Woordenschat (26)

De uitnodiging (sturen/ontvangen) Show

De uitnodiging (sturen/ontvangen) Show

De gastheer / De gastvrouw Show

De gastheer / de gastvrouw Show

De gastlijst Show

De gastenlijst Show

De locatie bevestigen Show

De locatie bevestigen Show

De reservering maken Show

De reservering maken Show

De feestdag Show

De feestdag Show

Het feestprogramma Show

Het feestprogramma Show

De traditie Show

De traditie Show

Familiebijeenkomst Show

Familiebijeenkomst Show

Samen eten / Mee-eten Show

Samen eten / mee-eten Show

Een toost uitbrengen Show

Een toost uitbrengen Show

Een verrassing organiseren Show

Een verrassing organiseren Show

Een activiteit organiseren Show

Een activiteit organiseren Show

Een afspraak vastleggen Show

Afspraken vastleggen Show

Aangeven (voorkeur / dieet aangeven) Show

Aangeven (voorkeur / dieet aangeven) Show

Aankondigen (een evenement aankondigen) Show

Aankondigen (een evenement aankondigen) Show

Afzeggen (iemand afzeggen / zich afmelden) Show

Afzeggen (iemand afzeggen / zich afmelden) Show

Laten weten (iemand laten weten of je komt) Show

Iemand laten weten of je komt Show

Komen opdagen / Niet komen opdagen Show

Komen opdagen / niet komen opdagen Show

Kleine praatjes maken (smalltalk) Show

Kleine praatjes maken (smalltalk) Show

Oogcontact maken / Een gesprek starten Show

Oogcontact maken / een gesprek starten Show

Het onderwerp van gesprek Show

Het gespreksonderwerp Show

Samen herinneringen ophalen Show

Samen herinneringen ophalen Show

Samenzijn plannen Show

Samenzijn plannen Show

Gedeelde verantwoordelijkheid nemen Show

Gedeelde verantwoordelijkheid nemen Show

De vakantieplanning Show

De vakantieplanning Show