Het doel uitdrukken met „damit” en „um … zu”

Den Zweck ausdrücken mit „damit" und „um … zu"


Mit den Ausdrücken „damit" und „um ... zu" werden Sätze verbunden, um ein Ziel oder eine Absicht auszudrücken.

(Met de uitdrukkingen „damit" en „um ... zu" worden zinnen verbonden om een doel of een bedoeling uit te drukken.)

Waarvoor gebruik je damit en um … zu?

Beide structuren geven een doel / bedoeling aan en beantwoorden meestal:

  • Warum? (waarom?)
  • Wozu? (waarvoor?)

Denk in het Nederlands aan: zodat / om te.

Snel kiezen: dezelfde persoon of niet?

Situatie Kies Typisch Nederlands
Het doel hoort bij dezelfde persoon als in de hoofdzin um … zu + infinitief om … te
Het doel hoort bij iemand anders (of je wilt het expliciet noemen) damit + bijzin zodat

um … zu: vorm en valkuilen

  • Geen eigen onderwerp in het um-deel.
  • Structuur: …, um + (bijwoord/adjectief) + zu + infinitief.
  • zu staat direct voor het werkwoord (infinitief) en dat werkwoord staat helemaal aan het einde.

Correct

  • Ich reserviere ein Doppelzimmer, um bequem zu schlafen.
  • Ich rufe im Reisebüro an, um die Buchung zu bestätigen.

Typische fouten

  • Ich buche ein Einzelzimmer, um wir Ruhe zu haben.wir kan niet: um … zu heeft geen eigen onderwerp.
  • Wir nehmen ein Hostel, um günstiger übernachten.zu ontbreekt: … um günstiger zu übernachten.

damit: bijzin en woordvolgorde

  • damit introduceert een bijzin (Nebensatz).
  • In een bijzin staat het vervoegde werkwoord op het einde.
  • Je kunt een eigen onderwerp noemen: ich, wir, Sie, die Kinder, …

Correct

  • Ich buche ein Hostel, damit wir günstig übernachten.
  • Wir nehmen Halbpension, damit die Kinder abends etwas Warmes essen können.
  • Ich schicke eine E-Mail, damit Sie das Zimmer reservieren.

Typische fouten

  • Ich schicke eine E-Mail, damit reserviere ich ein Zimmer. → bijzinwoordvolgorde ontbreekt; werkwoord moet naar het einde.
  • Ich buche ein Hostel, damit günstig zu übernachten. → na damit geen zu-infinitief; je hebt een bijzin met onderwerp + vervoegd werkwoord nodig.

Handige zelfcheck (30 seconden)

  1. Stel de vraag: Waarom? / Waarvoor?
  2. Is het onderwerp hetzelfde?
    • Ja → um … zu
    • Nee / ander persoon belangrijk → damit
  3. Controleer de vorm:
    • um … zu → staat zu + infinitief helemaal achteraan?
    • damit → staat het vervoegde werkwoord helemaal achteraan?

Mini-contrast: zelf doen vs. iemand anders

Zelfde onderwerp Ander onderwerp
Ich buche ein Apartment, um in der Nähe vom Büro zu sein. Ich buche ein Apartment, damit wir in der Nähe vom Büro sind.
Ich mache einen Termin, um die Meldebescheinigung zu bekommen. Ich mache einen Termin, damit mein Kollege die Meldebescheinigung bekommt.

Nog een aandachtspunt: stijl

  • um … zu klinkt vaak iets formeler en zie je relatief veel in schriftelijke taal.
  • damit is heel neutraal en handig zodra je een ander onderwerp nodig hebt.
  1. Beide beantwoorden de vraag "Waarom?/ Wozu?".
  2. „Um...zu" is wat formeler of wordt vaker schriftelijk gebruikt.
Konjunktion (Voegwoord)Formel (Formule)Beispiel (Voorbeeld)
damit (zodat)damit + Subjekt + (Adjektiv) + VerbIch buche ein Hostel, damit wir günstig übernachten. (Ik boek een hostel, zodat we goedkoop kunnen overnachten.)
um ... zu (om ... te)um + Adjektiv + zu + VerbIch reserviere ein Doppelzimmer, um bequem zu schlafen. (Ik reserveer een tweepersoonskamer, om comfortabel te slapen.)

Uitzonderingen!

  1. „damit" = bijzin, altijd met het werkwoord op het einde.
  2. „um ... zu" verwijst altijd naar het onderwerp van de hoofdzin.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Ich buche ein Hostel, ___ wir günstig übernachten.

Ik boek een hostel, ___ we goedkoop kunnen overnachten.

2. Ich rufe im Reisebüro an, ___ die Buchung zu bestätigen.

Ik bel het reisbureau ___ de boeking te bevestigen.

3. Wir nehmen Halbpension, damit die Kinder abends etwas Warmes ___.

We nemen halfpension, zodat de kinderen ’s avonds iets warms ___.

4. Ich buche ein Apartment, ___ in der Nähe vom Büro zu sein.

Ik boek een appartement ___ dicht bij het kantoor te zijn.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de grammaticaal juiste zin met ‘damit’ of ‘um … zu’.

1.
‘Um … zu’ heeft geen eigen onderwerp – het moet verwijzen naar het onderwerp van de hoofdzin; daarom is ‘wij’ hier fout.
Na ‘damit’ volgt een bijzin met een vervoegd werkwoord aan het einde, niet een infinitief met ‘zu’.
2.
Fout: na ‘um’ staat geen ‘dass’-zin; correct zou zijn: ‘um … zu buchen’.
Na ‘damit’ moet het werkwoord vervoegd zijn en aan het einde van de zin staan: ‘… damit ich das Frühstück buche.’

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Verbind de twee zinnen tot één zin en druk een doel of intentie uit: gebruik ofwel „damit” (bijzin, werkwoord aan het einde) of „um ... zu” (als het onderwerp van de hoofdzins hetzelfde blijft).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (damit) Ich mache einen Termin beim Bürgeramt. Ich bekomme eine Meldebescheinigung.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich mache einen Termin beim Bürgeramt, damit ich eine Meldebescheinigung bekomme.
    (Ik maak een afspraak bij het gemeentehuis, zodat ik een bewijs van inschrijving krijg.)
  2. Hint Hint (damit) Wir kaufen eine Monatskarte. Wir fahren jeden Tag günstiger zur Arbeit.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wir kaufen eine Monatskarte, damit wir jeden Tag günstiger zur Arbeit fahren.
    (We kopen een maandkaart, zodat we elke dag goedkoper naar het werk reizen.)
  3. Hint Hint (um ... zu) Ich stelle den Wecker. Ich stehe morgen früh auf.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ich stelle den Wecker, um morgen früh aufzustehen.
    (Ik zet de wekker om morgen vroeg op te staan.)
  4. Hint Hint (um ... zu) Sie macht einen Deutschkurs. Sie kann im Büro besser telefonieren.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Sie macht einen Deutschkurs, um im Büro besser telefonieren zu können.
    (Ze volgt een cursus Duits om op kantoor beter te kunnen telefoneren.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek het met je partner en maak samen een boekingsbeslissing met motivering.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Du planst eine Dienstreise nach Berlin und brauchst eine passende Unterkunft.
(Je plant een zakenreis naar Berlijn en je hebt een geschikte accommodatie nodig.)

Bespreek
  • Welche Unterkunft ist für die Dienstreise am besten geeignet und warum? (Welke accommodatie is het meest geschikt voor de zakenreis en waarom?)
  • Was buchst du (Doppelzimmer, Halbpension oder Vollpension) und wozu?','Welche Informationen möchtest du vom Reisebüro bestätigen, damit alles sicher ist?','Wie organisierst du das Übernachten, damit ihr günstig und ruhig schlafen könnt?' (Wat boek je (tweepersoonskamer, halfpension of volpension) en waarvoor?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ich buche ein Apartment, damit ich mehr Ruhe habe. (Ik boek een appartement, zodat ik meer rust heb.)
  • Ich nehme ein Doppelzimmer, um besser zu schlafen. (Ik neem een tweepersoonskamer om beter te slapen.)
  • Wir buchen Halbpension, damit wir abends nicht lange nach Restaurants suchen müssen. (Wij boeken halfpension, zodat we ’s avonds niet lang naar restaurants hoeven te zoeken.)

Gebruik in gesprek
  • damit + Nebensatz (Verb am Ende) (zodat + bijzin (werkwoord aan het einde))
  • um ... zu + Infinitiv (om ... te + infinitief)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Louis Fernando Hess

Bachelor of Science - Interculturele Business Psychologie

Hamm-Lippstadt University of Applied Sciences

University_Logo

Duitsland


Laatst bijgewerkt:

woensdag, 15/04/2026 13:29