A2.1 - Vakantieplannen
Haal je boekBeschreibe verschiedene Arten von Urlaub und Aktivitäten.
Diskutieren Sie die Verkehrsmittel, die benutzt werden, um Ihr Reiseziel zu erreichen.
Kennen Sie gängige Urlaubsziele in Ihrem Gastland.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Twee toeristen ontmoeten elkaar in de trein en praten over hun reisplannen in Duitsland.
De vergelijkende voegwoorden „wie" en „dan" worden gebruikt om gelijkheid/ongelijkheid uit te drukken.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.