1. Woordenschat (19)

De dienst Show

De dienst Show

De shift Show

De shift Show

De planning Show

De planning Show

De rooster Show

Het rooster Show

De ploeg Show

De ploeg Show

De taakomschrijving Show

De taakomschrijving Show

De verantwoordelijkheid Show

De verantwoordelijkheid Show

De werkdruk Show

De werkdruk Show

De afstemming Show

De afstemming Show

De vervanging Show

De vervanging Show

De dagdienst Show

De dagdienst Show

De nachtdienst Show

De nachtdienst Show

Beschikbaar zijn Show

Beschikbaar zijn Show

Samenwerken Show

Samenwerken Show

Prioriteren Show

Prioriteren Show

Wisselen (van dienst) Show

Wisselen (van dienst) Show

Inplannen Show

Inplannen Show

Afmelden (voor dienst) Show

Afmelden (voor dienst) Show

Overdragen (een taak) Show

Overdragen (een taak) Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

E-mail: Je krijgt een e-mail van je afdelingshoofd in het ziekenhuis over de planning van de diensten; je moet antwoorden met jouw beschikbaarheid en een voorstel om een dienst te ruilen of niet.


Onderwerp: Planning diensten komende week

Beste collega,

Volgende week is de planning op de afdeling erg strak. Er zijn veel patiënten en twee collega’s hebben zich afgemeld voor hun nachtdienst.

In het rooster sta jij nu zo ingepland:

  • Maandag: dagdienst (07.00 – 15.30)
  • Woensdag: avonddienst (15.00 – 23.30)
  • Vrijdag: dagdienst (07.00 – 15.30)

We zoeken nog iemand voor een extra nachtdienst op dinsdag (23.00 – 07.30). Kun jij je hiervoor aanmelden? Natuurlijk krijg je daar later een andere dienst voor terug, zodat je uren kloppen.

Als je niet kunt, is dat geen probleem, maar laat mij dan even weten op welke dagen je wél beschikbaar bent voor een extra dienst in deze week. Dan kan ik de diensten beter inplannen en de taken verdelen in het team.

Graag je reactie vóór morgen 16.00 uur, zodat ik de planning kan afronden en de dienstdoende verpleegkundigen goed kan informeren bij de overdracht.

Met vriendelijke groet,
Marieke de Jong
Afdelingshoofd Interne Geneeskunde


Onderwerp: Planning diensten komende week

Beste collega,

Volgende week is de planning op de afdeling erg krap. Er zijn veel patiënten en twee collega’s hebben zich afgemeld voor hun nachtdienst.

In het rooster sta jij nu zo ingepland:

  • Maandag: dagdienst (07.00 – 15.30)
  • Woensdag: avonddienst (15.00 – 23.30)
  • Vrijdag: dagdienst (07.00 – 15.30)

We zoeken nog iemand voor een extra nachtdienst op dinsdag (23.00 – 07.30). Kun jij je hiervoor aanmelden? Natuurlijk krijg je later een andere dienst terug zodat je uren kloppen.

Als je niet kunt, is dat geen probleem, maar laat me dan even weten op welke dagen je wél beschikbaar bent voor een extra dienst deze week. Dan kan ik de diensten beter inplannen en de taken verdelen binnen het team.

Graag je reactie vóór morgen 16.00 uur, zodat ik de planning kan afronden en de dienstdoende verpleegkundigen tijdens de overdracht goed kan informeren.

Met vriendelijke groet,
Marieke de Jong
Afdelingshoofd Interne Geneeskunde


Begrijp de tekst:

  1. Waarom schrijft Marieke deze e-mail aan de collega?

  2. Wat vraagt Marieke precies over de nachtdienst op dinsdag en de beschikbaarheid in die week?

Nuttige zinnen:

  1. Bedankt voor uw e-mail over de planning.

  2. Ik kan wel / niet werken op...

  3. Ik ben beschikbaar voor een extra dienst op...

Beste Marieke,

Bedankt voor uw e-mail over de planning van volgende week.

Ik kan helaas niet werken in de nachtdienst op dinsdag. Op woensdagnacht kan ik wél een extra dienst doen. Donderdagavond ben ik ook beschikbaar.

Als het nodig is, kan ik op vrijdag ruilen: ik kan dan in de avonddienst werken in plaats van de dagdienst.

Kunt u laten weten of dit helpt voor de planning?

Met vriendelijke groet,

[Je naam]
Verpleegkundige

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ mij elke ochtend om zeven uur aan bij de balie voor mijn dienst.


2. De planner ___ mij morgen in de nachtdienst in omdat ik dan beschikbaar ben.


3. Als ik ziek ben, ___ ik mijn dienst zo vroeg mogelijk af.


4. Aan het einde van de dienst ___ ik de zorg voor mijn patiënten ___ aan de nachtdienst.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je collega van de avonddienst belt je. Zij is ziek en kan niet komen. Jij belt de planner van het ziekenhuis om dit te melden en te vragen naar een oplossing. (Gebruik: De dienst, De vervanging, De beschikbaarheid)

Voor de vervanging  

Voorbeeld:

Voor de vervanging van de dienst van vanavond kunt u mijn beschikbaarheid noteren. Ik kan langer blijven als het nodig is, maar misschien is er ook een andere collega vrij.

2. Je teamleider vraagt hoe jouw week er precies uitziet. Leg kort je diensten uit, zodat hij het dienstrooster kan controleren. (Gebruik: De dagdienst, De nachtdienst, Het dienstrooster)

In het dienstrooster  

Voorbeeld:

In het dienstrooster sta ik maandag en dinsdag in de dagdienst, en woensdag in de nachtdienst. Donderdag en vrijdag ben ik vrij.

3. Je moet samen met een nieuwe collega afspreken wanneer jullie overleg hebben om de patiënten te bespreken. Stel een moment voor dat in de planning past. (Gebruik: Afspreken, Het overleg, Inplannen)

Voor het overleg  

Voorbeeld:

Voor het overleg kunnen we morgen na de pauze afspreken. Dan kunnen we een half uur inplannen om alle patiënten rustig te bespreken.

4. Aan het einde van jouw nachtdienst komt de collega voor de dagdienst. Leg kort uit welke taken jij hebt gedaan en wat zij nog moet doen. (Gebruik: Overdragen, Verantwoordelijk, Samenwerken)

Bij het overdragen  

Voorbeeld:

Bij het overdragen vertel ik dat ik verantwoordelijk was voor kamer 10 tot en met 15. De wonden zijn verschoond, maar de medicatie van 8 uur moet jij nog geven. Als er vragen zijn, schrijf ik het in het dossier, zodat we goed kunnen samenwerken.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over jouw eigen werkdag of studiedag: hoe laat begin je, welke taken heb je, en hoe plan je je pauzes of afspraken?

Nuttige uitdrukkingen:

Ik begin om ... uur met ... / Mijn belangrijkste taken zijn ... / In de pauze ... / Aan het einde van de dag ...