Onbepaalde voornaamwoorden alle, al, allen, en allemaal worden gebruikt met telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden, of in formele en informele contexten.
- Alle wordt gebruikt voor telbare zelfstandige naamwoorden in het meervoud en voor niet-telbare zelfstandige naamwoorden.
- Al wordt gebruikt voor bezittelijke voornaamwoorden, zelfstandige naamwoorden en artikelen.
- Allen wordt gebruikt voor personen in formele taal.
- Allemaal wordt gebruikt met een persoonlijk voornaamwoord en voor de volledige groep of alles wat genoemd is.
| Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|
| Alle | Alle wonden zijn snel behandeld. |
| Al | Al mijn medische gegevens. |
| Allen | Allen werden snel gered |
| Allemaal | We moesten allemaal snel handelen. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. _____ wonden worden eerst schoongemaakt voordat de arts ze beoordeelt.
2. Ik wil _____ mijn medische gegevens meteen aan de balie doorgeven.
3. _____ werden snel bevrijd uit de auto nadat de brandweer arriveerde.
4. Jullie moeten _____ rustig blijven terwijl ik de wond verbind.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zin met het juiste onbepaald voornaamwoord: alle, al, allen of allemaal.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAlle documenten liggen in de map op mijn bureau.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAl mijn gegevens staan in dit formulier.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldAllen kregen aan het einde een certificaat.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWe moeten allemaal snel reageren als er een storing is.
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Voer samen een kort opnamegesprek en besluit welke hulp nodig is.
- Welke klachten heeft de patiënt en wat gebeurde er precies?
- Welke medische gegevens en allergieën moeten we nu direct controleren en waarom?」「Wie doet wat: ziekenwagen bellen, wonde verzorgen of injectie geven?」「Welke afspraken geef je de patiënt en de familie na opname?
- Alle wonden moeten we eerst controleren en schoonmaken.
- Ik noteer al uw medische gegevens in het medisch dossier.
- We moeten allemaal snel handelen bij een allergische reactie of flauwvallen.
- alle
- al
- allemaal