Verpleegkunde 5 - Vergaderingen en rollen
Vergaderingen en rollen
2. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Verslag van een multidisciplinaire teamvergadering
Woorden om te gebruiken: psycholoog, maatschappelijk, fysiotherapeut, verpleegkundige, werker, zorgplan, rolverdeling, leidinggevende, arts, teamvergadering, casemanager, multidisciplinaire
(Verslag van een multidisciplinaire teamvergadering)
Elke maandag is er een op de afdeling geriatrie. De bespreekt eerst het van nieuwe patiënten. Daarna vertelt de hoe het met de dagelijkse zorg gaat. De geeft informatie over lopen en oefenen. De vertelt kort over het gedrag en de stemming van de patiënt. De kijkt naar problemen met geld of familie.
De maakt na de vergadering een kort verslag. Daarin schrijft zij wie welke taak krijgt. De let op de tijd en op de in het team. Aan het eind van de vergadering geven alle teamleden hun mening en kiezen samen de belangrijkste prioriteit voor die week.
-
Wat doet de verpleegkundige tijdens de teamvergadering volgens de tekst?
-
Welke informatie geeft de fysiotherapeut in deze vergadering?
-
Wie let op de tijd en de rolverdeling, en waarom is dat belangrijk in een overleg?
-
Heb jij in jouw werk of studie ook vergaderingen met verschillende professionals? Beschrijf dat kort.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Tijdens de teamvergadering ____ ik dat ik vandaag met de diëtist overleg over het voedingsschema van de patiënt.
2. De casemanager ____ uit dat zij elke week met de hoofdbehandelaar en de fysiotherapeut over de voortgang praat.
3. Wij ____ nu wie verantwoordelijk is voor de overdracht naar de verpleegafdeling.
4. Aan het einde van de vergadering ____ de specialist akkoord voor het nieuwe zorgplan.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Korte overdracht bij teamvergadering
Verpleegkundige: Show Ik vind dat we in het zorgplan meer aandacht moeten geven aan pijnbestrijding voor meneer De Vries.
Specialist: Show Dat is een goed punt, kunnen we dat straks in de teamvergadering aan de casemanager en de psycholoog voorleggen?
Verpleegkundige: Show Ja, graag, dan kunnen we samen overleggen wat nu prioriteit heeft.
Specialist: Show Prima, maak jij daarna een kort verslag voor het multidisciplinaire team?
Open vragen:
1. Wat zou jij zeggen in een teamvergadering als je het niet eens bent met een zorgplan?
2. Met welke drie professionals werk jij in jouw werk het meest samen, en waarom?
Overleg met casemanager over rolverdeling
Verpleegkundige: Show Ik merk dat ik veel telefoontjes van de familie krijg, is dat mijn taak of die van de maatschappelijk werker?
Casemanager: Show Goed dat je dat zegt, in onze rolverdeling hoort dat vooral bij de maatschappelijk werker, jij geeft vooral medische informatie door.
Verpleegkundige: Show Oké, dan geef ik dat in de volgende teamvergadering aan en vraag ik of we het zorgplan daarop kunnen aanpassen.
Casemanager: Show Dat is een goed idee, dan is het voor het hele multidisciplinaire team duidelijk wie welke rol heeft.
Open vragen:
1. Welke taken heb jij normaal in een multidisciplinair team?
2. Hoe geef jij je mening als je leidinggevende in de vergadering iets anders wil?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je zit in een multidisciplinaire vergadering op de afdeling. De zorgcoördinator vraagt jou kort te vertellen hoe het nu gaat met één patiënt. Geef een korte mondelinge update. (Gebruik: de zorgcoördinator, de patiënt, overleg)
Met de zorgcoördinator
Voorbeeld:
Met de zorgcoördinator overleg ik kort over de patiënt. Ik vertel hoe het vandaag met hem gaat en welke zorg hij nodig heeft.
2. Tijdens de ronde met de huisarts merk je dat een voorstel niet goed past bij jouw patiënt. Je wilt rustig een tegenargument geven. Zeg wat je vindt en leg kort uit waarom. (Gebruik: de huisarts, een voorstel doen, tegenargument geven)
Bij de huisarts
Voorbeeld:
Bij de huisarts geef ik rustig mijn mening. Ik zeg dat ik het voorstel misschien te zwaar vind voor de patiënt en ik leg kort uit waarom.
3. Na de vergadering vraagt de afdelingshoofd of jij een taak kunt overnemen, maar je rooster is al vol. Reageer beleefd, leg uit waarom en doe een ander voorstel. (Gebruik: de afdelingshoofd, taken verdelen, een voorstel doen)
Tegen de afdelingshoofd
Voorbeeld:
Tegen de afdelingshoofd zeg ik dat mijn rooster vandaag al vol is. Ik stel voor om de taak morgen te doen of om te kijken of een collega tijd heeft.
4. Je wilt iets in het patiëntendossier controleren, maar je begrijpt niet goed wat de specialist heeft geschreven. Je vraagt een collega-verpleegkundige om uitleg. Stel je vraag. (Gebruik: de verpleegkundige, het patiëntendossier, uitleg vragen)
In het patiëntendossier
Voorbeeld:
In het patiëntendossier zie ik een opmerking van de specialist die ik niet goed begrijp. Ik vraag de collega-verpleegkundige om het even uit te leggen.
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 6 tot 8 zinnen over een vergadering in jouw werk of studie: wie er bij zitten, wat jouw rol is en hoe jij je mening geeft.
Nuttige uitdrukkingen:
In mijn teamvergadering is mijn rol om … / De belangrijkste prioriteit in onze vergadering is … / Ik geef mijn mening door te zeggen dat … / Aan het eind van de vergadering is afgesproken dat …