Woordenschat (23)
Ontslag nemen (ontslag nemen)
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou ontslag genomen hebben |
| (jij/je) zou ontslag genomen hebben |
| (hij/zij/ze/het) zou ontslag genomen hebben |
| (wij/we) zouden ontslag genomen hebben |
| (jullie) zouden ontslag genomen hebben |
| (zij/ze) zouden ontslag genomen hebben |
Bespreken (bespreken)
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou besproken hebben |
| (jij/je) zou besproken hebben |
| (hij/zij/ze/het) zou besproken hebben |
| (wij/we) zouden besproken hebben |
| (jullie) zouden besproken hebben |
| (zij/ze) zouden besproken hebben |