Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

De melding doen — Het incident doorgeven
Iemand kalmeren — Iemand geruststellen
De situatie inschatten — Kijken wat er aan de hand is
Medische hulp inschakelen — Een hulpdienst bellen

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Korte werkinstructie: incident en agressie op de afdeling

Vul de lege plekken in: agressie, de-escaleren, aanleiding, melding, incident, incidentrapport, veiligheidsprotocollen, medische hulp

(Korte werkinstructie: incidenten en agressie op de afdeling)

Werkinstructie. Zie je of een ? Blijf rustig, houd afstand en zorg dat je collega’s weten wat er gebeurt. Probeer te : praat rustig, maak korte zinnen en bied een aparte, rustige plek aan. Als de situatie onveilig is, schakel direct in en volg de . Na afloop doe je een en vul je het in. Noteer de , wat je zag en wat je deed.

Bij een mogelijk spoedgeval: controleer bewustzijn en ademhaling. Bij hypoglykemie: geef snel suikerals de patiënt wakker is. Bij een epileptische aanval: bescherm het hoofd en haal gevaarlijke voorwerpen weg; stop niets in de mond. Bij een allergische reactie of shock: bel 112 en haal de AED als iemand niet normaal ademt.

  1. Welke stappen noemt de tekst om veilig te blijven bij agressie of een incident?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Tijdens de avonddienst werd een patiënt plots boos omdat hij langer moest wachten op zijn pijnmedicatie. Ik bleef rustig en probeerde te de-escaleren. Ik zette hem kort apart in een rustige kamer en vroeg een collega erbij. Daarna schatte ik de situatie in en deed ik de melding volgens de veiligheidsprotocollen. In het incidentrapport noteerde ik wat er gebeurde en welke stappen we namen. Er was geen lichamelijk letsel, maar we schakelden wel medische hulp in voor controle.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ het incident direct bij mijn leidinggevende.


2. De verpleegkundige ___ de situatie rustig in voordat zij de-escalereert.


3. Bij een allergische reactie ___ je meteen medische hulp in.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik schat de situatie in en blijf rustig. / De aanleiding was ... daarom heb ik ... gedaan. / Ik meld het incident en schakel zo nodig medische hulp in.

  1. Je werkt in een zorginstelling en een cliënt wordt plotseling boos en schreeuwt. Wat doe je eerst om de situatie te kalmeren?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Er is een incident geweest op jouw dienst. Welke informatie vermeld je kort in het incidentrapport?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hoi Samira,

Kun je mij vandaag nog kort mailen wat er vanmiddag rond 15:10 op kamer 12 gebeurde? De patiënt werd plots erg boos tegen de verpleegkundige. Daarna werd hij bleek en hij trilde kort. We hebben hem gekalmeerd en de arts gebeld.

Ik maak een incidentrapport. Graag kort:

  • de aanleiding
  • wat jij deed (bv. de situatie inschatten, medische hulp inschakelen)
  • of er letsel was

Dank je, groet,
Marloes (teamleider)


Hoi Samira,

Kun je mij vandaag nog kort mailen wat er vanmiddag rond 15:10 op kamer 12 gebeurde? De patiënt werd plotseling erg boos tegen de verpleegkundige. Daarna werd hij bleek en trilde hij kort. We hebben hem gekalmeerd en de arts gebeld.

Ik maak een incidentrapport. Graag kort:

  • de aanleiding
  • wat jij deed (bv. de situatie inschatten, medische hulp inschakelen)
  • of er letsel was

Dank je, groet,
Marloes (teamleider)


Nuttige zinnen:

  1. Volgens mij begon het toen ...

  2. Ik heb eerst ... en daarna ...

  3. Er was (geen) letsel, maar ...

Hoi Marloes,

Rond 15:10 op kamer 12 werd meneer boos omdat hij vond dat hij te lang moest wachten op hulp naar het toilet. Hij sprak hard en stond uit bed. Ik heb eerst de situatie ingeschat en rustig met hem gepraat. Ik vroeg hem te gaan zitten en hield afstand.

Na ongeveer één minuut werd hij bleek en trilde kort. Toen heb ik meteen medische hulp ingeschakeld: ik belde de arts en vroeg een collega om bij de patiënt te blijven. We hebben hem gekalmeerd en de vitale functies gecontroleerd.

Er was geen letsel en niemand is gevallen.

Groet,
Samira