Verpleegkunde 23 - Gezondheidszorg en verzekering
Gezondheidszorg en verzekering
2. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Van ziekenhuis naar thuiszorg
Woorden om te gebruiken: indicatie, informatie, zorgcoördinator, delen, huisarts, thuiszorg, eerstelijnszorg, extramurale, intramurale, mantelzorg, georganiseerd, zorgverzekering, eigen bijdrage, ontslag, wijkverpleging, verwijzing, opgenomen, eigen risico
(Van ziekenhuis naar thuiszorg)
Op de afdeling interne geneeskunde wordt een oudere patiënt met longontsteking . Na een week is zijn situatie stabiel en mag hij bijna met . De zaalverpleegkundige bespreekt met de arts en de welke zorg de man thuis nodig heeft. Omdat hij nog erg moe is en moeite heeft met traplopen, is er tijdelijke nodig. De verpleegkundige vraagt een aan bij de zorginstelling die de in de wijk levert. Deze zorg hoort bij de . De patiënt krijgt uitleg over de verschillende taken van de wijkverpleegkundige, zoals wondverzorging, hulp bij medicijnen en het controleren van de ademhaling.
De zorgcoördinator controleert welke de patiënt heeft en welke dekking geldt voor thuiszorg. Ook legt zij uit wat het is en dat er misschien een gevraagd wordt. De patiënt vertelt dat zijn dochter geeft en dat zij vaak aanwezig is. Daarom wordt gekozen voor een combinatie van professionele zorg en mantelzorg. De verpleegkundige maakt een afspraak met de om medische te en een duidelijke te schrijven. Zo wordt de zorg goed en is de overgang van naar extramurale zorg zo veilig mogelijk.
-
Waarom heeft de patiënt na het ontslag nog wijkverpleging nodig?
-
Welke rol heeft de zorgcoördinator in dit zorgtraject?
-
Hoe wordt de zorg thuis verdeeld tussen professionele zorg en familie?
-
Wat is volgens de tekst het verschil tussen intramurale en extramurale zorg in deze situatie?
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Overleg met huisarts over verwijzing
Wijkverpleegkundige Marieke: Show Dokter, ik maak me zorgen om meneer Van Dijk; thuis redt hij het eigenlijk niet meer, ondanks de mantelzorg en de thuishulp.
Huisarts: Show Ja, dat merk ik ook tijdens het consult; ik twijfel of extramurale zorg nog genoeg is, of dat we intramurale opname in een verpleeghuis moeten overwegen.
Wijkverpleegkundige Marieke: Show Ik denk aan een indicatie voor meer eerstelijnszorg in de wijk en eventueel een zorgplan met intensievere wijkverpleging als tussenstap.
Huisarts: Show Goed idee, maar vanwege zijn cognitieve achteruitgang lijkt tweedelijnszorg door een specialist ouderengeneeskunde ook nodig; ik kan vandaag nog een verwijzing sturen.
Wijkverpleegkundige Marieke: Show Kunt u in de verwijzing duidelijk zetten welke klachten u ziet en welke eerdere behandelingen zijn geprobeerd?
Huisarts: Show Zeker, dat is ook belangrijk voor de zorgverzekeraar en de dekking; anders loopt hij mogelijk tegen wachttijd of afwijzing aan.
Wijkverpleegkundige Marieke: Show Als de indicatie rond is, pas ik het zorgplan aan en blijf ik het gezin begeleiden, zodat de overgang naar het verpleeghuis zo soepel mogelijk gaat.
Huisarts: Show Prima, houd me op de hoogte als de community care in de wijk het niet meer kan opvangen, dan heroverwegen we samen de opties.
Open vragen:
1. Hoe zou jij in jouw werk uitleggen wat het verschil is tussen intramurale en extramurale zorg aan een patiënt of familie?
2. Wanneer zou jij de huisarts vragen om een verwijzing naar tweedelijnszorg of een verpleeghuis?
Oefening 3: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 8 tot 10 zinnen over een situatie waarin een patiënt uit het ziekenhuis naar huis gaat en leg uit hoe jij als verpleegkundige de zorg zou organiseren (met huisarts, thuiszorg en mantelzorg).
Nuttige uitdrukkingen:
Na het ontslag uit het ziekenhuis moet er … geregeld worden. / De huisarts is verantwoordelijk voor … / De wijkverpleegkundige helpt bij … / Daarnaast speelt de mantelzorger een belangrijke rol, omdat …