2. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Informatiebrief van de gemeente over zorg aan huis
Woorden om te gebruiken: Wmo-loket, mantelzorger, hulpverlening, zorgcoördinator, indicatiecommissie, respijtzorg, Wmo-voorziening, begeleiding, indicatie
(Informatief bericht van de gemeente over zorg aan huis)
Door de ziekte van zijn moeder kan Tom het werk en de zorg voor haar niet meer combineren. Daarom neemt hij contact op met het van de gemeente. Een medewerker plant een huisbezoek. Tijdens dit gesprek bekijkt een welke ondersteuning nodig is: huishoudelijke hulp, bij afspraken of een paar uur per week , zodat Tom even vrij heeft. Daarna krijgt hij een brief met de en een voorstel voor een .
In de brief staat dat een samen met Tom de gaat regelen. Zij bespreken welke taken de blijft doen en wat de thuiszorg overneemt. Ze maken ook een zorgovereenkomst, waarin staat hoeveel uur zorg per week wordt gegeven en hoe vaak zij samen evalueren. Tom leest dat hij misschien recht heeft op zorgtoeslag en dat hij zich binnen twee weken moet aanmelden bij de gekozen organisatie voor dagopvang voor zijn moeder.
-
Waarom neemt Tom contact op met het Wmo-loket, en wat is volgens jou zijn grootste probleem?
-
Welke vormen van ondersteuning worden in de tekst genoemd, en welke lijken jou het meest helpend in deze situatie?
-
Wat is de rol van de zorgcoördinator in dit proces, en waarom is dat belangrijk voor Tom?
-
Ken je een situatie waarin familie de zorg niet meer alleen kon dragen? Hoe is dat toen geregeld of hoe zou jij dat willen regelen?
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 8 tot 10 zinnen over hoe jij zorg aan huis zou regelen als een ouder of familielid plotseling extra hulp nodig heeft, en welke ondersteuning jij zelf zou willen ontvangen.
Nuttige uitdrukkingen:
Ik zou eerst contact opnemen met ... / De grootste zorg voor mij zou zijn dat ... / Ik vind het belangrijk om goed af te stemmen met ... / Ik denk dat ik zelf nog zou kunnen, maar voor ... heb ik hulp nodig.