Previous Next Nursing 4 - Handovers and Reports Nursing 4 - Handovers and Reports - Vocabulary Overdrachten en rapportages Student worksheet Vocabulary (18) Dutch Dutch English English Training De overdracht (de overdracht) — korte rapportage bij shiftwissel Show Handover — short report at shift change Show Overdrachtdoelen (de overdrachtdoelen) — wat de volgende zorgverlener moet weten en doen Show Handover goals — what the next caregiver needs to know and do Show Het zorgdossier (het zorgdossier) — medische en verpleegkundige gegevens van de patiënt Show Care record — patient's medical and nursing information Show Het incident (het incident) — onverwachte gebeurtenis tijdens zorg Show Incident — unexpected event during care Show De observatie (de observatie) — wat is gezien of gemeten Show Observation — what was seen or measured Show De observatieperiode (de observatieperiode) — tijdsduur van monitoring Show Observation period — duration of monitoring Show Het vitale teken (het vitale teken) — bloeddruk, hartslag, temperatuur Show Vital sign — blood pressure, heart rate, temperature Show De toestand (de toestand) — huidige algemene gezondheidssituatie Show Condition/status — current overall health situation Show Toestand stabiel / onstabiel (Toestand stabiel / onstabiel) — korte beschrijving van stabiliteit Show Stable / unstable condition — brief description of stability Show Palliatief / curatief (Palliatief / curatief) — doel van zorg: symptoomgericht of genezend Show Palliative / curative — goal of care: symptom-focused or curative Show De verzorging (de verzorging) — dagelijkse zorghandelingen (wondverzorging, hygiëne) Show Care — daily care tasks (wound care, hygiene) Show De medicatie (de medicatie) — geneesmiddelen en wijze van toediening Show Medication — medicines and method of administration Show Bloedsuiker (de bloedsuiker) — belangrijke meetwaarde, relevant bij diabetes Show Blood sugar — important measurement, relevant for diabetes Show Aangegeven pijn (Aangegeven pijn) — patiënt meldt pijn, schaal of locatie noemen Show Reported pain — patient reports pain; mention scale or location Show Niet toegepast / toegepast (Niet toegepast / toegepast) — instructies of behandelingen uitgevoerd of niet Show Not applied / applied — instructions or treatments carried out or not Show Rapporteren (Rapporteren) — feiten en observaties schriftelijk of mondeling doorgeven Show Report — convey facts and observations in writing or verbally Show Noteren (Noteren) — informatie in het dossier schrijven Show Record/note — write information in the patient record Show Toedienen (Toedienen) — medicatie of behandeling geven aan de patiënt Show Administer — give medication or treatment to the patient Show