B1.31 - Huizenkijken en verhuizen
B1.31 - Huizenkijken en verhuizen

B1.31 - Huizenkijken en verhuizen - Woordenschat

Huizen bezichtigen en verhuizen


Woordenschat (23)

Een rijhuis Show

Een rijtjeshuis Show

Het appartementencomplex Show

Het appartementencomplex Show

Het lichte appartement Show

Het lichte appartement Show

Een appartement bezichtigen Show

Een appartement bezichtigen Show

De conciërge Show

De conciërge Show

In de buitenwijken wonen Show

In de buitenwijken wonen Show

Van adres veranderen Show

Van adres veranderen Show

Verhuizen naar Show

Verhuizen naar Show

De verhuisdoos Show

De verhuisdoos Show

Het huurcontract Show

Het huurcontract Show

De opzegtermijn Show

De opzegtermijn Show

De hypotheek Show

De hypotheek Show

De hypotheek betalen Show

De hypotheek betalen Show

De nutsvoorziening Show

De nutsvoorziening Show

De elektriciteitsrekening Show

De elektriciteitsrekening Show

De gasrekening Show

De gasrekening Show

De waterrekening Show

De waterrekening Show

Aarden naar Show

Aarden aan Show

Behoren aan Show

Behoren aan Show

Gewennen aan Show

Gewend raken aan Show

Grenzen aan Show

Grenzen aan Show

Uitkijken op Show

Uitkijken op Show

Wijzen naar Show

Wijzen naar Show

Uitkijken op (uitkijken op)

Voltooid toekomende tijd (VTTk)


(ik) zal uitgekeken hebben op
(jij/je) zal uitgekeken hebben op
(hij/zij/ze/het) zal uitgekeken hebben op
(wij/we) zullen uitgekeken hebben op
(jullie) zullen uitgekeken hebben op
(zij/ze) zullen uitgekeken hebben op

Verhuizen naar (verhuizen naar)

Voltooid toekomende tijd (VTTk)


(ik) zal verhuisd zijn naar
(jij/je) zult verhuisd zijn naar
(hij/zij/ze/het) zal verhuisd zijn naar
(wij/we) zullen verhuisd zijn naar
(jullie) zullen verhuisd zijn naar
(zij/ze) zullen verhuisd zijn naar