Werkwoorden die in twee delen splitsen zoals opzoeken (op + zoeken) of meekijken (mee + kijken).
- Hoofdzin: Werkwoord op positie 2, prefix helemaal achteraan.
- Bij hulpwerkwoorden zoals kan, wil, moet blijft het werkwoord één geheel.
- In een vraagzin: Werkwoord op plek 1, prefix achteraan.
| Prefix | Werkwoord | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| Op- | zoeken | Ik zoek de podcast op. |
| Af- | spelen | Jij speelt de aflevering af. |
| Aan- | zetten | Hij zet de soundtrack aan. |
| Door- | spoelen | Wij spoelen de reclame door. |
| Dicht- | doen | U doet het scherm dicht. |
| Mee- | kijken | Zij kijken met de serie mee. |
| Samen- | stellen | Ik stel een nieuwe afspeellijst samen. |
| Vast- | leggen | Hij legt de afspeellijst vast. |
| Samen- | werken | Wij werken aan een podcast samen. |
| Uit- | gaan | De tablet gaat automatisch uit. |
Uitzonderingen!
- Bij te + infinitief komt 'te' tussen prefix en het werkwoord: op te zoeken.
- Klemtoon ligt bij scheidbare werkwoorden altijd op de prefix.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Ik ____ die nieuwe podcast van de NOS op, want iedereen heeft het erover.
2. Kun je de aflevering even ____? Ik wil horen waar het over gaat.
3. In de trein ____ ik de reclame altijd door, anders duurt het te lang.
4. Ik probeer minder te luisteren, maar ik ben toch weer een nieuwe serie ____ het bingen.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen met een scheidbaar werkwoord in de juiste woordvolgorde: in een gewone hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op positie 2 en het prefix achteraan; bij hulpwerkwoorden (kan/wil/moet) blijft het werkwoord één geheel; bij 'te + infinitief' zet je 'te' tussen prefix en werkwoord (bijv. op te zoeken).
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk wil vanavond de podcast opzoeken.
-
Hij speelt elke ochtend op kantoor de aflevering af.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHij speelt elke ochtend op kantoor de aflevering af.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldSpoelen wij de reclame door?
-
Zij zet in de trein de soundtrack aan.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldZij zet de soundtrack in de trein aan.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies per blok de juiste zin.