Betrekkelijk voornaamwoord (waar + voorzetsel, wie)

Betrekkelijk voornaamwoord (waar + voorzetsel, wie)


Gebruik van waar en wie in relatieve bijzinnen om extra informatie te geven over een zelfstandig naamwoord.

Kies snel: waar + voorzetsel of (voorzetsel) + wie?

  • Het gaat over een ding/zaak/ideevoorzetsel + waar: waaraan, waarmee, waarover, waarvan.
  • Het gaat over een persoonvoorzetsel + wie: aan wie, met wie, voor wie, over wie.

Vuistregel: kijk naar het woord waar je naar verwijst (het antecedent). Is het een ding? Dan waar-. Is het een persoon? Dan wie.

Stap-voor-stap: zo maak je de juiste vorm

  1. Zoek het voorzetsel dat bij het werkwoord/uitdrukking hoort.
    zich houden aan, combineren met, het eens zijn over, werken aan
  2. Bepaal het antecedent: persoon of ding?
  3. Bouw de relatieve vorm:
    • ding → waar + voorzetsel: waar + aan = waaraan
    • persoon → voorzetsel + wie: aan + wie = aan wie

Overzicht: veelgebruikte combinaties

Voorzetsel Ding/zaak Persoon
aan waaraan aan wie
met waarmee met wie
over waarover over wie
voor waarvoor voor wie
van waarvan van wie

Betekenischeck: wat zeg je precies?

  • waaraan = aan dat dieet / aan dat plan (je houdt je eraan, je werkt eraan)
  • waarmee = met dat product / met dat apparaat (je traint ermee, je combineert ermee)
  • waarover = over dat onderwerp (je praat erover, je bent het erover eens)

Tip: kun je de zin ook zeggen met er? Dan zit je vaak goed: Ik houd me eraan.het dieet waaraan ik me houd.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • Fout 1: wie gebruiken voor een ding
    Het dieet aan wie ik me houd
    Goed: Het dieet waaraan ik me houd.
  • Fout 2: waar gebruiken voor een persoon
    De diëtist waaraan ik vragen stelde
    Goed: De diëtist aan wie ik vragen stelde.
  • Fout 3: verkeerd voorzetsel kiezen

    Het voorzetsel komt uit de vaste combinatie:

    • zich houden aanwaaraan
    • lunch(en) met iemand → met wie

Spreektaal: voorzetsel los aan het eind

In informele spreektaal hoor je vaak dat waar en het voorzetsel gescheiden worden.

  • Formeel/geschreven: Het sportdieet waaraan ik werk, bevat veel proteïne.
  • Spreektaal: Het sportdieet waar ik aan werk, bevat veel proteïne.

Voor jouw B1-doel: beide zijn goed, maar in schrijftaal is waaraan/waarmee/waarover vaak netter.

Extra: wie z’n / wie d’r (bezit bij personen)

  • Je gebruikt dit als je verwijst naar iets van iemand (bezit) in de relatieve bijzin.
  • wie z’n (mannelijk/neutraler) en wie d’r (vrouwelijk/informeel) hoor je vooral in spreektaal.

Voorbeeld (natuurlijk): De collega wie z’n rooster steeds wijzigt, plant vaak last-minute afspraken.

Let op: in formeler Nederlands zie je ook: de collega van wie het rooster steeds wijzigt.

Snelle zelfcheck (1 minuut)

  1. Is het antecedent een persoon? → (voorzetsel) + wie.
  2. Is het antecedent een ding/zaak? → waar + voorzetsel.
  3. Klopt het voorzetsel met het werkwoord? (houden aan, praten over, werken met)
  1. Voorzetsel + waar als het antecedent een object is.
  2. Gebruik wie als het antecedent een persoon is.
RegelGebruikVertaling
waar + voorzetselsVervanging voor die/dat

Waar + met / tot → waarmee/waartoe
Het gerecht waaraan ik bezig ben, is heel gezond.

Het sportapparaat waarmee ik train, is heel effectief voor mijn spieren.
wieNa een voorzetsel 

Als meewerkend voorwerp

wie + z'n / d'r
De man met wie mijn zus getrouwd is, is een kok.

De man aan wie ik voedingsadvies gaf, is mijn neef.

De vrouw wie d'r koolhydraten in balans moet houden, eet veel groenten.

Uitzonderingen!

  1. In spreektaal kunnen waar en het voorzetsel gescheiden worden, zoals in: 'Het sportdieet waar ik aan werk, bevat veel proteïnen.'

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Het dieet ____ ik me deze maand aan houd, bevat minder calorieën.


2. De diëtist ____ ik vragen stelde, zei dat ik meer proteïnen moet eten.


3. Het zuivelproduct ____ ik mijn ontbijt combineer, bevat veel proteïnen.


4. De collega ____ ik vaak lunch, snoept halverwege de middag.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Voeg de twee zinnen samen tot één zin met een relatieve bijzin: gebruik een voorzetsel + waar(…) bij een ding/zaak en gebruik wie bij een persoon (bijv. het programma waar ik mee werk / de collega met wie ik overleg).

Toon/verberg hints
  1. Ik gebruik een app. Met die app tel ik mijn calorieën.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik gebruik een app waarmee ik mijn calorieën tel.
  2. Dit is het sportprogramma. Aan dat sportprogramma houd ik me drie keer per week.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Dit is het sportprogramma waaraan ik me drie keer per week houd.
  3. Ik heb een afspraak met de diëtist. Met de diëtist bespreek ik mijn doelen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb een afspraak met de diëtist met wie ik mijn doelen bespreek.
  4. De vrouw is mijn buurvrouw. Voor haar kook ik soms extra soep.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De vrouw voor wie ik soms extra soep kook, is mijn buurvrouw.

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek samen je weekmenu en leg uit waarom je keuzes maakt.

Situatie
Je bespreekt met een diëtist een persoonlijk dieet voor de komende maand.

Bespreek
  • Welke producten kies je voor meer proteïne en waarom?
  • Met wie bespreek je je dieetplannen en wat vertel je die persoon? (bijvoorbeeld je partner, collega)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Het dieet waar ik aan werk houdt mijn gewicht in balans.
  • Zuivelproducten waarmee ik begin bevatten veel proteïne.
  • De collega met wie ik lunch snoept halverwege de middag.

Gebruik in gesprek
  • waar + voorzetsel (waaraan, waarmee, waarover)
  • voorzetsel + wie (met wie, aan wie)
  • wie z'n / d'r

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 23/04/2026 07:04