Praat over de voedingsstoffen en bestanddelen van voedingsmiddelen
Praat over je dagelijkse voedingspatroon
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Grammatica: Betrekkelijk voornaamwoord (waar + voorzetsel, wie)
Gebruik van waar en wie in relatieve bijzinnen om extra informatie te geven over een zelfstandig naamwoord.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.