Verpleegkunde 11 - Melding van incidenten
Melding van incidenten
2. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Agressief bezoek op de spoedpoli
Woorden om te gebruiken: documenteert, de-escaleren, bewustzijn, melding, preventiebeleid, ademhaling, rapport, hypoglykemie, incidenten, alarmnummer, agressie, melden, veiligheidsprotocol, incident
(Agressief bezoek op de spoedpoli)
Samira is verpleegkundige op de spoedpoli van een ziekenhuis in Utrecht. Op een drukke vrijdagavond komt een man boos naar de balie. Zijn vrouw heeft veel pijn en moet wachten. De man schreeuwt en slaat met zijn hand op de balie. Andere patiënten worden bang.
Samira blijft rustig. Ze gaat recht staan en houdt genoeg afstand. Ze spreekt duidelijk en rustig. Ze zegt: “Meneer, ik zie dat u boos bent. We willen uw vrouw graag helpen. Ik ga nu kijken hoe lang het nog duurt.” Zo probeert ze de situatie te .
Dan ziet Samira dat een oudere patiënt in de wachtkamer heel bleek wordt en gaat zweten. De man zegt dat hij zich niet goed voelt en bijna niets meer ziet. Hij heeft diabetes. Samira denkt aan een mogelijke . Ze vraagt een collega om de arts te bellen en het van het interne noodteam te gebruiken.
Samira brengt de man naar een rustige kamer. Ze controleert zijn en zijn . De man is nog wakker, maar heel zwak. Samira geeft snel zoete limonade volgens het van de afdeling. Daarna ze het in het digitale . Ze schrijft wat er is gebeurd, wat zij heeft gedaan en hoe de patiënt nu is.
Na haar dienst maakt Samira ook een korte van de aan de balie. Zij vindt het belangrijk om alle te . Zo kan het ziekenhuis het en de veiligheid voor patiënten en medewerkers verbeteren.
-
Waarom wordt de man in de wachtkamer plotseling een risico voor de gezondheidssituatie? Leg kort uit.
-
Welke stappen neemt Samira om de agressieve situatie aan de balie te de-escaleren? Noem twee dingen.
-
Waarom vindt Samira het belangrijk om het incident en de agressie na haar dienst te melden en te documenteren?
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ik ___ het incident direct bij mijn leidinggevende en noteer alle details in het incidentrapport.
2. Tijdens de agressie ___ ik rustig en probeer ik de situatie te de-escaleren.
3. Bij een epileptische aanval ___ ik meteen 112 en vraag ik een collega om de AED te halen.
4. Na de noodsituatie ___ ik met het slachtoffer en de getuige gesproken en alles in het dossier genoteerd.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Incident melden na agressieve patiënt
Verpleegkundige Mark: Show Karin, ik wil een incident melden; een patiënt werd net heel agressief aan mijn arm.
Teamleider Karin: Show Dank je dat je het meldt, Mark; blijf zelf even hier en schrijf het incidentrapport in het systeem.
Verpleegkundige Mark: Show Er waren twee getuigen, Peter en Amina, zal ik hen ook in het rapport registreren?
Teamleider Karin: Show Ja graag, en als je later toch pijn of letsel voelt, ga dan direct naar de bedrijfsarts.
Open vragen:
1. Wat zeg jij in het Nederlands als je een incident met agressie wilt melden aan je teamleider?
2. Heb jij op je werk ook een incidentrapport of een ander formulier? Hoe werkt dat?
Patiënt met hypo op de gang
Verpleegkundige Sara: Show Tom, ik denk dat meneer Jansen een hypo heeft; hij trilt en is heel bleek.
Verpleegkundige Tom: Show Oké, dan geven we hem snel iets zoets en observeren we hem hier op de stoel.
Verpleegkundige Sara: Show Als hij niet opknapt of een aanval krijgt, bellen we direct de arts en 112 voor een noodsituatie.
Verpleegkundige Tom: Show Goed, ik blijf bij hem om hem te kalmeren en jij pakt alvast de bloedsuikermeter.
Open vragen:
1. Welke korte vragen kun jij stellen om een mogelijke hypo of hyper bij een patiënt te observeren?
2. Wat zou jij eerst doen als iemand ineens heel bleek wordt en bijna in shock lijkt te raken?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je werkt op een afdeling. Een patiënt schreeuwt tegen jou en wordt boos, maar er is nog geen fysiek geweld. Je vertelt later aan je collega wat er is gebeurd en wat jij hebt gedaan om rustig te blijven. (Gebruik: De agressie, rustig blijven, kalmeren)
Over de agressie
Voorbeeld:
Over de agressie van de patiënt: ik bleef rustig, ik praatte langzaam en ik probeerde hem te kalmeren.
2. Je ziet dat een collega bijna uitglijdt over een natte vloer in de gang. Er gebeurt niets ergs, maar je moet het kort melden bij je leidinggevende als een klein incident. (Gebruik: Het incident, melden, de afdeling)
Het incident wil
Voorbeeld:
Het incident wil ik graag melden: mijn collega is bijna gevallen in de gang omdat de vloer nat was op onze afdeling.
3. Je bent bij een patiënt thuis. De patiënt heeft plots een allergische reactie: rode vlekken, dikke lippen. Je belt 112 en legt kort uit wat je ziet. (Gebruik: De allergische reactie, De noodsituatie, het alarmnummer 112)
Ik bel 112, want
Voorbeeld:
Ik bel 112, want de allergische reactie is erg: de patiënt heeft rode vlekken, dikke lippen en ik ben bang dat het een noodsituatie wordt.
4. Op jouw afdeling is een kort overleg over veiligheid. Jouw teamleider vraagt jou om kort te vertellen waarom een goed ontruimingsplan belangrijk is bij een brand of andere noodsituatie. (Gebruik: Het ontruimingsplan, De noodsituatie, veilig)
Het ontruimingsplan is
Voorbeeld:
Het ontruimingsplan is belangrijk, omdat we in een noodsituatie snel en veilig met alle patiënten naar buiten moeten gaan.
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf vijf of zes zinnen over een situatie in een ziekenhuis of zorginstelling waarin jij een incident of agressie moet melden. Beschrijf wat je doet en bij wie je het meldt.
Nuttige uitdrukkingen:
Eerst zie ik dat … / Daarna meld ik het bij … / Volgens het protocol moet ik … / Zo proberen we de situatie veilig te houden.