A2.5: Transport huren

Mieten Sie Ihr Transportmittel

Deze les leert je praktische gesprekken voor het huren van fietsen, auto's en scooters, met kernwoorden als "mieten" (huren), "Versicherung" (verzekering) en "Kaution" (borg). Je oefent ook belangrijke werkwoorden zoals "leihen" (lenen) en "zurückgeben" (teruggeven).

Woordenschat (9)

 Der Mietwagen: De huurauto (Duits)

Der Mietwagen

Show

De huurauto Show

 Der Vertrag: Het contract (Duits)

Der Vertrag

Show

Het contract Show

 Der Motorroller: de scooter (Duits)

Der Motorroller

Show

De scooter Show

 Der Führerschein: Het rijbewijs (Duits)

Der Führerschein

Show

Het rijbewijs Show

 Die Kreditkarte: de creditcard (Duits)

Die Kreditkarte

Show

De creditcard Show

 Das Formular: Het formulier (Duits)

Das Formular

Show

Het formulier Show

 Die Versicherung: De verzekering (Duits)

Die Versicherung

Show

De verzekering Show

 Leihen (lenen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leihen

Show

Lenen Show

 Zurückgeben (teruggeven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Zurückgeben

Show

Teruggeven Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Übung 1: Gespreksoefening

Anleitung:

  1. Beschrijf de situatie in elke afbeelding. (Beschrijf de situatie op elke afbeelding.)
  2. Simuleer een gesprek tussen het autoverhuurbedrijf en de klant. (Simuleer een gesprek tussen het autoverhuurbedrijf en de klant.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Kannst du das Auto online reservieren?

Kun je de auto online reserveren?

Können Sie mir Ihren Führerschein geben?

Kunt u mij uw rijbewijs geven?

Das Auto ist kaputt.

De auto is kapot.

Ich möchte ein Auto mieten.

Ik wil graag een auto huren.

Wann muss das Auto zurückgegeben werden?

Wanneer moet de auto worden teruggebracht?

Gibt es Pannenhilfe?

Is er pechhulp?

Wie hoch ist die Kaution?

Hoeveel is de borg?

...

Oefening 2: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ich _____ heute einen Motorroller für die Fahrt im Stadtzentrum.

(Ik _____ vandaag een scooter voor de rit in het stadscentrum.)

2. Hast du den Mietwagen schon _____?

(Heb je de huurauto al _____?)

3. Wir _____ den Vertrag morgen im Verleihbüro zurück.

(Wij _____ het contract morgen bij het verhuurkantoor terug.)

4. Er _____ die Versicherung für den Mietwagen abgeschlossen.

(Hij _____ de verzekering voor de huurauto afgesloten.)

Oefening 4: Een vervoermiddel huren

Instructie:

Am Montag (Leihen - Präsens) ich mir einen Motorroller bei einer kleinen Firma in der Stadt. Vorher (Zeigen - Präsens) ich meinen Führerschein und (Unterschreiben - Präsens) den Vertrag. Die Mitarbeiterin (Fragen - Präsens) mich nach der Versicherung. Ich (Sagen - Präsens) ihr, dass ich eine Kreditkarte habe. Am Samstag (Haben - Perfekt) ich den Motorroller (Zurückgeben - Perfekt) . Die Mitarbeiterin (Haben - Perfekt) den Motorroller geprüft und mir das Formular (Geben - Perfekt) als Beleg.


Op maandag leen ik een bromfiets van een klein bedrijf in de stad. Eerst toon ik mijn rijbewijs en onderteken ik het contract. De medewerkster vraagt mij naar de verzekering. Ik zeg haar dat ik een creditcard heb. Op zaterdag heb ik de bromfiets teruggebracht . De medewerkster heeft de bromfiets gecontroleerd en mij het formulier gegeven als bewijs.

Werkwoordschema's

Leihen - Leihen

Präsens

  • ich leihe
  • du leihst
  • er/sie/es leiht
  • wir leihen
  • ihr leiht
  • sie/Sie leihen

Zeigen - Zeigen

Präsens

  • ich zeige
  • du zeigst
  • er/sie/es zeigt
  • wir zeigen
  • ihr zeigt
  • sie/Sie zeigen

Unterschreiben - Unterschreiben

Präsens

  • ich unterschreibe
  • du unterschreibst
  • er/sie/es unterschreibt
  • wir unterschreiben
  • ihr unterschreibt
  • sie/Sie unterschreiben

Fragen - Fragen

Präsens

  • ich frage
  • du fragst
  • er/sie/es fragt
  • wir fragen
  • ihr fragt
  • sie/Sie fragen

Sagen - Sagen

Präsens

  • ich sage
  • du sagst
  • er/sie/es sagt
  • wir sagen
  • ihr sagt
  • sie/Sie sagen

Zurückgeben - Zurückgeben

Perfekt

  • ich habe zurückgegeben
  • du hast zurückgegeben
  • er/sie/es hat zurückgegeben
  • wir haben zurückgegeben
  • ihr habt zurückgegeben
  • sie/Sie haben zurückgegeben

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Leihen lenen

Präsens

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Leihen lenen

Perfekt

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zurückgeben teruggeven

Präsens

Duits Nederlands

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Lesoverzicht: Vervoer huren in het Duits

In deze les leer je hoe je gesprekken voert over het huren van verschillende vervoermiddelen zoals een fiets, een auto of een motorroller. Je oefent belangrijke dialogen bij de balie, bij het ophalen en terugbrengen van het voertuig, en maakt kennis met relevante woorden en zinnen die je helpen bij het regelen van verzekering, borg en verhuurvoorwaarden.

Belangrijke gesprekssituaties

  • Fahrrad mieten: Leer hoe je een fiets huurt voor een dag en vraagt naar extra verzekering en de kosten daarvan. Voorbeeldzinnen zoals "Guten Tag, ich möchte gern heute ein Fahrrad mieten." en "Möchten Sie eine Versicherung dazu buchen?" helpen je op weg.
  • Auto reservieren: Oefen het reserveren van een auto, inclusief het bespreken van het model, verzekeringstypes zoals Vollkasko zonder Selbstbeteiligung, en het regelen van de borg (Kaution). Bijvoorbeeld: "Wie hoch ist die Kaution?" en "Die Kaution beträgt 300 Euro."
  • Fahrzeug abholen und zurückgeben: Leer hoe je een voertuig afhaalt, de staat controleert en het weer terugbrengt zonder problemen. Zinnen zoals "Bitte überprüfen Sie den Zustand vor der Fahrt." en "Danke, die Kaution wird Ihnen gleich zurückgezahlt." zijn hier nuttig.

Belangrijke woorden en uitdrukkingen

  • mieten (huren)
  • Versicherung (verzekering)
  • Kaution (borg)
  • Schlüssel (sleutel)
  • Führerschein (rijbewijs)
  • Vollkasko (volledige verzekering zonder eigen risico)

Werkwoordentraining

Je oefent de vervoeging van belangrijke werkwoorden die met huren te maken hebben, zoals leihen, zeigen, unterschreiben, fragen, sagen en zurückgeben. Dit helpt je om correct zinnen te formuleren, bijvoorbeeld Ich leihe heute einen Motorroller of Wir geben den Vertrag morgen zurück.

Mini-verhaal: Praktische toepassing

Het mini-verhaal beschrijft een realistische situatie waarin je een motorroller huurt. Je ziet welke stappen belangrijk zijn: rijbewijs tonen, contract tekenen, verzekering bespreken en het voertuig weer terugbrengen. Dit verhaal verdiept je begrip van de woordenschat en grammatica in context.

Verklaring van verschillen en nuttige vergelijkingen met het Nederlands

In het Duits zijn zelfstandige naamwoorden altijd met een hoofdletter geschreven, bijvoorbeeld die Versicherung (= verzekering). Dit verschilt van het Nederlands, waar alleen eigennamen en het begin van zinnen met hoofdletters worden geschreven. Daarnaast kent het Duits vaak meerdere vormen voor 'verzekering', zoals die Vollkasko (een specifieke autoverzekering), terwijl in het Nederlands meestal één woord wordt gebruikt.

Een nuttige uitdrukking in het Duits is "Möchten Sie eine Versicherung dazu buchen?" Dit betekent letterlijk "Wilt u een verzekering erbij boeken?" In het Nederlands zeggen we vaak "Wilt u een verzekering afsluiten?" of "Wilt u een verzekering erbij nemen?".

Ook het woord Kaution betekent borg, maar let op dat in het Duits de borg vaak contant of via creditcard wordt geregeld, terwijl er in Nederland ook vaak via andere methoden wordt gewerkt.

Enkele nuttige Duitse woorden met hun Nederlandse betekenis:

  • der Schlüssel – de sleutel
  • der Ausweis / Personalausweis – het legitimatiebewijs / identiteitskaart
  • der Vertrag – het contract
  • zurückgeben – teruggeven

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏