B1.39 - Functietitels en bedrijfsstructuur
Functietitels en bedrijfsstructuur
2. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Interne memo: nieuwe bedrijfsstructuur bij TechNova
Woorden om te gebruiken: algemeen, delegeren, organigram, afdelingsmanager, bedrijfsstructuur, overlegmoment, teamleider, besluitvorming, mandaat
(Interne memo: nieuwe bedrijfsstructuur bij TechNova)
Per 1 januari past TechNova haar aan. De directeur blijft eindverantwoordelijk, maar de financiële afdeling en HR-afdeling krijgen meer om zelfstandig beslissingen te nemen. In het nieuwe is duidelijk te zien wie aan wie rapporteert. Elke heeft nu één vaste die het dagelijkse werk aanstuurt en wekelijks terugkoppelt in een kort .
Het doel van de nieuwe structuur is snellere en een betere taakverdeling. De HR-manager voert voortaan alle functioneringsgesprekken, in overleg met de direct leidinggevende. Projectmanagers krijgen meer bevoegdheid om budgetten te verdelen, zolang zij dit vooraf afstemmen met de financieel directeur. Van alle leidinggevenden wordt verwacht dat zij ondernemend zijn, goed kunnen en transparant zijn over de rapportagelijnen binnen hun team.
-
Waarom krijgen de financiële afdeling en de HR-afdeling meer mandaat in de nieuwe structuur?
-
Welke rol heeft de teamleider volgens de memo, en aan wie koppelt hij of zij terug?
-
Wat verandert er rond de functioneringsgesprekken in de nieuwe werkwijze?
-
Welke kwaliteiten worden er van leidinggevenden verwacht in dit bedrijf, en vind jij dat passend bij jouw werkcultuur? (Leg uit.)
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Nieuw organigram op de afdeling
Afdelingsmanager Marieke: Show Samir, je hebt het nieuwe organigram al gezien, toch?
Medewerker Samir: Show Ja, ik heb het bekeken, maar ik vind de nieuwe bedrijfsstructuur nog een beetje onduidelijk.
Afdelingsmanager Marieke: Show Begrijp ik, de rapportagelijn verandert: je rapporteert niet meer direct aan mij, maar aan de nieuwe teamleider, Jasper.
Medewerker Samir: Show Oké, en wie heeft dan de bevoegdheid om over mijn projecten te beslissen, jij of Jasper?
Afdelingsmanager Marieke: Show Jasper krijgt het mandaat voor de dagelijkse besluitvorming, ik stuur de teamleiders aan en bewaak de taakverdeling in de hele afdeling.
Medewerker Samir: Show Helder, dan plan ik graag een overlegmoment met Jasper om te bespreken welke projecten ik kan oppakken, ik wil daar graag ondernemend in zijn.
Afdelingsmanager Marieke: Show Goed idee, en in je volgende functioneringsgesprek kijken we samen of deze nieuwe hiërarchie voor jou goed werkt.
Open vragen:
1. Waarom vindt Samir het belangrijk om te weten wie zijn nieuwe rapportagelijn is?
2. Hoe ziet de hiërarchie eruit op jouw werk, en vind je die duidelijk?
3. Met wie heb jij meestal overlegmomenten op je werk, en waar gaan die gesprekken over?
4. Hoe zou jij reageren als je functie verandert zonder dat je daarover wordt geraadpleegd?
Projectmanager stemt af met stakeholder
Projectmanager Linda: Show Erik, voordat we starten met het project, wil ik de hiërarchie en de besluitvorming nog even helder maken.
Stakeholder Erik: Show Graag, ik zie in jullie organigram een algemeen directeur, een financieel directeur en een HR‑manager, maar wie neemt nu echt de beslissingen over dit project?
Projectmanager Linda: Show Ik heb het mandaat van de directie om het project aan te sturen en taken te delegeren aan de teamleiders van IT en marketing.
Stakeholder Erik: Show En als er extra budget nodig is, gaat dat dan via jou of rechtstreeks via de financieel directeur?
Projectmanager Linda: Show Eerst via mij; ik maak een voorstel, bespreek dat in het wekelijkse overlegmoment met de directie en koppel de beslissing daarna direct aan jou terug.
Stakeholder Erik: Show Prima, dan weet ik via welke rapportagelijn ik feedback moet geven en bij wie ik aan de bel trek als er iets misgaat.
Open vragen:
1. Welke afspraken maken Linda en Erik over de besluitvorming in het project?
2. Waarom is het voor Erik belangrijk om te weten wie welk mandaat heeft?
3. Hoe is de leiderschapscultuur op jouw werk: wordt er veel gedelegeerd of beslist de directeur alles zelf?
4. Wat vind jij een goede manier om met verschillende stakeholders te overleggen in een ingewikkeld project?
Oefening 3: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 8 tot 10 zinnen over hoe de hiërarchie en taakverdeling in jouw eigen organisatie (of een eerdere baan) zijn geregeld en wat jij daar goed of minder goed aan vindt.
Nuttige uitdrukkingen:
In mijn organisatie is de structuur zo dat … / De belangrijkste leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor … / Een voordeel van deze taakverdeling is dat … / Ik zou graag zien dat er meer/minder mandaat is voor …