In het Nederlands komt de tijd vaak aan het begin van de zin, terwijl de manier of plaats minder vaak vooraan staat.
| Type zin | Structuur | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Hoofdzin | Onderwerp + Finiete verbum + Rest | Ik verbind u door met de manager. |
| Hoofdzin met inversie | Rest = Inversiecommando + Finiete verbum + Onderwerp + Rest | Morgen stuur ik je de informatie via WhatsApp. |
| Open vraag | Vraagwoord + Finiete verbum + Onderwerp + Rest | Waarom neemt zij haar telefoon niet op? |
| Gesloten vraag | Finiete verbum + Onderwerp + Rest | Heb je even tijd om iets te bespreken? |
Uitzonderingen!
- De standaardvolgorde voor de rest van de zin is: Tijd – Manier – Plaats (T-M-P) (vb. Ik ga morgen (Tijd) met de trein (Manier) naar Amsterdam (Plaats)).
- Bij inversie en vragen staat de persoonsvorm vóór het onderwerp.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Morgen ___ ik u terug zodra ik de manager gesproken heb.
2. Waarom ___ u de telefoon niet op?
3. ___ u mij uw telefoonnummer geven, zodat ik u kan terugbellen?
4. Ik verbind u nu door met de afdeling sales ___ Rotterdam.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen zoals gevraagd: maak er een vraag van of zet tijd/plaats/manier vooraan zodat er inversie ontstaat (persoonsvorm vóór het onderwerp). Gebruik de volgorde Tijd – Manier – Plaats wanneer relevant.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon/verberg hints-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldStuur je vandaag per e-mail de factuur naar de klant?
-
Jullie hebben morgen tijd voor een overleg op kantoor.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHebben jullie morgen tijd voor een overleg op kantoor?
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWanneer belt zij haar collega?
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWaarom neemt hij de telefoon niet op?
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.