Verpleegkunde 1 - Mijn rol en werkplek
Verpleegkunde 1 - Mijn rol en werkplek

Verpleegkunde 1 - Mijn rol en werkplek - Oefeningen

Mijn rol en werkplek


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

De verpleegafdeling — De afdeling met bedden voor patiënten
De polikliniek — De afdeling voor afspraken zonder opname
De wachtkamer — De ruimte waar patiënten wachten tot ze aan de beurt zijn
De patiëntenkamer — De kamer waar een patiënt slaapt en ligt

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Mijn rol in het ziekenhuis

Vul de lege plekken in: diploma, dienstoverdracht, verpleegafdeling, buddy, infuus, opleiding, monitor, rolstoel, hygiënevoorschriften, werkuniform

(Mijn rol in het ziekenhuis)

Ik ben Mariela en ik werk sinds één jaar in een ziekenhuis in Utrecht. In mijn land was ik arts, maar in Nederland werk ik nu als verpleegkundige in opleiding. Ik heb al een uit mijn land en ik doe hier een extra . Twee dagen per week heb ik les, de andere dagen werk ik op de interne geneeskunde.

Mijn afdeling ligt op de vierde etage. Wij werken daar met een -systeem: een vaste collega helpt mij met moeilijke situaties. Samen doen we de en daarna maken we de ronde. Ik controleer het en de bij de patiënten en ik help mensen in en uit het bed of in de . In de kast naast de balie ligt mijn . Ik draag ook veiligheidsschoenen, een mondkapje en handschoenen. Tijdens mijn dienst moet ik altijd de volgen. Als er een incident is, moet ik dat direct melden in het computersysteem en mijn buddy oproepen. Aan het einde van de dag loop ik nog één keer langs alle kamers om de patiënten rustig achter te laten.

  1. Waarom werkt Mariela in Nederland als verpleegkundige in opleiding en niet als arts?

  2. Wat doet Mariela samen met haar buddy aan het begin van de dienst?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Vandaag is mijn eerste werkdag in het ziekenhuis als helpende op de verpleegafdeling. Ik heb een mbo-diploma en loop mee met een ervaren verpleegkundige. Eerst laat zij mij de spoedeisende hulp en de polikliniek zien. Daarna gaan we naar een patiëntenkamer met een ziekenhuisbed, een nachtkastje en een monitor. In de behandelkamer leer ik de bloeddrukmeter en de infuusstandaard klaarzetten. Ik draag een medisch uniform en veiligheidschoenen omdat ik soms met een rolstoel of brancard help.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ mij elke ochtend om in de kleedkamer voordat ik naar de verpleegafdeling ga.


2. Op de spoedeisende hulp ___ de verpleegkundige ieder uur de monitor en het infuus.


3. Met toestemming van de arts ___ ik het medicijn via het infuus toe.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Op mijn afdeling liggen vooral ... / Ik werk samen met ... en mijn taken zijn ... / Ik leg eerst uit waar ... staat en hoe ... werkt

  1. Kunt u kort vertellen welke opleiding u heeft gedaan en wat uw taken in het ziekenhuis zijn?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Kunt u uw afdeling beschrijven: welke patiënten liggen daar en met welke collega’s werkt u samen?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. U werkt op de verpleegafdeling. Welke twee apparaten of hulpmiddelen gebruikt u dagelijks en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Een nieuwe patiënt komt op de kamer. Hoe legt u kort uit waar het bed, de monitor en de knop voor hulp zijn?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Onderwerp: Jouw eerste weken op de verpleegafdeling

Beste collega,

Welkom in ons ziekenhuis en gefeliciteerd met je diploma verpleegkunde. Vanaf volgende week werk je op de verpleegafdeling Interne Geneeskunde. In de toekomst kun je misschien een specialisatie doen, bijvoorbeeld in de spoedeisende hulp of op de operatiekamer.

In de eerste week loop je mee met een ervaren collega. Je leert dan de afdeling kennen: de wachtkamer, de ontvangstbalie, de bedden, de rolstoelen en de brancards. Ook oefenen jullie met de monitor, de infuusstandaard en de röntgenafdeling.

Je dienstrooster voor de eerste week:

  • Maandag: 07.00 – 15.30 uur
  • Dinsdag: 07.00 – 15.30 uur
  • Donderdag: 13.30 – 22.00 uur

Wil je mij in een e-mail kort vertellen:

  • wat voor opleiding je precies hebt gedaan,
  • of je al in een ziekenhuis hebt gewerkt,
  • of dit dienstrooster voor jou goed is.

Als je nog vragen hebt over het uniform, de beschermende kleding (bijvoorbeeld handschoenen en mondmasker) of over de patiëntenzorg, kun je die ook in je mail zetten.

Met vriendelijke groet,
Marieke van den Berg
Afdelingshoofd Verpleegafdeling Interne Geneeskunde


Onderwerp: Jouw eerste weken op de verpleegafdeling

Beste collega,

Welkom in ons ziekenhuis en gefeliciteerd met je diploma verpleegkunde. Vanaf volgende week kom je werken op de verpleegafdeling Interne Geneeskunde. In de toekomst kun je misschien een specialisatie volgen, bijvoorbeeld op de spoedeisende hulp of op de operatiekamer.

In de eerste week loop je mee met een ervaren collega. Je leert dan de afdeling kennen: de wachtkamer, de ontvangstbalie, de bedden, de rolstoelen en de brancards. Ook oefen je met de monitor, de infuusstandaard en de röntgenafdeling.

Je dienstrooster voor de eerste week:

  • Maandag: 07.00 – 15.30 uur
  • Dinsdag: 07.00 – 15.30 uur
  • Donderdag: 13.30 – 22.00 uur

Wil je mij in een e-mail kort vertellen:

  • wat voor opleiding je precies hebt gevolgd,
  • of je al in een ziekenhuis hebt gewerkt,
  • of dit dienstrooster voor jou geschikt is.

Als je nog vragen hebt over het uniform, de beschermende kleding (bijvoorbeeld handschoenen en mondmasker) of over de patiëntenzorg, kun je die ook in je mail zetten.

Met vriendelijke groet,
Marieke van den Berg
Afdelingshoofd Verpleegafdeling Interne Geneeskunde


Nuttige zinnen:

  1. Bedankt voor uw e-mail over…

  2. Mijn opleiding is… en ik heb (geen) ervaring in…

  3. Het dienstrooster is (niet) goed voor mij, omdat…

Beste mevrouw Van den Berg,

Bedankt voor uw e-mail en de informatie over de verpleegafdeling en het dienstrooster.

Mijn opleiding is hbo-verpleegkunde. In mijn laatste jaar had ik stage op een interne verpleegafdeling en twee maanden op de spoedeisende hulp. In mijn land heb ik ook één jaar in een klein ziekenhuis gewerkt.

Het dienstrooster voor de eerste week is goed voor mij. De tijden zijn duidelijk. Ik kan op maandag, dinsdag en donderdag werken.

Ik heb nog één vraag over de kleding. Krijg ik het uniform, de schort en de beschermende kleding van het ziekenhuis, of moet ik zelf iets meenemen, bijvoorbeeld veiligheidsschoeisel?

Met vriendelijke groet,

[Je voornaam en achternaam]