Voltooid verleden toekomende tijd: zou(den) verlof aangevraagd hebben / zou(den) op reis geweest zijn

Voltooid verleden toekomende tijd: zou(den) verlof aangevraagd hebben / zou(den) op reis geweest zijn


De voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) drukt uit wat had kunnen gebeuren in het verleden, of wat je zou hebben gedaan in een bepaalde situatie.

Wanneer gebruik je de voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)?

  • Plan/verwachting in het verleden die niet is uitgekomen (terugkijken).
  • Hypothetische situatie in het verleden: het had kunnen gebeuren, maar het gebeurde niet.
Betekenis Typisch signaal Voorbeeld
Niet uitgevoerd plan "ik dacht dat..." / "we zouden..." Ik dacht dat je het attest al ingeleverd zou hebben.
Onwerkelijk verleden (spijt/alternatief) "als..." / "anders..." Als het geen noodsituatie was geweest, zouden we op reis geweest zijn.

Vorm: het vaste “blok” met zou(den)

De vvtt is een vaste combinatie. Denk in 3 stappen:

  1. zou / zouden
  2. voltooid deelwoord (aangevraagd, ingeleverd, gegaan, verhuisd, geweest…)
  3. hebben of zijn (zoals in de voltooid tegenwoordige tijd)
Schema Voorbeeld met hebben Voorbeeld met zijn
zou(den) + VD + hebben/zijn Ik zou verlof aangevraagd hebben. We zouden op reis geweest zijn.

Woordvolgorde: waar zet je “zou” in de zin?

  • Hoofdzin: zou(den) staat vroeg in de zin, de rest komt later.
    • Ik zou het gisteren al ingeleverd hebben.
    • Wij zouden met de auto naar het werk gegaan zijn.
  • Bijzin (na dat, omdat, als): de werkwoorden komen aan het einde.
    • Ik dacht dat je het al ingeleverd zou hebben.
    • Als alles goed was gegaan, zouden we op tijd aangekomen zijn.

Let op: in bijzinnen staat vaak … voltooid deelwoord + zou + hebben/zijn.

Hebben of zijn? Kies hetzelfde hulpwerkwoord als bij “ik heb…”

  • hebben bij de meeste werkwoorden: aanvragen, inleveren, regelen, mailen.
  • zijn bij beweging/verandering/toestand: gaan, komen, vertrekken, verhuizen, worden, blijven.
Snelle test Voltooid tegenwoordige tijd Vvtt
Gebruik je heb? Ik heb verlof aangevraagd. Ik zou verlof aangevraagd hebben.
Gebruik je ben? Wij zijn naar kantoor gegaan. Wij zouden naar kantoor gegaan zijn.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Voltooid deelwoord op de verkeerde plek
    • Ik zou verlof aanvragen hebben.
    • Ik zou verlof aangevraagd hebben.
  • Verkeerd hulpwerkwoord
    • We zouden op reis geweest hebben.
    • We zouden op reis geweest zijn.
  • Verwarring met “zou + infinitief” (niet voltooid)
    • Niet voltooid (algemeen/nu): Ik zou morgen verlof aanvragen.
    • Wel voltooid (terugblik): Ik zou gisteren verlof aangevraagd hebben (maar het is niet gebeurd).

Betekenisverschil: vvtt vs. verleden tijd (wat hoor je in het dagelijks Nederlands?)

  • Veel mensen zeggen in gesprekken liever de verleden tijd, vooral als de context al duidelijk is.
  • Met de vvtt maak je het precies: het gaat om een verwachting/plan of een niet-gebeurde mogelijkheid.
Vorm Wat benadruk je? Voorbeeld
Verleden tijd Feit/constatering Ik dacht dat je het al had ingeleverd.
Vvtt Verwachting die niet klopt Ik dacht dat je het al ingeleverd zou hebben.

Zelfcheck: bouw de vvtt in 10 seconden

  1. Gaat het om niet gebeurd (plan/verwachting/alternatief verleden)?
  2. Wat is het voltooid deelwoord?
  3. Is het hebben of zijn?
  4. Zet het in de juiste volgorde:
    • Hoofdzin: zou(den)VD + hebben/zijn
    • Bijzin: … VD + zou(den) + hebben/zijn
  1. Regel: De voltooid verleden toekomende tijd wordt gevormd met de verleden tijd van zou(den) + het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord + de hulpwerkwoorden hebben of zijn afhankelijk van het werkwoord.
  2. De voltooid verleden toekomende tijd gebruik je om te verwijzen naar een plan of idee dat je in het verleden had, maar nooit hebt uitgevoerd.
  3. De voltooid verleden toekomende tijd gebruik je om onwerkelijke of hypothetische situaties uit het verleden te beschrijven.
Persoonzou + voltooid deelwoord + hebben zou + voltooid deelwoord + zijn 
ikzou verlof aangevraagd hebbenzou op reis geweest zijn
jij/je/uzou verlof aangevraagd hebbenzou op reis geweest zijn
hij/zij/hetzou verlof aangevraagd hebbenzou op reis geweest zijn
wij/wezouden verlof aangevraagd hebbenzouden op reis geweest zijn
julliezouden verlof aangevraagd hebbenzouden op reis geweest zijn
zij/zezouden verlof aangevraagd hebbenzouden op reis geweest zijn

Uitzonderingen!

  1. In plaats van de voltooid verleden toekomende tijd gebruiken veel mensen tegenwoordig de verleden tijd.
  2. De voltooid voorwaardelijke tijd wordt gebruikt voor situaties die hadden kunnen gebeuren, maar niet gebeurden (hypothetisch), terwijl de voltooid verleden toekomende tijd verwijst naar situaties die in het verleden als toekomstig werden अपेacht, maar niet plaatsvonden (terugblik op voorspellingen/plannen), waarbij beide tijdsvormen de structuur zou(den) + hebben/zijn + voltooid deelwoord volgen.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Ik dacht dat je vorige week al ______, maar ik zie niets in het systeem.


2. Als de noodsituatie niet was gebeurd, ______.


3. Volgens de cao ______ op een vrije dag, maar ik had het niet op tijd aangekondigd.


4. Je ______, zei je, maar ik heb nog niets ontvangen.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin naar de voltooid verleden toekomende tijd (zou(den) + voltooid deelwoord + hebben/zijn). Voorbeeld: Ik was te laat. (maar ik wilde op tijd zijn) → Ik zou op tijd gekomen zijn.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Ik had een afspraak bij de gemeente, maar ik ben het vergeten.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik zou een afspraak bij de gemeente gehad hebben, maar ik ben het vergeten.
  2. Je wilde de trein van 08.10 uur nemen, maar je miste hem.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je zou de trein van 08.10 uur genomen hebben, maar je miste hem.
  3. Hij wilde eerder reageren op de e-mail, maar hij had geen tijd.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Hij zou eerder op de e-mail gereageerd hebben, maar hij had geen tijd.
  4. Wij wilden met de auto naar het werk gaan, maar de auto startte niet.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Wij zouden met de auto naar het werk gegaan zijn, maar de auto startte niet.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies per vraag de correcte zin met de voltooid verleden toekomende tijd.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Fout: het voltooid deelwoord moet vóór 'hebben' staan: 'aangevraagd hebben' (niet 'aanvragen hebben').
2.
Fout: bij beweging/aanwezigheid (op reis geweest) hoort het hulpwerkwoord 'zijn', niet 'hebben'.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

zondag, 31/05/2026 12:01