B1.41 - In het laboratorium
B1.41 - In het laboratorium

B1.41 - In het laboratorium - Woordenschat

In het laboratorium


Woordenschat (21)

Het chemisch symbool Show

Chemisch symbool Show

Het element Show

Element Show

De laboratoriumjas Show

Laboratoriumjas Show

De controle Show

Controle Show

De onderzoekers Show

Onderzoekers Show

De onderzoeker Show

Onderzoeker Show

Het onderzoek Show

Onderzoek Show

Het verband Show

Verband Show

De veiligheidsprocedure Show

Veiligheidsprocedure Show

Nauwkeurig Show

Nauwkeurig Show

Concluderen uit Show

Concluderen uit Show

Duiden op Show

Duiden op Show

Onderzoeken Show

Onderzoeken Show

Onderzoek doen naar Show

Onderzoek doen naar Show

Onderwerpen aan Show

Onderwerpen aan Show

Uitkomen op Show

Uitkomen op Show

Vervaardigen uit Show

Vervaardigen uit Show

Vervaardigen van Show

Vervaardigen van Show

Zich bedienen van Show

Zich bedienen van Show

Zuiveren van Show

Zuiveren van Show

Wijzen naar Show

Wijzen naar Show

Uitkomen op (uitkomen op)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben uitgekomen op
(jij/je) bent uitgekomen op
(hij/zij/ze/het) is uitgekomen op
(wij/we) zijn uitgekomen op
(jullie) zijn uitgekomen op
(zij/ze) zijn uitgekomen op

Concluderen uit (concluderen uit)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb geconcludeerd uit
(jij/je) hebt geconcludeerd uit
(hij/zij/ze/het) heeft geconcludeerd uit
(wij/we) hebben geconcludeerd uit
(jullie) hebben geconcludeerd uit
(zij/ze) hebben geconcludeerd uit