1. Woordenschat (18)

De overdracht (de overdracht) — korte rapportage bij shiftwissel Show

De overdracht (de overdracht) — korte rapportage bij shiftwissel Show

Overdrachtdoelen (de overdrachtdoelen) — wat de volgende zorgverlener moet weten en doen Show

Overdrachtdoelen (de overdrachtdoelen) — wat de volgende zorgverlener moet weten en doen Show

Het zorgdossier (het zorgdossier) — medische en verpleegkundige gegevens van de patiënt Show

Het zorgdossier (het zorgdossier) — medische en verpleegkundige gegevens van de patiënt Show

De medicatie (de medicatie) — geneesmiddelen en wijze van toediening Show

De medicatie (de medicatie) — geneesmiddelen en wijze van toediening Show

Toedienen (Toedienen) — medicatie of behandeling geven aan de patiënt Show

Toedienen (Toedienen) — medicatie of behandeling geven aan de patiënt Show

Bloedsuiker (de bloedsuiker) — belangrijke meetwaarde, relevant bij diabetes Show

Bloedsuiker (de bloedsuiker) — belangrijke meetwaarde, relevant bij diabetes Show

Het vitale teken (het vitale teken) — bloeddruk, hartslag, temperatuur Show

Het vitale teken (het vitale teken) — bloeddruk, hartslag, temperatuur Show

De toestand (de toestand) — huidige algemene gezondheidssituatie Show

De toestand (de toestand) — huidige algemene gezondheidssituatie Show

Toestand stabiel / onstabiel (Toestand stabiel / onstabiel) — korte beschrijving van stabiliteit Show

Toestand stabiel / onstabiel (Toestand stabiel / onstabiel) — korte beschrijving van stabiliteit Show

Palliatief / curatief (Palliatief / curatief) — doel van zorg: symptoomgericht of genezend Show

Palliatief / curatief (Palliatief / curatief) — doel van zorg: symptoomgericht of genezend Show

De verzorging (de verzorging) — dagelijkse zorghandelingen (wondverzorging, hygiëne) Show

De verzorging (de verzorging) — dagelijkse zorghandelingen (wondverzorging, hygiëne) Show

De observatie (de observatie) — wat is gezien of gemeten Show

De observatie (de observatie) — wat is gezien of gemeten Show

De observatieperiode (de observatieperiode) — tijdsduur van monitoring Show

De observatieperiode (de observatieperiode) — tijdsduur van monitoring Show

Aangegeven pijn (Aangegeven pijn) — patiënt meldt pijn, schaal of locatie noemen Show

Aangegeven pijn (Aangegeven pijn) — patiënt meldt pijn, schaal of locatie noemen Show

Het incident (het incident) — onverwachte gebeurtenis tijdens zorg Show

Het incident (het incident) — onverwachte gebeurtenis tijdens zorg Show

Noteren (Noteren) — informatie in het dossier schrijven Show

Noteren (Noteren) — informatie in het dossier schrijven Show

Rapporteren (Rapporteren) — feiten en observaties schriftelijk of mondeling doorgeven Show

Rapporteren (Rapporteren) — feiten en observaties schriftelijk of mondeling doorgeven Show

Niet toegepast / toegepast (Niet toegepast / toegepast) — instructies of behandelingen uitgevoerd of niet Show

Niet toegepast / toegepast (Niet toegepast / toegepast) — instructies of behandelingen uitgevoerd of niet Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

Email: Je krijgt een overdrachtsmail van een collega-verpleegkundige over een patiënt op jouw afdeling. Schrijf een kort antwoord met een paar verduidelijkende vragen en bevestig dat je de overdracht hebt gelezen.


Onderwerp: Overdracht avonddienst – mw. Janssen, kamer 12

Beste collega,

Hierbij de overdracht van mevrouw Janssen (kamer 12) voor de nachtdienst.

  • Toestand: mevrouw is nog erg moe, maar goed aanspreekbaar. Ze heeft lichte pijn in de buik (pijnscore 3/10).
  • Vitale functies om 19.00 uur:
    bloeddruk: 130/80
    hartslag: 86/min, regelmatig
    ademhaling: 18/min
    temperatuur: 37,8 °C
  • Medicatie: paracetamol 1000 mg om 18.00 uur toegediend voor de pijn. Geen andere nieuwe medicatie.
  • Klacht: sinds 18.30 uur wat misselijk, maar nog niet gebraakt. Ze zegt dat de pijn niet erger wordt.
  • Observatie: mevrouw loopt kort naar het toilet met hulp. Ze is wat onzeker op de benen.

Wil je tijdens de nacht de pijnscore en de temperatuur nog één keer controleren en in het rapport aanduiden? Bij koorts > 38,5 °C graag de dienstdoende arts bellen.

Ik ben tot 23.00 uur bereikbaar op de afdeling als je nog vragen hebt.

Met vriendelijke groet,
Sarah de Boer
verpleegkundige avonddienst


Onderwerp: Overdracht avonddienst – mw. Janssen, kamer 12

Beste collega,

Hierbij de overdracht van mevrouw Janssen (kamer 12) voor de nachtdienst.

  • Toestand: mevrouw is nog erg moe, maar goed aanspreekbaar. Ze heeft lichte pijn in de buik (pijnscore 3/10).
  • Vitale functies om 19.00 uur:
    bloeddruk: 130/80
    hartslag: 86/min, regelmatig
    ademhaling: 18/min
    temperatuur: 37,8 °C
  • Medicatie: paracetamol 1000 mg om 18.00 uur toegediend voor de pijn. Geen andere nieuwe medicatie.
  • Klacht: sinds 18.30 uur wat misselijk, maar nog niet gebraakt. Ze zegt dat de pijn niet erger wordt.
  • Observatie: mevrouw loopt kort naar het toilet met hulp. Ze is wat onzeker op de benen.

Wil je tijdens de nacht de pijnscore en de temperatuur nog één keer controleren en in het rapport aanduiden? Bij koorts > 38,5 °C graag de dienstdoende arts bellen.

Ik ben tot 23.00 uur bereikbaar op de afdeling als je nog vragen hebt.

Met vriendelijke groet,
Sarah de Boer
verpleegkundige avonddienst


Begrijp de tekst:

  1. Wat moet de nachtdienst controleren bij mevrouw Janssen tijdens de nacht?

  2. Wanneer moet de verpleegkundige de dienstdoende arts bellen volgens de mail?

Nuttige zinnen:

  1. Bedankt voor je overdracht.

  2. Ik heb een vraag over …

  3. Ik zal tijdens de nacht … controleren.

Beste Sarah,

Bedankt voor je overdracht van mevrouw Janssen op kamer 12. Ik heb alles gelezen.

Ik zal vannacht de pijnscore en de temperatuur nog een keer controleren en dit in het rapport aanduiden. Als de temperatuur boven de 38,5 °C is, bel ik de dienstdoende arts.

Ik heb nog één vraag: moet mevrouw vannacht nog extra medicatie krijgen bij meer pijn, of eerst de arts bellen?

Met vriendelijke groet,

[Je naam]
verpleegkundige nachtdienst

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Aan het begin van de overdracht noteer ik hoe de patiënt zich voelt en ik ___ de belangrijkste observaties.


2. Tijdens mijn dienst monitor ik elk uur de vitale functies en ik ___ de toestand van de patiënt.


3. Bij een incident vul ik direct het rapport in en ik ___ de voorgeschreven medicatie al ___ .


4. Aan het einde van de dienst ___ ik de follow-up goed ___ en geef ik de belangrijkste punten door aan de dienstdoende zorgverlener.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je doet de mondelinge overdracht aan een collega-verpleegkundige aan het einde van jouw avonddienst. Leg kort uit hoe de patiënt nu is. (Gebruik: de overdracht, stabiel, geen bijzonderheden)

Bij de overdracht  

Voorbeeld:

Bij de overdracht zeg ik dat de patiënt nu stabiel is en dat er verder geen bijzonderheden zijn.

2. Je arts vraagt tijdens de ronde hoe de patiënt zich voelt. Jij hebt de patiënt net gezien. Vertel kort over de klachten en wat jij zag. (Gebruik: de symptomen, de observatie, melden)

De symptomen zijn  

Voorbeeld:

De symptomen zijn volgens mijn observatie vooral misselijkheid en lichte hoofdpijn, en dat meld ik aan de arts.

3. Je collega neemt jouw patiënt over en vraagt naar de pijn. Jij hebt net de pijn bij de patiënt gecontroleerd. Leg kort uit wat de pijnscore is. (Gebruik: de pijnscore, controleren, rapporteren)

Ik rapporteer dat  

Voorbeeld:

Ik rapporteer dat de pijnscore nu een 3 op 10 is na de medicatie en dat de patiënt dat acceptabel vindt.

4. Je moet een korte telefonische update geven aan de arts over een patiënt die vannacht slechter is geworden. Zeg kort wat er veranderd is in de toestand van de patiënt. (Gebruik: de toestand, verslechterd, informeren)

De toestand is  

Voorbeeld:

De toestand is vannacht verslechterd: de patiënt is meer benauwd, wat suf en de saturatie is gedaald, en dat informeer ik direct aan de arts.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over een overdracht die jij geeft van een patiënt aan een collega (gebruik informatie over de toestand, klachten en wat de collega moet controleren).

Nuttige uitdrukkingen:

De patiënt is … (stabiel, moe, alert, benauwd). / De vitale functies zijn … (goed / niet goed). / Let op … (klachten / veranderingen in de toestand). / Bij verandering van de toestand moet je … (de arts bellen / direct melden).