Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

Prendre ses médicaments — Les prendre tous les jours (Prendre ses médicaments — Ze elke dag innemen)
Surveiller les signes vitaux — Contrôler la tension artérielle (Surveiller les signes vitaux — De vitale functies controleren)
Adapter le traitement — Modifier le traitement (Adapter le traitement — De behandeling aanpassen)
Avoir de la dyspnée — Avoir du mal à respirer (Avoir de la dyspnée — Moeite hebben met ademhalen)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Note de service : suivi des patients avec maladie chronique

Vul de lege plekken in: démence, dyspnée, œdèmes, rhumatismale, aggravation, gonflées, diabète, bilan sanguin, BPCO, insuffisance cardiaque

(Dienstmededeling: opvolging van patiënten met een chronische aandoening)

Cabinet infirmier – Note de servicePour les visites à domicile, vérifiez si la maladie chronique du patient est stable ou s’il y a une . En cas de , demandez si les médicaments sont pris quotidiennement et notez les résultats récents du si le patient les a. Pour la , observez la respiration et demandez s’il y a plus d’essoufflement que d’habitude.

Attention aux signes d’ : fatigue, prise de poids rapide, jambes et essoufflement. Les peuvent indiquer une insuffisance cardiaque droite. Une importante peut être liée à une insuffisance cardiaque gauche. Chez les patients atteints de ou de Parkinson, évaluez l’autonomie et la sécurité à la maison. Si un patient décrit des douleurs et des raideurs, pensez à une maladie et adaptez les conseils en fonction du traitement de fond.
Verpleegkundig kantoor – Dienstmededeling (Frankrijk)

Bij huisbezoeken controleert u of de chronische aandoening van de patiënt stabiel is of dat er sprake is van een verslechtering. Bij diabetes vraagt u of de medicatie dagelijks wordt ingenomen en noteert u recente resultaten van bloedonderzoek als de patiënt die heeft. Bij COPD observeert u de ademhaling en vraagt u of er meer kortademigheid is dan gewoonlijk.

Let op tekenen van hartfalen: vermoeidheid, snelle gewichtstoename, gezwollen benen en kortademigheid. Oedeem kan wijzen op rechtszijdig hartfalen. Ernstige dyspneu kan verband houden met linkszijdig hartfalen. Bij patiënten met dementie of Parkinson beoordeelt u de zelfstandigheid en de veiligheid in huis. Als een patiënt pijn en stijfheid beschrijft, denk aan een reumatische aandoening en pas het advies aan op basis van de onderhoudsbehandeling.

  1. Quels signes évoquent une insuffisance cardiaque et que faut-il noter lors de la visite ?

    (Welke tekenen wijzen op hartfalen en wat moet u noteren tijdens het bezoek?)

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Je te laisse un message sur deux patients. Monsieur Lefèvre a une BPCO. Il est stable, mais aujourd’hui il a plus de dyspnée, donc possible exacerbation. Je surveille ses signes vitaux et je lui rappelle de prendre son traitement de fond régulièrement. Madame Girard a une insuffisance cardiaque droite et elle a des œdèmes aux chevilles. On doit adapter son traitement et le médecin demande aussi un bilan sanguin.
(Ik laat je een bericht achter over twee patiënten. Meneer Lefèvre heeft COPD. Hij is stabiel, maar vandaag heeft hij meer dyspneu, dus mogelijk een exacerbatie. Ik houd zijn vitale functies in de gaten en herinner hem eraan zijn onderhoudsbehandeling regelmatig in te nemen. Mevrouw Girard heeft rechtszijdig hartfalen en heeft oedeem aan de enkels. We moeten haar behandeling aanpassen en de arts vraagt ook om een bloedonderzoek.)
Waar Onwaar

(De zorgverlener denkt dat de ademhalingsstaat van Meneer Lefèvre vandaag kan verslechteren.)

(Mevrouw Girard heeft geen oedeem en vooral ademhalingsproblemen.)

(De arts vraagt een bloedonderzoek voor Mevrouw Girard.)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Si vous avez de la dyspnée, vous ___ surveiller vos signes vitaux.

(Als u kortademigheid heeft, u ___ uw vitale functies in de gaten houden.)

2. Avec la BPCO, il est important de ___ les médicaments régulièrement.

(Bij COPD is het belangrijk ___ de medicijnen regelmatig in te nemen.)

3. Aujourd’hui, l’infirmière ___ l’autonomie de la patiente atteinte de démence.

(Vandaag ___ de verpleegkundige de zelfredzaamheid van de patiënte met dementie.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

En général, je surveille… / Il faut prendre le traitement de fond régulièrement. / Aujourd’hui les symptômes sont plus importants, il faut adapter le traitement.

  1. Vous travaillez avec un patient atteint d’une maladie chronique (par exemple diabète ou BPCO) : que vérifiez-vous chaque jour et pourquoi ?
    U werkt met een patiënt met een chronische ziekte (bijvoorbeeld diabetes of COPD): wat controleert u elke dag en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Un patient avec une insuffisance cardiaque a plus de dyspnée et des œdèmes depuis deux jours : que faites-vous en premier et que dites-vous au patient ?
    Een patiënt met hartfalen heeft sinds twee dagen meer kortademigheid en oedeem: wat doet u als eerste en wat zegt u tegen de patiënt?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Objet : Rendez-vous de suivi

Bonjour Mme Martin,

Je suis Julie, secrétaire du cabinet du Dr Nguyen. Le médecin souhaite faire un point sur votre diabète et votre essoufflement récent. Pouvez-vous venir la semaine prochaine ? Nous proposons :

  • mardi 9h30
  • jeudi 16h

Il faudra aussi un petit bilan sanguin avant la consultation. Dites-moi quel créneau vous convient.

Cordialement,
Julie Morel


Onderwerp : Vervolgafspraak

Dag mevrouw Martin,

Ik ben Julie, secretaresse van de praktijk van dr. Nguyen. De arts wil uw diabetes en uw recente kortademigheid bespreken. Kunt u volgende week komen? Wij stellen de volgende momenten voor:

  • dinsdag 9:30
  • donderdag 16:00

Er is ook een klein bloedonderzoek nodig vóór het consult. Laat me weten welk tijdstip u uitkomt.

Met vriendelijke groet,
Julie Morel


Nuttige zinnen:

  1. Je peux venir… (mardi/jeudi) à…, est-ce que c’est possible ?

    (Ik kan komen… (dinsdag/donderdag) om…, is dat mogelijk?)

  2. Dois‑je prendre rendez‑vous au laboratoire pour le bilan sanguin ?

    (Moet ik een afspraak maken bij het laboratorium voor het bloedonderzoek?)

  3. Depuis quelques jours, j’ai… (dyspnée/œdèmes), mais je prends mes médicaments régulièrement.

    (Sinds een paar dagen heb ik… (kortademigheid/oedeem), maar ik slik mijn medicijnen regelmatig.)

Bonjour Mme Morel,

Merci pour votre message. Je peux venir jeudi à 16h, si ce créneau est encore libre.
Dois‑je prendre rendez‑vous au laboratoire pour le bilan sanguin et faut‑il être à jeun ?
Depuis une semaine, j’ai un peu de dyspnée quand je monte les escaliers, mais je prends mes médicaments régulièrement.

Cordialement,
Mme Martin

Dag mevrouw Morel,

Dank voor uw bericht. Ik kan donderdag om 16:00 komen, als dat tijdstip nog vrij is.
Moet ik een afspraak maken bij het laboratorium voor het bloedonderzoek en moet ik nuchter zijn?
Sinds een week heb ik wat kortademigheid als ik de trap opga, maar ik slik mijn medicatie regelmatig.

Met vriendelijke groet,
Mevrouw Martin