Onbepaald voornaamwoord: Alle - Al - Allen - Allemaal

Onbepaald voornaamwoord: Alle - Al - Allen - Allemaal


Onbepaalde voornaamwoorden alle, al, allen, en allemaal worden gebruikt met telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden, of in formele en informele contexten.

Kies snel de juiste vorm: waar gaat het over?

Stap 1: Gaat het om dingen/gegevens of om personen?

  • Dingen / informatie / spullen → meestal alle of al.
  • Personen → meestal allen (formeler) of allemaal (neutraler/spreektaal).

Stap 2: Staat er een zelfstandig naamwoord achter (bv. wonden, informatie, gegevens) of een voornaamwoord (bv. wij/jullie)?

Alle vs. al: met of zonder bezittelijk woord?

Vorm Gebruik Voorbeelden
alle

Zonder bezittelijk woord (mijn/jouw/uw…)

Bij meervoud telbaar en bij niet-telbaar.

Alle wonden zijn behandeld.

Alle informatie is gecontroleerd.

al

Wel een bezittelijk woord/aanwijzend woord of lidwoord erbij.

Denk aan: al + mijn/jouw/uw/deze/de.

Al mijn medische gegevens.

Al deze documenten liggen klaar.

Let op: Al wonden kan niet, want er ontbreekt een bezittelijk/aanwijzend woord. Dan wordt het alle wonden.

Allen vs. allemaal: allebei personen, maar ander register

Vorm Wanneer kies je dit? Voorbeelden
allen

Formeel of plechtig: rapport, persbericht, officiële mededeling.

Vaak als onderwerp: Allen + werkwoord.

Allen werden snel gered.

Wij danken u allen voor uw inzet.

allemaal

Spreektaal / neutraal in gesprek.

Vaak bij een persoonlijk voornaamwoord: wij/jullie/ze + allemaal.

Jullie moeten allemaal rustig blijven.

We hebben allemaal hetzelfde besluit genomen.

Plaats in de zin: waar zet je het woord?

  • Alle / al staan meestal direct vóór het zelfstandig naamwoordgroepje.

Voorbeelden

  • Alle wonden…
  • Al mijn gegevens…
  • Allemaal staat vaak bij het werkwoord of na het voornaamwoord.

Voorbeelden

  • Jullie moeten allemaal rustig blijven.
  • We moesten allemaal snel handelen.
  • Allen staat vaak als onderwerp vooraan, of als formele verwijzing naar een groep mensen.

Voorbeelden

  • Allen werden geïnformeerd.

Snelle zelfcheck (in 10 seconden)

  1. Staat er mijn/jouw/uw/deze/de? → kies al (bv. al mijn gegevens).

  2. Staat er een zelfstandig naamwoord zonder bezittelijk woord? → kies alle (bv. alle wonden / alle informatie).

  3. Gaat het om mensen en klinkt het formeel? → allen.

  4. Gaat het om mensen in gesprek/spreektaal, vaak met wij/jullie? → allemaal.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze oplost)

  • Fout: Al wonden

    Goed: Alle wonden (geen bezittelijk woord).

  • Fout: Alle mijn gegevens (kan soms, maar klinkt minder strak in dit type oefening)

    Goed: Al mijn gegevens (vaste, natuurlijke combinatie).

  • Twijfel: allen of allemaal?

    Tip: In een gesprek met patiënten/collega’s is allemaal meestal het meest natuurlijk; allen past beter in een formele context.

  1. Alle wordt gebruikt voor telbare zelfstandige naamwoorden in het meervoud en voor niet-telbare zelfstandige naamwoorden.
  2. Al wordt gebruikt voor bezittelijke voornaamwoorden, zelfstandige naamwoorden en artikelen.
  3. Allen wordt gebruikt voor personen in formele taal.
  4. Allemaal wordt gebruikt met een persoonlijk voornaamwoord en voor de volledige groep of alles wat genoemd is.
Gebruik Voorbeeld
Alle  Alle wonden zijn snel behandeld.
Al Al mijn medische gegevens.
Allen Allen werden snel gered
Allemaal We moesten allemaal snel handelen.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Kunt u ___ uw medische gegevens bij de hand houden, zodat we u sneller kunnen helpen?


2. ___ wonden zijn schoongemaakt en verbonden.


3. ___ werden snel gered uit de auto na het ongeval.


4. Jullie moeten ___ rustig blijven, dan kan ik goed bekijken wat er aan de hand is.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het woord tussen haakjes: kies de juiste vorm (alle, al, allen, allemaal) en pas de zin zo nodig licht aan, zodat het natuurlijk Nederlands wordt.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Allen) De deelnemers aan de training waren op tijd binnen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Allen deelnemers aan de training waren op tijd binnen.
  2. Hint Hint (Allemaal) We hebben in de vergadering hetzelfde besluit genomen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    We hebben allemaal hetzelfde besluit genomen tijdens de vergadering.
  3. Hint Hint (Alle) De documenten voor het project liggen op je bureau.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Alle documenten voor het project liggen op je bureau.
  4. Hint Hint (Al) Ik heb mijn medische gegevens al ingevuld voor het gesprek.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb al mijn medische gegevens ingevuld voor het gesprek.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Onjuist: bij een meervoudig telbaar zelfstandig naamwoord gebruik je 'alle', niet 'al'.
2.
Onjuist voor deze oefening: 'allemaal' is informeler en benadrukt de hele groep; hier oefenen we het formele 'allen'.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

zondag, 31/05/2026 14:31