B1.39 - Functietitels en bedrijfsstructuur
B1.39 - Functietitels en bedrijfsstructuur

B1.39 - Functietitels en bedrijfsstructuur - Woordenschat

Functietitels en bedrijfsstructuur


Woordenschat (22)

Het advocatenkantoor Show

The law firm Show

Het administratieve departement Show

The administrative department Show

Het boekhouddepartement Show

The accounting department Show

Het HR-departement Show

The HR department Show

Het magazijn Show

The warehouse Show

Het vrije beroep Show

The liberal profession Show

De algemeen directeur Show

The general director Show

De bankmedewerker Show

The bank employee Show

De directeur Show

The director Show

De HR-directeur Show

The HR director Show

De raad van bestuur Show

The board of directors Show

De verkoopmanager Show

The sales manager Show

De assistent Show

The assistant Show

De ontwerper Show

The designer Show

De politicus Show

The politician Show

De teamleider Show

The team leader Show

De taakverdeling Show

The division of tasks Show

De vertaler Show

The translator Show

Benoemen tot Show

Appoint as Show

Beschikken over Show

To have at one's disposal Show

Bestaan uit Show

Consist of Show

Werkzaam Show

Employed Show

Benoemen tot (benoemen tot)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) benoem tot
(jij/je) benoemt tot
(hij/zij/ze/het) benoemt tot
(wij/we) benoemen tot
(jullie) benoemen tot
(zij/ze) benoemen tot

Beschikken over (beschikken over)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) beschik over
(jij/je) beschikt over
(hij/zij/ze/het) beschikt over
(wij/we) beschikken over
(jullie) beschikken over
(zij/ze) beschikken over