Voltooid tegenwoordige tijd met zijn

Voltooid tegenwoordige tijd met zijn


De voltooid tegenwoordige tijd met zijn gebruik je bij beweging, verandering en bij werkwoorden zoals gaan, komen, blijven en gebeuren.

Wanneer gebruik je zijn in de voltooide tijd?

In de voltooide tijd kies je bij sommige werkwoorden zijn (niet hebben).

  • Beweging / verplaatsing: je gaat van A naar B.
  • Verandering van toestand: iets wordt anders (beginnen, stoppen, worden).
  • Gebeurtenis met er: er gebeurt iets.
Type Typische werkwoorden Voorbeeld (VT)
Beweging gaan, komen We zijn naar huis gegaan.
Verandering beginnen, stoppen, worden De film is om acht uur begonnen.
Blijven (geen verplaatsing, wél toestand) blijven We zijn nog even gebleven.
Gebeurtenis met er gebeuren Er is iets gebeurd.

Vorm: stap voor stap (zodat je het snel goed zet)

  1. Kies het hulpwerkwoord: bij deze werkwoorden is dat zijn.
  2. Zet “zijn” in de juiste vorm: ben/bent/is/zijn.
  3. Zet het voltooid deelwoord achteraan: gegaan, gekomen, begonnen, gebleven, geworden, geweest, gebeurd, gestopt.

Schema: onderwerp + zijn + (rest van de zin) + voltooid deelwoord

Goed Fout (veelgemaakte fout)
De film is laat begonnen. De film heeft laat begonnen.
We zijn vroeg gegaan. We hebben vroeg gegaan.
Na afloop zijn we nog even gebleven. Na afloop hebben we nog even gebleven.

Let op bij ontkenning: waar komt niet?

In de voltooide tijd komt niet meestal voor wat je ontkent.

  • Niet + bijwoord: We zijn niet lang gebleven.
  • Niet + plaats: Hij is niet naar de première meegegaan.
  • Niet + werkwoordelijk deel (als er niets anders te ontkennen is): Dat is niet gebeurd.

Tip: het voltooid deelwoord staat vaak achteraan; niet staat dan meestal ervoor.

Snelle zelfcheck: kies ik terecht zijn?

  • Beweging? Kan ik vragen: “Waarheen?” → dan meestal zijn (gegaan/gekomen).
  • Verandering? Is er een nieuwe situatie gestart of gestopt? → zijn (begonnen/gestopt/geworden).
  • Gebeurtenis met “er”?Er isgebeurd.

Veelgebruikte combinaties (handig om te automatiseren)

Combinatie Betekenis / gebruik Voorbeeld
zijn + gegaan verplaatsing Ik ben naar de sportschool gegaan.
zijn + gekomen aankomst Zij is laat gekomen.
zijn + gebleven ergens langer zijn We zijn nog even gebleven.
zijn + begonnen start van een situatie De vergadering is al begonnen.
zijn + geworden verandering Het is ineens stil geworden.
er zijn + gebeurd gebeurtenis Er is iets geks gebeurd.
  1. De voltooide tijd van een werkwoord met zijn is: onderwerp + zijn + voltooid deelwoord.
  2. In ontkenning gebruik je vaak niet in voltooid tegenwoordige tijd.
VormVoorbeeld
zijn + geweestIk ben naar de bioscoop geweest.
zijn + gegaanWe zijn naar de cinema gegaan.
zijn + gekomenZij is laat gekomen.
zijn + begonnenDe film is begonnen.
zijn + geblevenWe zijn lang gebleven.
zijn + gewordenHij is beroemd geworden.
zijn + gebeurdEr is iets gebeurd in de cinemazaal.
zijn + gestoptZij is gestopt met naar de film te kijken.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. We ____ na de vertoning nog even in de bioscoopzaal gebleven om de soundtrack te horen.


2. De film ____ precies om acht uur begonnen, dus we waren net op tijd.


3. Mijn collega is ____ meegegaan naar de première, want hij moest overwerken.


4. Na die ontroerende scène ____ er in de zaal helemaal stil geworden.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooid tegenwoordige tijd met zijn (onderwerp + zijn + voltooid deelwoord). Let op de plaats van 'niet' bij ontkenningen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Ik ga na mijn werk naar de sportschool.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik ben na mijn werk naar de sportschool gegaan.
  2. We komen om negen uur bij de klant.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    We zijn om negen uur bij de klant gekomen.
  3. De vergadering begint om half tien.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De vergadering is om half tien begonnen.
  4. Mijn collega blijft na de training nog even in de kantine.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn collega is na de training nog even in de kantine gebleven.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies per vraag de zin die grammaticaal correct is.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Onjuist: bij "beginnen" en "gaan" gebruik je in de voltooide tegenwoordige tijd "zijn", niet "hebben"; ook is "vroeg gegaan" niet correct na "hebben".
2.
Onjuist: "blijven" hoort in de voltooide tijd met "zijn"; het gebruik van "hebben" is een veelgemaakte fout.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

maandag, 01/06/2026 19:06