Verpleegkunde 21 - Medicatie en klinische vaardigheden
Medicatie en klinische vaardigheden
2. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Medicatiecontrole op de afdeling cardiologie
Woorden om te gebruiken: contra-indicaties, spiervolume, injectie, bloeddruk, deltoïde, hartslag, ondervoeding, ventrogluteale, bètablokkers, bijwerkingen
(Medicatiecontrole op de cardiologieafdeling)
Op de afdeling cardiologie bereidt verpleegkundige Mira de medicatieronde voor. Ze controleert de lijst met voor patiënten met hoge bloeddruk en een snelle . Bij elke patiënt leest ze de en vraagt ze naar eventuele , zoals duizeligheid of extreme vermoeidheid. Als een patiënt nieuwe klachten meldt, noteert Mira dit in het dossier en overlegt ze met de arts over mogelijke .
Daarna moet Mira een intramusculaire toedienen bij een oudere patiënt met duidelijke tekenen van : hij is veel afgevallen en heeft weinig spiermassa. Ze beoordeelt het en kiest daarom niet voor de spier, maar voor de steekplaats. Voor de injectie controleert zij zorgvuldig de injectieplaats en let ze op de juiste naaldhoek. Na het toedienen observeert ze de patiënt een paar minuten en legt rustig uit waarom de medicatie belangrijk is en hoe goede dieetadherentie kan helpen om zijn voedingstoestand en algemene gezondheid te verbeteren.
-
Waarom controleert Mira de bloeddruk en vraagt zij naar bijwerkingen bij elke patiënt?
-
Wanneer besluit Mira om met de arts te overleggen?
-
Waarom kiest Mira bij de oudere patiënt niet voor de deltoïde spier als injectieplaats?
-
Hoe ondersteunt Mira de patiënt met ondervoeding naast het geven van medicatie?
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Telefonisch overleg over bètablokker
Wijkverpleegkundige Marieke: Show Dokter, ik bel over meneer Jansen; hij gebruikt een bètablokker en zijn hartslag is vanmorgen 48, hij voelt zich erg duizelig.
Huisarts dr. Van Dijk: Show Dank je, goed dat je belt; hoe is zijn bloeddruk en merk je nog andere bijwerkingen, zoals kortademigheid of verwardheid?
Wijkverpleegkundige Marieke: Show Zijn bloeddruk is 95 over 60, hij is wat bleek maar verder helder, en volgens het dossier is er geen contra‑indicatie behalve zijn hogere leeftijd.
Huisarts dr. Van Dijk: Show Stop vanavond één dosering, observeer hem de komende uren goed en leg hem rustig uit waarom we de bètablokker tijdelijk aanpassen en wanneer hij direct 112 moet bellen.
Wijkverpleegkundige Marieke: Show Ik informeer hem en zijn dochter, schrijf de veranderingen in het zorgdossier en controleer morgen weer hartslag, bloeddruk en hoe het met de therapietrouw gaat.
Open vragen:
1. Wat zou jij als verpleegkundige nog meer willen observeren bij deze cliënt die een bètablokker gebruikt?
2. Kun je een situatie uit jouw praktijk beschrijven waarin therapietrouw of bijwerkingen van medicatie een probleem waren?
Keuze van IM‑injectieplaats bij ondervoede cliënt
Stagiair Tom: Show Anna, ik moet een intramusculaire injectie toedienen bij mevrouw De Boer, maar ze is erg mager; welke plaats is dan het veiligst?
Verpleegkundige Anna: Show Omdat ze ondervoed is en weinig spiermassa heeft, vermijden we de musculus vastus lateralis en de deltoïde spier; de ventrogluteale plaats is hier meestal de veiligste optie.
Stagiair Tom: Show Moet ik nog iets bijzonders doen met de spuittechniek of de naaldhoek bij haar?
Verpleegkundige Anna: Show Ja, kies een passende naaldlengte, prik in een hoek van 90 graden, geen aspiratie volgens ons protocol, en observeer daarna goed op pijn, bloeding of andere bijwerkingen, zeker omdat haar voedingsstatus en vochtbalans kwetsbaar zijn.
Open vragen:
1. Welke factoren neem jij mee als je in de praktijk een IM‑injectieplaats kiest bij een cliënt?
2. Hoe kun je een cliënt met ondervoeding motiveren om zich toch aan het eetadvies en de voedingssupplementen te houden?
Oefening 3: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 8 tot 10 regels over hoe jij als verpleegkundige een patiënt met (risico op) ondervoeding en nieuwe medicatie op jouw afdeling zou begeleiden.
Nuttige uitdrukkingen:
Op mijn afdeling zie ik vaak dat… / Bij een patiënt met ondervoeding let ik op… / Ik leg de patiënt uit dat het belangrijk is om… / Als ik twijfel, overleg ik altijd met de arts over…