Verpleegkunde 8 - Chronische ziekten
Chronische ziekten
2. Oefeningen
Oefening 1: Writing correspondence
Instructie: Write a reply to the following message appropriate to the situation
Email: Je krijgt een e-mail van een huisarts over een patiënt met meerdere chronische ziekten; antwoord als verpleegkundige en geef een korte, duidelijke terugkoppeling en voorstel voor zorg.
Onderwerp: Mevrouw Van Dijk – toename klachten
Beste verpleegkundige,
Mevrouw Van Dijk (78 jaar) heeft diabetes, COPD en hartfalen. Normaal is ze in een stabiele toestand. De laatste week zijn er meer symptomen:
- meer kortademigheid bij traplopen
- lichte vochtretentie in de enkels
- onzekere bloedglucose-waarden
Ik heb het behandelplan en de medicatie iets aangepast. Kunt u morgen een huisbezoek doen en mij kort mailen wat u ziet en wat u voorstelt?
Met vriendelijke groet,
Dr. Janssen, huisarts
Onderwerp: Mevrouw Van Dijk – toename klachten
Beste verpleegkundige,
Mevrouw Van Dijk (78 jaar) heeft diabetes, COPD en hartfalen. Normaal is ze in een stabiele toestand. De laatste week zijn er meer symptomen:
- meer kortademigheid bij traplopen
- lichte vochtretentie rondom de enkels
- bloedglucose-waarden
Ik heb het behandelplan en de medicatie iets aangepast. Kunt u morgen een huisbezoek doen en mij kort mailen wat u ziet en wat u voorstelt?
Met vriendelijke groet,
Dr. Janssen, huisarts
Begrijp de tekst:
-
Welke problemen heeft mevrouw Van Dijk de laatste week volgens de huisarts?
-
Wat vraagt de huisarts precies aan de verpleegkundige om te doen?
Nuttige zinnen:
-
Bedankt voor uw e-mail over mevrouw Van Dijk.
-
Tijdens het huisbezoek heb ik gezien dat…
-
Mijn voorstel voor de verdere zorg is om…
Bedankt voor uw e-mail over mevrouw Van Dijk. Ik ben vanmorgen op huisbezoek geweest.
Mevrouw heeft nog steeds kortademigheid bij traplopen, maar in rust gaat het redelijk. Er is lichte vochtretentie rond beide enkels. De bloeddruk was 130/80 mmHg. Mevrouw meet zelf de bloedglucose, de waarden waren tussen 6 en 10 mmol/l.
Mijn voorstel voor de verdere zorg is om haar dagelijks te laten wegen en de enkels te controleren. Ik leg haar het aangepaste behandelplan en de medicatie nog een keer rustig uit. Als de kortademigheid erger wordt of het gewicht snel stijgt, neem ik direct contact met u op.
Met vriendelijke groet,
[Je naam]
wijkverpleegkundige
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Wanneer ik zie dat de patiënt erg kortademig ___, bel ik meteen de arts.
2. Bij een stabiele toestand ___ jij elke vier uur de bloeddruk.
3. Als de bloedglucose te laag is, ___ ik direct de voorgeschreven medicatie.
4. Gisteren ___ de verpleegkundige het behandelplan aangepast omdat de klachten erger werden.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Telefonisch overleg over kortademige patiënt
Wijkverpleegkundige Emma: Show Dokter, meneer Janssen met COPD is sinds vanochtend erg kortademig en veel moeër dan normaal.
Huisarts dr. Bakker: Show Dan is zijn chronische ziekte nu misschien in een exacerbatie, kun je zijn inhalatiemedicijn geven en zijn saturatie noteren?
Wijkverpleegkundige Emma: Show Ja, ik volg zijn zorgplan, maar ik twijfel of zijn toestand nog stabiel is.
Huisarts dr. Bakker: Show Ik kom vanmiddag langs en dan passen we zo nodig de behandeling aan.
Open vragen:
1. Wat vind jij belangrijk om te vertellen aan de huisarts als een cliënt ineens zieker wordt?
2. Heb jij wel eens iemand gezien die erg kortademig was? Wat heb je toen gedaan of wat zou je doen?
Avonddienst: enkels dik bij hartfalen
Verpleegkundige Tom: Show Sara, mevrouw De Boer heeft hartfalen en haar enkels zijn vanavond dik, er is duidelijk meer oedeem.
Verzorgende Sara: Show Ze zei ook dat ze sneller kortademig is, denk je dat haar toestand nog stabiel is?
Verpleegkundige Tom: Show Ik vind van niet, dit kunnen symptomen zijn van meer decompensatie, dus ik bel de dienstdoende arts.
Verzorgende Sara: Show Goed, dan houd ik haar bloeddruk en vermoeidheid extra in de gaten tot de arts belt.
Open vragen:
1. Welke symptomen van hartfalen kun je in dit gesprek horen, en ken je nog andere?
2. Wat zou jij als eerste stap doen als je bij de zorg ziet dat de enkels van een bewoner dikker zijn dan gisteren?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je werkt op een verpleegafdeling. Een patiënt met een chronische longziekte zegt: “Ik ben de laatste dagen meer benauwd.” Jij moet dit rapporteren aan de arts. Zeg kort wat je herkent en wat je ziet. (Gebruik: de kortademigheid, rapporteren, de verergering)
Ik rapporteer dat
Voorbeeld:
Ik rapporteer dat ik een verergering zie van de kortademigheid. De patiënt is sneller buiten adem bij kleine inspanning.
2. Je hebt een mevrouw met diabetes op je kamer. Je controleert haar bloedglucose en de waarde is veel te hoog. Leg aan de patiënt uit wat je doet en dat je dit gaat melden. (Gebruik: de bloedglucose, de diabetes, controleren)
Ik zie dat
Voorbeeld:
Ik zie dat de bloedglucose nu erg hoog is. Ik controleer het nog een keer en ik bel de arts om te overleggen wat we doen.
3. Je belt met de spoedafdeling over een oudere man met hartfalen. Hij heeft meer vocht in de benen en is sneller moe. Leg kort uit waarom je belt en wat je situatie is. (Gebruik: de spoedafdeling, het hartfalen, de vochtretentie)
Ik bel de spoedafdeling
Voorbeeld:
Ik bel de spoedafdeling omdat de patiënt met hartfalen meer vochtretentie in de benen heeft en erg moe is. Ik maak me zorgen en wil graag overleg over opname.
4. Je hebt dienst in de thuiszorg. Een cliënt met de ziekte van Parkinson valt nu vaker en beweegt moeilijker. Je bespreekt dit met de wijkverpleegkundige en stelt een zorgaanpassing voor. (Gebruik: de zorgaanpassing, de mobiliteitsbeperking, het behandelplan)
Ik stel een zorgaanpassing
Voorbeeld:
Ik stel een zorgaanpassing voor, omdat de mobiliteitsbeperking door de ziekte van Parkinson erger is geworden. Misschien moeten we het behandelplan aanpassen en extra fysiotherapie regelen.
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen over een situatie waarin jij bij een patiënt een verandering ziet en uitlegt welke acties jij dan onderneemt.
Nuttige uitdrukkingen:
Ik zie dat… / De situatie is stabiel/niet stabiel, omdat… / Ik controleer en rapporteer… / Daarom pas ik de zorg aan door…