„Viel“ und „sehr“ sind Wörter, die in verschiedenen Kontexten verwendet werden, um Menge oder Intensität auszudrücken.

(„Viel“ en „sehr“ zijn woorden die in verschillende contexten worden gebruikt om hoeveelheid of intensiteit uit te drukken.)

Overzicht: wanneer gebruik je viel, viele en sehr?

In dit hoofdstuk gaat het om drie kleine, maar belangrijke woorden:

  • viel – veel (bij niet-telbare dingen)
  • viele – veel (bij telbare dingen in het meervoud)
  • sehr – zeer / erg (versterkt een eigenschap of een bijwoord)

Als je het verschil snapt, kun je spontaan zeggen hoeveel er is en hoe sterk iets is.

Stap 1 – Denk eerst: is het telbaar of niet-telbaar?

Bij Substantiven (zelfstandige naamwoorden) kies je tussen viel en viele.

  • viel + niet-telbaar zelfstandig naamwoord (Singular)
  • viele + telbaar zelfstandig naamwoord (Plural)
niet-telbaar
(je telt het normaal niet: geen 1 water, 2 water …)
  • das Geld → viel Geld
  • die Zeit → viel Zeit
  • der Verkehr → viel Verkehr
  • die Arbeit → viel Arbeit
  • das Wasser → viel Wasser
telbaar (meervoud)
(je kunt 1, 2, 3 … tellen)
  • der Wagen → die Wagen → viele Wagen
  • der Computer → die Computer → viele Computer
  • die E-Mail → die E-Mails → viele E-Mails
  • der Kunde → die Kunden → viele Kunden

Stappenplan in je hoofd:

  1. Kijk naar het zelfstandig naamwoord (Geld, Autos, Zeit, Kunden …).
  2. Vraag: kan ik het één voor één tellen (1, 2, 3 …)?
  3. Zo ja → gebruik viele + meervoud.
    Zo nee → gebruik viel + enkelvoud.

Mini-check

  • „Ich habe … Geld.“ → geld is niet-telbaar → viel Geld
  • „Ich habe … Kunden.“ → klanten kun je tellen → viele Kunden

Stap 2 – Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord? Dan altijd sehr

Als je een eigenschap wilt versterken, gebruik je in het Duits sehr.

  • sehr + Adjektiv (bijvoeglijk naamwoord)
  • sehr + Adverb (bijwoord)
Adjektiv
(zegt iets over een zelfstandig naamwoord)
  • Der Mietwagen ist sehr teuer.
  • Die Kaution ist sehr hoch.
  • Die Versicherung ist sehr wichtig.
Adverb
(zegt iets over een werkwoord)
  • Er fährt sehr langsam.
  • Sie arbeitet sehr schnell.

Belangrijke regel:

  • sehr Geld, sehr Zeitfout, want hier gaat het om een hoeveelheid, niet om een eigenschap.
  • Je gebruikt sehr niet direct vóór een zelfstandig naamwoord.

Stap 3 – Het grote verschil: hoeveel of hoe sterk?

Een handige vraag om jezelf te stellen:

  • Wil ik zeggen hoeveel er is? → viel / viele
  • Wil ik zeggen hoe sterk iets is? → sehr
Hoeveel?
  • Ich habe viel Arbeit. (hoeveel werk?)
  • Ich habe viele E-Mails. (hoeveel e-mails?)
  • Wir haben viel Zeit. (hoeveel tijd?)
Hoe sterk?
  • Die Arbeit ist sehr anstrengend. (hoe anstrengend?)
  • Die E-Mails sind sehr wichtig. (hoe belangrijk?)
  • Der Scooter ist sehr langsam. (hoe langzaam?)

Stap 4 – De combinatie sehr viel

Soms wil je én een hoeveelheid noemen én die extra sterk maken.

  • sehr viel + niet-telbaar zelfstandig naamwoord
  • sehr viele + telbaar meervoud (komt iets minder in deze module voor, maar is wél correct)
sehr viel
  • Ich habe heute sehr viel Arbeit.
  • In der Stadt gibt es sehr viel Verkehr.
  • Wir brauchen sehr viel Zeit.
sehr viele
  • Die Firma hat sehr viele Kunden.
  • Er bekommt sehr viele E-Mails pro Tag.

Let op: je zegt dus:

  • sehr viel Geld, maar sehr Geld is fout.
  • sehr viele Autos, maar sehr Autos is fout.

Stap 5 – Typische fouten voor Nederlandstaligen

In het Nederlands zeg je vaak „heel veel”, „erg veel”, „veel te duur”. In het Duits werkt dat net anders. Let vooral hierop:

  • Geen viel + Adjektiv
    • Der Mietwagen ist viel teuer.
    • Der Mietwagen ist sehr teuer. ✓
  • Geen sehr + Substantiv
    • Ich habe sehr Arbeit.
    • Ich habe viel Arbeit. ✓
    • Ich habe sehr viel Arbeit. ✓ (extra sterk)
  • „viel Versicherung” alleen in een goede context
    • Wir haben viel Versicherungsschutz. ✓ (veel dekking)
    • Der Mietwagen ist viel Versicherung. ✗ (zin klopt inhoudelijk niet)

Snelle zelfcheck: kan ik het juist kiezen?

Controleer bij elke zin met een van deze korte vragen:

  1. Staat mijn woord vóór een zelfstandig naamwoord?
    • Ja → ga naar vraag 2.
    • Nee → waarschijnlijk gaat het om een Adjektiv/Adverb → gebruik sehr.
  2. Is het zelfstandig naamwoord telbaar of niet-telbaar?
    • Niet-telbaar → viel (eventueel sehr viel)
    • Telbaar, meervoud → viele (eventueel sehr viele)

Voorbeelden met de checklist

  • „Die Versicherung ist … teuer.”
    • Staat het vóór een zelfstandig naamwoord? → nee, vóór „teuer” (Adjektiv).
    • Dus: sehr teuer.
  • „Wir haben … Zeit.”
    • Vóór een zelfstandig naamwoord? → ja, „Zeit”.
    • Telbaar? → nee, tijd is niet-telbaar.
    • Dus: viel Zeit of sehr viel Zeit.
  • „Es gibt … Mietwagen im Parkhaus.”
    • Vóór een zelfstandig naamwoord? → ja, „Mietwagen”.
    • Telbaar? → ja, 1, 2, 3 Mietwagen.
    • Dus: viele Mietwagen of sehr viele Mietwagen.

Wat moet je vooral onthouden?

  • viel + niet-telbaar zelfstandig naamwoord: viel Geld, viel Zeit.
  • viele + telbaar meervoud: viele Autos, viele Kunden.
  • sehr + Adjektiv/Adverb: sehr teuer, sehr wichtig, sehr langsam.
  • sehr viel / sehr viele = sterke hoeveelheid: sehr viel Arbeit, sehr viele E-Mails.
  • Nooit: sehr Geld, sehr Zeit, viel teuer.

Als je bij elke zin eerst denkt: „Praat ik over hoeveel of over hoe sterk?”, kies je bijna altijd de juiste vorm.

  1. „Sehr“ is een bijwoord dat iets sterker maakt, zoals in „sehr schön“.
  2. „Viel“ wordt gebruikt om een grote hoeveelheid of een groot aantal te beschrijven, zoals in „viel Wasser“ of „viel Arbeit“.
  3. exceptions
Verwendung (Gebruik)Beispiel (Voorbeeld)
viel + unzählbar (viel + ontelbaar)Ich habe viel Geld für die Versicherung. (Ik heb veel geld voor de verzekering.)
viele + zählbar (viele + telbaar)Sie zeigt viele Mietwagen im Parkhaus. (Zij laat veel huurauto’s in de parkeergarage zien.)
sehr + Adjektiv/Adverb (sehr + bijvoeglijk naamwoord/bijwoord)Der Mietwagen ist sehr teuer. (De huurauto is heel duur.)

Uitzonderingen!

  1. „sehr" staat niet voor zelfstandige naamwoorden.
  2. „viel" staat niet voor bijwoorden/bijvoeglijke naamwoorden.
  3. „sehr" en „viel" kunnen ook gecombineerd worden tot „sehr viel" als hoeveelheidsaanduiding vóór zelfstandige naamwoorden.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Für den Mietwagen brauchen wir ___ Daten von Ihrer Kreditkarte.

Voor de huurauto hebben we ___ gegevens van uw creditcard nodig.)

2. Ich habe ___ Gepäck, deshalb nehme ich keinen Motorroller, sondern einen Mietwagen.

Ik heb ___ bagage, daarom neem ik geen brommer maar een huurauto.)

3. Die Versicherung für Sportwagen ist ___ teuer, aber Sie haben bei diesem Vertrag viel Schutz.

De verzekering voor sportauto's is ___ duur, maar u heeft bij dit contract veel dekking.)

4. Ich fahre ___ mit dem Mietwagen, deshalb ist eine gute Versicherung für mich wichtig.

Ik rijd ___ met de huurauto, daarom is een goede verzekering voor mij belangrijk.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies in elke zin de grammaticaal juiste optie.

1.
'Heel' gebruikt men niet op die manier vóór zelfstandige naamwoorden; 'heel werk' is grammaticaal onjuist.
Hier ontbreekt de versterking; 'veel werk' is mogelijk, maar in de context van 'vandaag' klinkt vaak 'heel veel werk' natuurlijker.
2.
'Veel te duur' komt wel voor in het Nederlands als vaste combinatie, maar in deze oefening is de bedoeling om het onderscheid tussen 'veel' en versterkers zoals 'erg' of 'heel' te laten zien.
Deze woordcombinatie is onjuist: 'veel' past hier niet vóór 'verzekering' in deze context en de zinsbouw klopt niet.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen. Gebruik correct: viel, viele, sehr of sehr viel (let op telbare/onmeetbare zelfstandige naamwoorden en op bijvoeglijke naamwoorden).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (viel) Ich habe Arbeit.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ich habe viel Arbeit.
    (Ik heb veel werk.)
  2. Hint Hint (viele) Im Büro gibt es Computer.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Im Büro gibt es viele Computer.
    (Op kantoor zijn er veel computers.)
  3. Hint Hint (sehr) Der neue Kollege ist freundlich.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Der neue Kollege ist sehr freundlich.
    (De nieuwe collega is heel vriendelijk.)
  4. Hint Hint (sehr viel) In der Stadt gibt es Verkehr.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    In der Stadt gibt es sehr viel Verkehr.
    (In de stad is er veel verkeer.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Voer met z’n tweeën een adviesgesprek over de beste huuroptie.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Sie sind im Urlaub in Deutschland und möchten ein Fahrzeug mieten.
(U bent op vakantie in Duitsland en wilt een voertuig huren.)

Bespreek
  • Welches Fahrzeug möchten Sie mieten und warum? Beschreiben Sie Ausstattung und Nutzung. (Welk voertuig wilt u huren en waarom? Beschrijf uitrusting en gebruik.)
  • Brauchen Sie viel Versicherungsschutz oder nur sehr wenig? Begründen Sie Ihre Wahl (Preis, Risiko, Dauer). (Heeft u veel verzekeringsdekking nodig of juist heel weinig? Licht uw keuze toe (prijs, risico, duur).)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Der Mietwagen (de huurauto)
  • Die Versicherung (de verzekering)
  • Die Kreditkarte für die Kaution (de creditcard voor de borg)

Gebruik in gesprek
  • viel/viele + Nomen (veel + zelfstandig naamwoord)
  • sehr + Adjektiv/Adverb (zeer + bijvoeglijk naamwoord/ bijwoord)
  • sehr viel + Nomen (zeer veel + zelfstandig naamwoord)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 06/03/2026 01:30