B1.12 - Naar het theater gaan
B1.12 - Naar het theater gaan

B1.12 - Naar het theater gaan - Woordenschat

Naar het theater gaan


Woordenschat (17)

Het publiek Show

Het publiek Show

Het podium Show

Het podium Show

De voorstelling Show

De voorstelling Show

De dirigent Show

De dirigent Show

De acteurs aankondigen Show

De acteurs aankondigen Show

De show stelen Show

De show stelen Show

In de spotlight staan Show

In de spotlight staan Show

In de rij staan Show

In de rij staan Show

Een instrument bespelen Show

Een instrument bespelen Show

Applaudiseren Show

Applaudisseren Show

Aanmoedigen Show

Aanmoedigen Show

Repeteren Show

Repeteren Show

Uitvoeren Show

Uitvoeren Show

Spelen Show

Spelen Show

Zingen Show

Zingen Show

Acteren Show

Acteren Show

Beroemd Show

Beroemd Show

Aanmoedigen (aanmoedigen)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) moedig aan
(jij/je) moedigt aan
(hij/zij/ze/het) moedigt aan
(wij/we) moedigen aan
(jullie) moedigen aan
(zij/ze) moedigen aan

Uitvoeren (uitvoeren)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) voer uit
(jij/je) voert uit
(hij/zij/ze/het) voert uit
(wij/we) voeren uit
(jullie) voeren uit
(zij/ze) voeren uit