Imperfectum: voortdurende handelingen

Imperfectum: voortdurende handelingen


Gebruik "staan, zitten of lopen" om aan te geven dat iemand ergens mee bezig is. Deze constructie is gelijk aan 'aan het + infinitief'.

Wanneer gebruik je zitten / staan / lopen + te + infinitief?

Met deze constructie beschrijf je dat iemand op dit moment bezig is met een actie.

  • zitten + te + infinitief: je benadrukt dat iemand zit (rustig, achter een bureau, op één plek).
  • staan + te + infinitief: je benadrukt dat iemand staat (bijv. bij een apparaat, in een rij, aan een balie).
  • lopen + te + infinitief: je benadrukt dat iemand rondloopt/heen en weer beweegt (zoeken, regelen, overal tegelijk).

Vorm: zo bouw je de zin

vervoegd werkwoord + te + infinitief

Persoon/tijd Voorbeeld
nu Ik zit te bellen met de helpdesk.
nu (hij/zij) De monteur staat te wachten bij de router.
verleden We zaten te vergelijken toen de wifi uitviel.
meervoud Wij lopen te zoeken naar een beter dataplan.

Betekenis: wat voeg je toe ten opzichte van “ik werk”?

  • Ik werk = feit/algemeen (kan ook een gewoonte zijn).
  • Ik zit te werken = nu bezig én je ziet/voelt de situatie (bijv. achter laptop, focus).

Tip: gebruik dit vooral als je het beeld of de situatie wilt laten “meekijken”.

Kies het juiste werkwoord: zitten, staan of lopen?

Vraag jezelf:

  1. Is de houding/plek relevant in deze situatie?
  2. Welke houding past bij wat je ziet?
Als je dit bedoelt… Kies meestal… Voorbeeld
achter bureau, rustig bezig zitten De provider zit te werken aan een oplossing.
bij een plek/apparaat, wachten staan Ik sta te wachten tot het lampje groen wordt.
rondlopen, zoeken, regelen lopen We lopen te zoeken naar het contractnummer.

Veelgemaakte fouten (en snelle correctie)

  • Vergeet te niet
    De monteur staat wachten → De monteur staat te wachten.
  • Gebruik geen “is te” als vervanging
    De provider is te werken → De provider zit te werken / is aan het werk.
  • Let op persoonsvorm (ik/hij/wij + tijd)
    Ik loopt te zoeken → Ik loop te zoeken.

Zelfcheck: klinkt jouw zin natuurlijk?

  1. Heb ik zitten/staan/lopen goed vervoegd? (zit/zat, staan/stond, loop/liep)
  2. Staat te direct voor de infinitief?
  3. Past de gekozen houding bij de situatie (beeld)?
  1. Vervoegd werkwoord + te + infinitief.
ConstructieVoorbeeld (Volledige zin)
Zitten + te + infinitiefDe provider zit te werken aan de verbinding.
Staan + te + infinitiefDe monteur staat te wachten bij de router.
Lopen + te + infinitiefWij lopen te zoeken naar een dataplan.

Oefening 1: Grammatica in actie

Instructie: Voer een rollenspel met de provider en beschrijf wat iedereen nu doet.

Situatie
Op kantoor hapert het internet terwijl je een nieuw dataplan vergelijkt.

Bespreek
  • Wat gebeurt er precies met het dataverbruik en de verbinding?
  • Wie zit, staat of loopt er te werken aan de oplossing, volgens jou?」「Hoe zou je als gebruiker reageren als de verbinding blijft haperen?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • De provider zit te werken aan de verbinding.
  • De gebruiker staat te wachten om in te loggen.
  • Wij lopen te zoeken naar een beter dataplan.

Gebruik in gesprek
  • zitten + te + infinitief
  • staan + te + infinitief
  • lopen + te + infinitief

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Mutiara Nugroho Tri Satio

Organisatie en Management - Bedrijf en Talen

Artevelde University of Applied Sciences

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 23/04/2026 12:50