Vergelijkingen en nuancering met meer/minder/even
Haal je boekVergelijk en nuanceer verschillen en gelijkenissen met meer, minder en even...als in zinnen.
| Formule | Voorbeeld |
|---|---|
| meer + adjectief | De saus is meer pittig. |
| minder + adjectief | Deze soep is minder zout dan gisteren. |
| even + adjectief + als | De pan is even heet als gisteren. |
| net zo + adjectief + als | De tomaten zijn net zo rijp als gisteren. |
| meer/minder + zelfstandig naamwoord | Gebruik meer kruiden in het recept. |
Uitzonderingen!
- Bij een verschil of een vergelijking: meer/minder + adjectief + dan.
- Net zo...als = zelfde betekenis als even...als.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Laat de saus nog vijf minuten op laag vuur staan; dan wordt hij ___ gebonden dan nu. Laat de saus nog vijf minuten op laag vuur staan; dan wordt hij meer gebonden dan nu.
2. Doe er vandaag ___ zout in dan gisteren, want de bouillon is al behoorlijk sterk. Doe er vandaag minder zout in dan gisteren, want de bouillon is al behoorlijk sterk.
3. Deze ovenschaal is ___ groot als die op de bakplaat, dus ze passen allebei in de oven. Deze ovenschaal is even groot als die op de bakplaat, dus ze passen allebei in de oven.
4. Kneed het deeg niet langer; het is nu ___ soepel als gisteren bij de proefles. Kneed het deeg niet langer; het is nu net zo soepel als gisteren bij de proefles.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met een vergelijking: gebruik meer/minder + adjectief + dan, even/net zo + adjectief + als, of meer/minder + zelfstandig naamwoord (voorbeeld: De koffie is sterk. Gisteren was de koffie zwak. → De koffie is sterker dan gisteren).
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
-
(meer) De vergadering duurt lang. Vorige week duurde de vergadering korter.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe vergadering duurt langer dan vorige week.
-
(minder) Deze laptop is licht. Mijn oude laptop was zwaarder.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDeze laptop is lichter dan mijn oude laptop.
-
(net zo) Mijn woon-werkreis is lang. Jouw woon-werkreis is net zo lang.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMijn woon-werkreis is net zo lang als jouw woon-werkreis.
-
(even) De werkdruk is hoog. Vorige maand was de werkdruk even hoog.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe werkdruk is even hoog als vorige maand.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies per blok de juiste zin.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.