Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk woord aan de juiste definitie.

De bètablokker: Een medicijn dat het hartritme verlaagt en de bloeddruk vermindert.
De intramusculaire injectie: Een injectie die je in de spier geeft, niet in de huid.
De ventrogluteale injectieplaats: Een veilige plek op de heup om bij volwassenen IM te injecteren.
Het medicatieoverzicht: Een lijst met alle medicijnen die een cliënt gebruikt en de dosering.
De spierzwakte: Toestand waarin iemand minder spierkracht heeft en sneller vermoeid raakt.

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Medicatiecontrole op de afdeling cardiologie

Vul de lege plekken in: bètablokkers, spiervolume, injectie, ondervoeding, hartslag, bloeddruk, deltoïde, contra-indicaties, bijwerkingen, ventrogluteale

(Medicatiecontrole op de cardiologieafdeling)

Op de afdeling cardiologie bereidt verpleegkundige Mira de medicatieronde voor. Ze controleert de lijst met voor patiënten met hoge bloeddruk en een snelle . Bij elke patiënt leest ze de en vraagt ze naar eventuele , zoals duizeligheid of extreme vermoeidheid. Als een patiënt nieuwe klachten meldt, noteert Mira dit in het dossier en overlegt ze met de arts over mogelijke .

Daarna moet Mira een intramusculaire toedienen bij een oudere patiënt met duidelijke tekenen van : hij is veel afgevallen en heeft weinig spiermassa. Ze beoordeelt het en kiest daarom niet voor de spier, maar voor de steekplaats. Voor de injectie controleert zij zorgvuldig de injectieplaats en let ze op de juiste naaldhoek. Na het toedienen observeert ze de patiënt een paar minuten en legt rustig uit waarom de medicatie belangrijk is en hoe goede dieetadherentie kan helpen om zijn voedingstoestand en algemene gezondheid te verbeteren.

  1. Waarom controleert Mira de bloeddruk en vraagt zij naar bijwerkingen bij elke patiënt?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Tijdens mijn huisbezoek bij meneer De Vries controleer ik eerst het medicatieoverzicht. Hij gebruikt een bètablokker als bloeddrukverlager, maar hij klaagt over duizeligheid en een traag hartritme. Daarom maak ik een risico-inschatting en overleg ik met de huisarts, want dit kan een bijwerking zijn of een contra-indicatie. Daarna geef ik een intramusculaire injectie. Omdat hij weinig spiermassa heeft, kies ik niet voor de deltaspier maar voor de ventrogluteale injectieplaats en gebruik ik een passende naaldlengte. Ik zie ook ondervoedingskenmerken: gewichtsverlies en spierzwakte. We spreken af dat ik zijn voedingsinname ga monitoren en hem praktisch voedingsadvies geef, zodat hij het dieet beter kan aanhouden.
Waar Onwaar

Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Onderwerp: Medicatie en voeding mevrouw Van Dijk (kamer 12)

Beste verpleegkundige,

Ik heb de laatste bloeddrukwaarden van mevrouw Van Dijk gezien. Ze gebruikt sinds twee weken een bètablokker. Kunt u observeren of ze klachten heeft, zoals duizeligheid of extreme vermoeidheid, en dit rapporteren in uw antwoord?

Ook maak ik mij zorgen over haar voedingsinname. Ze is in korte tijd veel afgevallen. Wilt u kort beschrijven:

  • hoeveel ze ongeveer eet en drinkt per dag;
  • of u tekenen van ondervoeding ziet;
  • of het nodig is om het zorgplan aan te passen.

Met vriendelijke groet,
dr. Jansen
huisarts


Onderwerp: Medicatie en voeding mevrouw Van Dijk (kamer 12)

Beste verpleegkundige,

Ik heb de laatste bloeddrukwaarden van mevrouw Van Dijk gezien. Ze gebruikt sinds twee weken een bètablokker. Kunt u observeren of zij klachten heeft, zoals duizeligheid of extreme vermoeidheid, en dit rapporteren in uw antwoord?

Daarnaast maak ik mij zorgen over haar voedingsinname. Zij is in korte tijd veel afgevallen. Wilt u kort beschrijven:

  • hoeveel ze ongeveer eet en drinkt per dag;
  • of u tekenen van ondervoeding ziet;
  • of het nodig is het zorgplan aan te passen.

Met vriendelijke groet,
dr. Jansen
huisarts


Nuttige zinnen:

  1. Naar aanleiding van uw e-mail kan ik u melden dat…

  2. Wat betreft de voedingsinname van mevrouw Van Dijk…

  3. Ik stel voor om het zorgplan als volgt aan te passen:

Beste dr. Jansen,

Naar aanleiding van uw e-mail kan ik u het volgende melden over mevrouw Van Dijk.

Sinds de start van de bètablokker is haar bloeddruk lager en regelmatig. Ze klaagt soms over lichte duizeligheid bij het opstaan, maar geen extreme vermoeidheid. We blijven dit dagelijks observeren en noteren het in het dossier.

Wat betreft de voedingsinname: ze eet ongeveer de helft van haar hoofdmaaltijden op en drinkt 1 à 1,5 liter per dag. Ze is in de laatste maand 3 kilo afgevallen en haar kleding zit losser. Dit past bij beginnende ondervoeding.

Ik stel voor om het zorgplan aan te passen: extra energierijke tussendoortjes, weegmoment elke week en een consult bij de diëtist. Als u akkoord bent, voer ik deze aanpassingen in.

Met vriendelijke groet,

[Je naam]
Verpleegkundige, afdeling somatiek