1. Woordenschat (19)

De huisarts Show

The general practitioner Show

De verwijzing Show

The referral Show

Het consult Show

The consultation Show

De eerstelijnszorg Show

Primary care Show

De eerstelijnsvoorziening Show

Primary care facility Show

De wijkverpleging Show

Community nursing Show

De thuiszorg Show

Home care Show

De outreachzorg Show

Outreach care Show

De maatschappelijke dienstverlening Show

Social services Show

De verpleeghuiszorg Show

Nursing home care Show

De intramurale zorg Show

Inpatient care Show

De extramurale zorg Show

Outpatient care Show

De tweedelijnszorg Show

Secondary care Show

De zorgverzekeraar Show

The health insurer Show

De eigen bijdrage Show

The personal contribution (co-payment) Show

Opname (in het ziekenhuis) Show

Hospital admission Show

Evalueren (de situatie) Show

To evaluate (the situation) Show

Verwijzen (naar) Show

To refer (to) Show

Zorgcoördineren Show

To coordinate care Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Van ziekenhuis naar thuiszorg

Woorden om te gebruiken: indicatie, informatie, zorgcoördinator, delen, huisarts, thuiszorg, eerstelijnszorg, extramurale, intramurale, mantelzorg, georganiseerd, zorgverzekering, eigen bijdrage, ontslag, wijkverpleging, verwijzing, opgenomen, eigen risico

(Van ziekenhuis naar thuiszorg)

Op de afdeling interne geneeskunde wordt een oudere patiënt met longontsteking . Na een week is zijn situatie stabiel en mag hij bijna met . De zaalverpleegkundige bespreekt met de arts en de welke zorg de man thuis nodig heeft. Omdat hij nog erg moe is en moeite heeft met traplopen, is er tijdelijke nodig. De verpleegkundige vraagt een aan bij de zorginstelling die de in de wijk levert. Deze zorg hoort bij de . De patiënt krijgt uitleg over de verschillende taken van de wijkverpleegkundige, zoals wondverzorging, hulp bij medicijnen en het controleren van de ademhaling.

De zorgcoördinator controleert welke de patiënt heeft en welke dekking geldt voor thuiszorg. Ook legt zij uit wat het is en dat er misschien een gevraagd wordt. De patiënt vertelt dat zijn dochter geeft en dat zij vaak aanwezig is. Daarom wordt gekozen voor een combinatie van professionele zorg en mantelzorg. De verpleegkundige maakt een afspraak met de om medische te en een duidelijke te schrijven. Zo wordt de zorg goed en is de overgang van naar extramurale zorg zo veilig mogelijk.

  1. Waarom heeft de patiënt na het ontslag nog wijkverpleging nodig?

  2. Welke rol heeft de zorgcoördinator in dit zorgtraject?

  3. Hoe wordt de zorg thuis verdeeld tussen professionele zorg en familie?

  4. Wat is volgens de tekst het verschil tussen intramurale en extramurale zorg in deze situatie?

Oefening 2: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 3: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 8 tot 10 zinnen over een situatie waarin een patiënt uit het ziekenhuis naar huis gaat en leg uit hoe jij als verpleegkundige de zorg zou organiseren (met huisarts, thuiszorg en mantelzorg).

Nuttige uitdrukkingen:

Na het ontslag uit het ziekenhuis moet er … geregeld worden. / De huisarts is verantwoordelijk voor … / De wijkverpleegkundige helpt bij … / Daarnaast speelt de mantelzorger een belangrijke rol, omdat …