1. Woordenschat (18)

De aanleiding (van het incident) Show

De aanleiding (van het incident) Show

Het incidentrapport Show

Het incidentrapport Show

De melding doen Show

Een melding doen Show

De situatie inschatten Show

De situatie inschatten Show

De veiligheidsprotocollen Show

De veiligheidsprotocollen Show

Het conflictbeheer Show

Conflicthantering Show

De agressie Show

Agressie Show

Afzonderen (iemand apart zetten) Show

Iemand afzonderen Show

Iemand kalmeren Show

Iemand kalmeren Show

De-escaleren Show

De-escaleren Show

Medische hulp inschakelen Show

Medische hulp inschakelen Show

Eerste hulp verlenen Show

Eerste hulp verlenen Show

De automatische externe defibrillator (de AED) Show

Automatische externe defibrillator (AED) Show

De allergische reactie Show

Allergische reactie Show

De epileptische aanval Show

Epileptische aanval Show

De shock Show

Shock Show

Hypoglykemie Show

Hypoglykemie Show

Hyperglykemie Show

Hyperglykemie Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Agressief bezoek op de spoedpoli

Woorden om te gebruiken: documenteert, de-escaleren, bewustzijn, melding, preventiebeleid, ademhaling, rapport, hypoglykemie, incidenten, alarmnummer, agressie, melden, veiligheidsprotocol, incident

(Agressief bezoek op de spoedpoli)

Samira is verpleegkundige op de spoedpoli van een ziekenhuis in Utrecht. Op een drukke vrijdagavond komt een man boos naar de balie. Zijn vrouw heeft veel pijn en moet wachten. De man schreeuwt en slaat met zijn hand op de balie. Andere patiënten worden bang.

Samira blijft rustig. Ze gaat recht staan en houdt genoeg afstand. Ze spreekt duidelijk en rustig. Ze zegt: “Meneer, ik zie dat u boos bent. We willen uw vrouw graag helpen. Ik ga nu kijken hoe lang het nog duurt.” Zo probeert ze de situatie te .

Dan ziet Samira dat een oudere patiënt in de wachtkamer heel bleek wordt en gaat zweten. De man zegt dat hij zich niet goed voelt en bijna niets meer ziet. Hij heeft diabetes. Samira denkt aan een mogelijke . Ze vraagt een collega om de arts te bellen en het van het interne noodteam te gebruiken.

Samira brengt de man naar een rustige kamer. Ze controleert zijn en zijn . De man is nog wakker, maar heel zwak. Samira geeft snel zoete limonade volgens het van de afdeling. Daarna ze het in het digitale . Ze schrijft wat er is gebeurd, wat zij heeft gedaan en hoe de patiënt nu is.

Na haar dienst maakt Samira ook een korte van de aan de balie. Zij vindt het belangrijk om alle te . Zo kan het ziekenhuis het en de veiligheid voor patiënten en medewerkers verbeteren.

  1. Waarom wordt de man in de wachtkamer plotseling een risico voor de gezondheidssituatie? Leg kort uit.

  2. Welke stappen neemt Samira om de agressieve situatie aan de balie te de-escaleren? Noem twee dingen.

  3. Waarom vindt Samira het belangrijk om het incident en de agressie na haar dienst te melden en te documenteren?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ het incident direct bij mijn leidinggevende en noteer alle details in het incidentrapport.


2. Tijdens de agressie ___ ik rustig en probeer ik de situatie te de-escaleren.


3. Bij een epileptische aanval ___ ik meteen 112 en vraag ik een collega om de AED te halen.


4. Na de noodsituatie ___ ik met het slachtoffer en de getuige gesproken en alles in het dossier genoteerd.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je werkt op een afdeling. Een patiënt schreeuwt tegen jou en wordt boos, maar er is nog geen fysiek geweld. Je vertelt later aan je collega wat er is gebeurd en wat jij hebt gedaan om rustig te blijven. (Gebruik: De agressie, rustig blijven, kalmeren)

Over de agressie  

Voorbeeld:

Over de agressie van de patiënt: ik bleef rustig, ik praatte langzaam en ik probeerde hem te kalmeren.

2. Je ziet dat een collega bijna uitglijdt over een natte vloer in de gang. Er gebeurt niets ergs, maar je moet het kort melden bij je leidinggevende als een klein incident. (Gebruik: Het incident, melden, de afdeling)

Het incident wil  

Voorbeeld:

Het incident wil ik graag melden: mijn collega is bijna gevallen in de gang omdat de vloer nat was op onze afdeling.

3. Je bent bij een patiënt thuis. De patiënt heeft plots een allergische reactie: rode vlekken, dikke lippen. Je belt 112 en legt kort uit wat je ziet. (Gebruik: De allergische reactie, De noodsituatie, het alarmnummer 112)

Ik bel 112, want  

Voorbeeld:

Ik bel 112, want de allergische reactie is erg: de patiënt heeft rode vlekken, dikke lippen en ik ben bang dat het een noodsituatie wordt.

4. Op jouw afdeling is een kort overleg over veiligheid. Jouw teamleider vraagt jou om kort te vertellen waarom een goed ontruimingsplan belangrijk is bij een brand of andere noodsituatie. (Gebruik: Het ontruimingsplan, De noodsituatie, veilig)

Het ontruimingsplan is  

Voorbeeld:

Het ontruimingsplan is belangrijk, omdat we in een noodsituatie snel en veilig met alle patiënten naar buiten moeten gaan.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf vijf of zes zinnen over een situatie in een ziekenhuis of zorginstelling waarin jij een incident of agressie moet melden. Beschrijf wat je doet en bij wie je het meldt.

Nuttige uitdrukkingen:

Eerst zie ik dat … / Daarna meld ik het bij … / Volgens het protocol moet ik … / Zo proberen we de situatie veilig te houden.