Woordenschat (22)
Doorsturen (doorsturen)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb doorgestuurd |
| (jij/je) hebt doorgestuurd |
| (hij/zij/ze/het) heeft doorgestuurd |
| (wij/we) hebben doorgestuurd |
| (jullie) hebben doorgestuurd |
| (zij/ze) hebben doorgestuurd |
Beantwoorden (beantwoorden)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb beantwoord |
| (jij/je) hebt beantwoord |
| (hij/zij/ze/het) heeft beantwoord |
| (wij/we) hebben beantwoord |
| (jullie) hebben beantwoord |
| (zij/ze) hebben beantwoord |