverbien wie „gern, oft, viel" zeigen Vorlieben oder Häufigkeit an und können gesteigert werden.
(Bijwoorden zoals
| Adverb (bijwoord) | Komparativ (vergrotende trap) | Superlativ (overtreffende trap) |
|---|---|---|
| schnell (snel) | schneller (sneller) | am schnellsten (het snelst) |
| oft (vaak) | öfter (vaker) | am häufigsten (het vaakst) |
| viel (veel) | mehr (meer) | am meisten (het meest) |
| gern (graag) | lieber (liever) | am liebsten (het liefst) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ich schreibe oft Postkarten, aber im Urlaub schreibe ich noch ___ Postkarten an meine Familie.
Ik schrijf vaak ansichtkaarten, maar op vakantie schrijf ik nog ___ ansichtkaarten naar mijn familie.)2. Viele Touristen besuchen die Altstadt, aber ___ fragen sie nach einem Stadtplan.
Veel toeristen bezoeken de oude binnenstad, maar ___ vragen ze om een plattegrond.)3. Ich besichtige Museen gern, aber meine Freundin besichtigt sie ___.
Ik bezoek graag musea, maar mijn vriendin bezoekt ze ___.)4. Ich kaufe hier viel, aber meine Frau kauft ___ Souvenirs in der Altstadt.
Ik koop hier veel, maar mijn vrouw koopt ___ souvenirs in de oude binnenstad.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke zin de grammaticaal juiste trap van vergelijking van het bijwoord.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen en gebruik daarbij de vergrotende of overtreffende trap van de bijwoorden gern, oft, viel of schnell, zoals aangegeven tussen haakjes.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleIch trinke lieber Tee als Kaffee.(Ik drink liever thee dan koffie.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWir treffen unsere Kollegen öfter im Büro.(We ontmoeten onze collega’s vaker op kantoor.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleAm schnellsten fahre ich mit dem Fahrrad zur Arbeit.(Het snelst ga ik met de fiets naar mijn werk.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleEr arbeitet viel und lernt noch mehr Deutsch.(Hij werkt veel en leert nog meer Duits.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Met z’n tweeën: Vergelijk plekken en bepaal de beste stadswandeling.
- Welche Attraktion besucht du gern, lieber oder am liebsten? Warum? (Welke bezienswaardigheid bezoek je graag, liever of het liefst? Waarom?)
- Welche Wege gehst du schnell, schneller oder am schnellsten, um Zeit zu sparen? (Welke routes loop je snel, sneller of het snelst om tijd te besparen?)
- die Altstadt (de binnenstad)
- die Information (de informatiebalie)
- ein Souvenir kaufen / eine Postkarte schreiben (een souvenir kopen / een ansichtkaart schrijven)
- gern – lieber – am liebsten (gern – lieber – am liebsten)
- schnell – schneller – am schnellsten (schnell – schneller – am schnellsten)