1. Woordenschat (18)

De chronische ziekte Show

De chronische ziekte Show

De diabetes Show

De diabetes Show

De COPD Show

De COPD Show

De dementie Show

De dementie Show

De Parkinson Show

De Parkinson Show

De reumatische aandoening Show

De reumatische aandoening Show

De hartfalen (linker-/rechterdecompensatie) Show

Het hartfalen (links-/rechtsdecompensatie) Show

De symptomen Show

De symptomen Show

De exacerbatie Show

De exacerbatie Show

De stabiele toestand Show

De stabiele toestand Show

De behandeling Show

De behandeling Show

De medicatie Show

De medicatie Show

De zorgplanning Show

De zorgplanning Show

De verpleegkundige instructie Show

De verpleegkundige instructie Show

Vocht vasthouden (oedeem) Show

Vocht vasthouden (oedeem) Show

Ontmoedigd raken (bij verslechtering) Show

Ontmoedigd raken (bij verslechtering) Show

Zich aanpassen aan behandeling Show

Zich aanpassen aan de behandeling Show

Een medische follow-up plannen Show

Een medische follow-up plannen Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Writing correspondence

Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation

Email: Je krijgt een e-mail van een huisarts over een patiënt met meerdere chronische ziekten; antwoord als verpleegkundige en geef een korte, duidelijke terugkoppeling en voorstel voor zorg.


Onderwerp: Mevrouw Van Dijk – toename klachten

Beste verpleegkundige,

Mevrouw Van Dijk (78 jaar) heeft diabetes, COPD en hartfalen. Normaal is ze in een stabiele toestand. De laatste week zijn er meer symptomen:

  • meer kortademigheid bij traplopen
  • lichte vochtretentie in de enkels
  • onzekere bloedglucose-waarden

Ik heb het behandelplan en de medicatie iets aangepast. Kunt u morgen een huisbezoek doen en mij kort mailen wat u ziet en wat u voorstelt?

Met vriendelijke groet,
Dr. Janssen, huisarts


Onderwerp: Mevrouw Van Dijk – toename klachten

Beste verpleegkundige,

Mevrouw Van Dijk (78 jaar) heeft diabetes, COPD en hartfalen. Normaal is ze in een stabiele toestand. De laatste week zijn er meer symptomen:

  • meer kortademigheid bij traplopen
  • lichte vochtretentie rondom de enkels
  • bloedglucose-waarden

Ik heb het behandelplan en de medicatie iets aangepast. Kunt u morgen een huisbezoek doen en mij kort mailen wat u ziet en wat u voorstelt?

Met vriendelijke groet,
Dr. Janssen, huisarts


Begrijp de tekst:

  1. Welke problemen heeft mevrouw Van Dijk de laatste week volgens de huisarts?

  2. Wat vraagt de huisarts precies aan de verpleegkundige om te doen?

Nuttige zinnen:

  1. Bedankt voor uw e-mail over mevrouw Van Dijk.

  2. Tijdens het huisbezoek heb ik gezien dat…

  3. Mijn voorstel voor de verdere zorg is om…

Geachte dr. Janssen,

Bedankt voor uw e-mail over mevrouw Van Dijk. Ik ben vanmorgen op huisbezoek geweest.

Mevrouw heeft nog steeds kortademigheid bij traplopen, maar in rust gaat het redelijk. Er is lichte vochtretentie rond beide enkels. De bloeddruk was 130/80 mmHg. Mevrouw meet zelf de bloedglucose, de waarden waren tussen 6 en 10 mmol/l.

Mijn voorstel voor de verdere zorg is om haar dagelijks te laten wegen en de enkels te controleren. Ik leg haar het aangepaste behandelplan en de medicatie nog een keer rustig uit. Als de kortademigheid erger wordt of het gewicht snel stijgt, neem ik direct contact met u op.

Met vriendelijke groet,
[Je naam]
wijkverpleegkundige

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Wanneer ik zie dat de patiënt erg kortademig ___, bel ik meteen de arts.


2. Bij een stabiele toestand ___ jij elke vier uur de bloeddruk.


3. Als de bloedglucose te laag is, ___ ik direct de voorgeschreven medicatie.


4. Gisteren ___ de verpleegkundige het behandelplan aangepast omdat de klachten erger werden.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je werkt op een verpleegafdeling. Een patiënt met een chronische longziekte zegt: “Ik ben de laatste dagen meer benauwd.” Jij moet dit rapporteren aan de arts. Zeg kort wat je herkent en wat je ziet. (Gebruik: de kortademigheid, rapporteren, de verergering)

Ik rapporteer dat  

Voorbeeld:

Ik rapporteer dat ik een verergering zie van de kortademigheid. De patiënt is sneller buiten adem bij kleine inspanning.

2. Je hebt een mevrouw met diabetes op je kamer. Je controleert haar bloedglucose en de waarde is veel te hoog. Leg aan de patiënt uit wat je doet en dat je dit gaat melden. (Gebruik: de bloedglucose, de diabetes, controleren)

Ik zie dat  

Voorbeeld:

Ik zie dat de bloedglucose nu erg hoog is. Ik controleer het nog een keer en ik bel de arts om te overleggen wat we doen.

3. Je belt met de spoedafdeling over een oudere man met hartfalen. Hij heeft meer vocht in de benen en is sneller moe. Leg kort uit waarom je belt en wat je situatie is. (Gebruik: de spoedafdeling, het hartfalen, de vochtretentie)

Ik bel de spoedafdeling  

Voorbeeld:

Ik bel de spoedafdeling omdat de patiënt met hartfalen meer vochtretentie in de benen heeft en erg moe is. Ik maak me zorgen en wil graag overleg over opname.

4. Je hebt dienst in de thuiszorg. Een cliënt met de ziekte van Parkinson valt nu vaker en beweegt moeilijker. Je bespreekt dit met de wijkverpleegkundige en stelt een zorgaanpassing voor. (Gebruik: de zorgaanpassing, de mobiliteitsbeperking, het behandelplan)

Ik stel een zorgaanpassing  

Voorbeeld:

Ik stel een zorgaanpassing voor, omdat de mobiliteitsbeperking door de ziekte van Parkinson erger is geworden. Misschien moeten we het behandelplan aanpassen en extra fysiotherapie regelen.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen over een situatie waarin jij bij een patiënt een verandering ziet en uitlegt welke acties jij dan onderneemt.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik zie dat… / De situatie is stabiel/niet stabiel, omdat… / Ik controleer en rapporteer… / Daarom pas ik de zorg aan door…