1. Woordenschat (17)

Le réveil Show

De wekker Show

La sieste Show

Het middagdutje Show

Le petit-déjeuner Show

Het ontbijt Show

La toilette Show

Het wassen / de persoonlijke verzorging Show

La mobilité Show

De mobiliteit Show

L'équilibre Show

Het evenwicht Show

La chute Show

De val Show

La douleur Show

De pijn Show

La fatigue Show

De vermoeidheid Show

La poignée (de porte) Show

De deurklink Show

S'asseoir doucement Show

Zacht gaan zitten Show

Soutenir (quelqu'un) Show

Iemand ondersteunen Show

Aider à se lever Show

Helpen opstaan Show

Encourager à marcher Show

Aanmoedigen om te lopen Show

Faire des exercices doux Show

Zachte oefeningen doen Show

Prendre des médicaments Show

Medicatie innemen Show

Prévenir les chutes Show

Vallen voorkomen Show

2. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Aider Madame Martin à rester autonome

Woorden om te gebruiken: peau, toilette, hydrater, petit-déjeuner, équilibre, toilette, se laver, s’habiller

(Mevrouw Martin helpen zelfstandig te blijven)

Aujourd’hui, Claire, infirmière à domicile, rend visite à Madame Martin, 82 ans. Elle commence par regarder comment se passe la du matin. Madame Martin peut le visage et les mains seule, mais Claire l’aide pour la intime et pour . Elle vérifie aussi la de la patiente et lui met une crème pour bien la peau.

Après la toilette, Claire prépare le dans la cuisine et accompagne Madame Martin jusqu’à la table. Elle l’aide à marcher doucement, car l’ est fragile et il faut faire attention à la prévention des chutes. Plus tard, elles font une petite promenade dans le couloir et quelques exercices légers avec les bras et les jambes. Le soir, Claire demande comment elle dort, si elle a mal quelque part et si elle fait la sieste dans la journée. Elle explique qu’un bon sommeil et un peu de mouvement chaque jour sont importants pour la mobilité et la santé de Madame Martin.
Vandaag brengt Claire, wijkverpleegkundige, een bezoek aan mevrouw Martin, 82 jaar. Ze begint met te kijken hoe de ochtendtoilette verloopt. Mevrouw Martin kan haar gezicht en handen zelf wassen, maar Claire helpt haar bij de intieme verzorging en bij het aankleden. Ze controleert ook de huid van de patiënte en brengt een crème aan om de huid goed te hydrateren.

Na de toiletbeurt bereidt Claire het ontbijt in de keuken en begeleidt mevrouw Martin naar de tafel. Ze helpt haar rustig te lopen, want het evenwicht is fragiel en er moet gelet worden op valpreventie. Later maken ze een korte wandeling in de gang en doen ze enkele lichte oefeningen met armen en benen. ’s Avonds vraagt Claire hoe ze slaapt, of ze ergens pijn heeft en of ze overdag een dutje doet. Ze legt uit dat een goede nachtrust en elke dag wat beweging belangrijk zijn voor de mobiliteit en de gezondheid van mevrouw Martin.

  1. Pourquoi Claire vérifie-t-elle la peau de Madame Martin pendant la toilette du matin ?

    (Waarom controleert Claire de huid van mevrouw Martin tijdens de ochtendtoilet?)

  2. Comment Claire aide-t-elle Madame Martin pour se déplacer dans l’appartement ?

    (Hoe helpt Claire mevrouw Martin zich in het appartement te verplaatsen?)

  3. Que dit Claire sur l’importance du sommeil et du mouvement pour Madame Martin ?

    (Wat zegt Claire over het belang van slaap en beweging voor mevrouw Martin?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Chaque matin, vous ___ à 7 heures et vous vous levez doucement pour éviter de tomber.

(Elke ochtend ___ u om 7 uur wakker en staat u langzaam op om niet te vallen.)

2. Avant le petit-déjeuner, le patient ___ les dents et se lave les mains dans la salle de bain.

(Voor het ontbijt ___ de patiënt zijn tanden en wast hij zijn handen in de badkamer.)

3. Dans l’après-midi, nous ___ des exercices doux pour améliorer la mobilité et l’équilibre.

(In de namiddag ___ we zachte oefeningen om de mobiliteit en het evenwicht te verbeteren.)

4. Le soir, je vous ___ à vous asseoir dans le fauteuil et je vous rappelle vos médicaments pour la nuit.

(ʼs Avonds ___ ik u om in de stoel te gaan zitten en herinner ik u aan uw medicijnen voor de nacht.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vous êtes aide à domicile. Le soir, vous parlez avec une dame âgée de sa nuit dernière. Vous lui posez une question et vous répondez aussi un peu. (Utilisez : le sommeil, bien dormir, se réveiller la nuit.)

(U bent thuiszorgmedewerker. 's Avonds praat u met een oudere mevrouw over haar nacht van gisteren. U stelt haar een vraag en geeft ook zelf een kort antwoord. (Gebruik: de slaap, goed slapen, 's nachts wakker worden.))

Pour le sommeil,  

(Wat betreft de slaap, ...)

Voorbeeld:

Pour le sommeil, je pense que le plus important est d’avoir un bon rythme et de ne pas regarder la télévision trop tard.

(Wat betreft de slaap vind ik dat het belangrijkste is een goed dag‑nachtritme te hebben en 's avonds niet te lang televisie te kijken.)

2. Vous travaillez dans une résidence pour seniors. Un monsieur a du mal à marcher seul. Vous lui proposez de l’aider à marcher dans le couloir. (Utilisez : marcher avec assistance, la canne ou le déambulateur, doucement.)

(U werkt in een woonzorgcentrum voor senioren. Een heer heeft moeite om alleen te lopen. U biedt aan hem te helpen in de gang te lopen. (Gebruik: lopen met hulp, de stok of de rollator, langzaam.))

On peut marcher avec  

(We kunnen samen lopen met ...)

Voorbeeld:

On peut marcher avec assistance dans le couloir, je reste à côté de vous et nous allons doucement.

(We kunnen met hulp in de gang lopen; ik blijf naast u en we gaan rustig en langzaam.)

3. Vous aidez votre grand-mère à la maison. Elle a peur de tomber dans la salle de bain. Vous expliquez ce que vous faites pour prévenir les chutes. (Utilisez : prévenir les chutes, la douche, être prudent.)

(U helpt uw grootmoeder thuis. Ze is bang om in de badkamer te vallen. U legt uit wat u doet om vallen te voorkomen. (Gebruik: vallen voorkomen, de douche, voorzichtig zijn.))

Pour prévenir les chutes,  

(Om vallen te voorkomen, ...)

Voorbeeld:

Pour prévenir les chutes, je mets un tapis antidérapant dans la douche et je reste près d’elle pour l’aider si besoin.

(Om vallen te voorkomen leg ik een antislipmat in de douche en blijf ik dicht bij haar om te helpen als dat nodig is.)

4. Le matin, vous parlez avec un patient âgé après le petit-déjeuner. Vous l’encouragez à faire des exercices légers pour rester en forme. (Utilisez : faire des exercices légers, tous les jours, les jambes.)

(In de ochtend praat u met een oudere patiënt na het ontbijt. U moedigt hem aan om lichte oefeningen te doen om fit te blijven. (Gebruik: lichte oefeningen doen, elke dag, de benen.))

Pour faire des exercices légers,  

(Om lichte oefeningen te doen, ...)

Voorbeeld:

Pour faire des exercices légers, vous pouvez lever les jambes doucement en position assise et répéter cela tous les jours.

(Om lichte oefeningen te doen kunt u zittend de benen rustig optillen en dit elke dag herhalen.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Beschrijf in 4 of 5 zinnen jouw routine wanneer je een oudere persoon helpt: bijvoorbeeld bij de toiletbeurt, de maaltijden of bij het lopen.

Nuttige uitdrukkingen:

D’abord, j’aide la personne à… / Ensuite, nous faisons… / Je fais attention à… / C’est important pour sa santé parce que…