Meervoudsvormen van zelfstandige naamwoorden

Meervoudsvormen van zelfstandige naamwoorden


Zelfstandige naamwoorden krijgen in het meervoud meestal -s, -en, -eren of -’s, afhankelijk van de uitgang.

Meervoud: vaste uitgangen die vaak vragen oproepen

De meeste zelfstandige naamwoorden krijgen in het meervoud -en of -s. In deze les zie je een paar vaste patronen die je snel herkent in (beroepen en abstracte woorden).

1) Woorden op -ier, -eur, -ster, -e: meestal meervoud op -s

Enkelvoud Meervoud Let op
bankier bankiers Geen -en erbij
chauffeur chauffeurs Geen chauffeuren
verkoopster verkoopsters Ook: werkster → werksters
docente docentes Niet: docenten (dat is bij docent)
  • Vuistregel: eindigt het woord op -ier/-eur/-ster? Dan bijna altijd -s.
  • Bij woorden op -e (zoals docente) komt er vaak -s bij: docente → docentes.

2) Woorden op -heid: van -heid naar -heden

Abstracte woorden op -heid veranderen in het meervoud van -heid naar -heden.

Enkelvoud Meervoud
mogelijkheid mogelijkheden
zekerheid zekerheden
gelegenheid gelegenheden
  • Je schrijft dus niet: mogelijkheidens of mogelijkheiden.
  • Check: zie je -heid? Vervang het hele stukje door -heden.

3) Kind → kinderen: een onregelmatig, maar heel vaak gebruikt meervoud

Sommige woorden hebben een eigen meervoudsvorm. De bekendste is:

  • kind → kinderen (niet: kinds, kinder)

Tip: als je twijfelt, onthoud dit woord als vaste combinatie. Je komt het extreem vaak tegen.

4) Woorden op -a: meervoud met -’s

Veel woorden op -a (vaak leenwoorden) krijgen in het meervoud -’s.

Enkelvoud Meervoud Waarom -’s?
collega collega’s Voor leesbaarheid (anders: collegas)
camera camera’s Ook hier: a + s → ’s
  • Spelling: gebruik een apostrof bij a + s: collega’s.
  • Dus niet: collegas en liever ook niet: collega's (rechte apostrof).

Zelfcheck: maak ik de juiste keuze?

  1. Eindigt het woord op -heid? → -heden.
  2. Eindigt het op -ier/-eur/-ster? → meestal -s.
  3. Eindigt het op -e zoals docente? → vaak -s: docentes.
  4. Eindigt het op -a? → -’s: collega’s.
  5. Is het kind? → kinderen.

Snelle testzin: Zet er “twee” voor. Klinkt het natuurlijk? twee chauffeurs, twee mogelijkheden, twee collega’s, twee kinderen.

Wat moet je vooral onthouden?

  • -eur/-ier/-ster → bijna altijd -s in het meervoud.
  • -heid-heden (vaste spellingverandering).
  • -a-’s (collega’s) voor leesbaarheid.
  • kinderen is een veelgebruikte uitzondering: leer het als vaste vorm.
UitgangEnkelvoud → Meervoud
-ier → -iersbankier → bankiers
-eur → -eurschauffeur → chauffeurs
-ster → -stersverkoopster → verkoopsters
-e → -esdocente → docentes
-heid → -hedenmogelijkheid → mogelijkheden
Zelfstandig naamwoord → -erenkind → kinderen
-a → -a'scollega → collega’s

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Voor de langeafstandreis vergelijken we verschillende ____ om via Schiphol naar de waddeneilanden te reizen.


2. In het gangpad van het vliegtuig liepen ook ____ met hun ouders naar hun stoelen.


3. Op kantoor overleggen mijn ____ over de reis: wie boekt de trein en wie reserveert het hotel?


4. Op de luchthaven stonden de ____ al klaar om ons naar het hotel te brengen.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin in het meervoud: maak van het onderwerp één persoon/één ding meerdere personen/dingen en pas de rest van de zin aan.

Toon/verberg hints
  1. De bankier helpt de reiziger met de wisselkoers op de luchthaven.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De bankiers helpen de reizigers met de wisselkoersen op de luchthaven.
  2. De chauffeur rijdt elke ochtend een lange route naar België.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De chauffeurs rijden elke ochtend lange routes naar België.
  3. De verkoopster werkt in een winkel op het vliegveld.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De verkoopsters werken in winkels op het vliegveld.
  4. De docente geeft les over cultuur aan de groep.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De docentes geven les over cultuur aan de groepen.

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Bespreek de route, het vervoer en mogelijke alternatieven en kies samen.

Situatie
Jij en je collega plannen een lange reis met meerdere overstappen.

Bespreek
  • Welke bestemmingen kiezen jullie en welke tempels of waddeneilanden bezoeken jullie?
  • Welke vervoermiddelen gebruiken jullie, en waar stappen jullie op en af? Waarom?','Wat zijn de belangrijkste mogelijkheden en risico’s onderweg, zoals omleiden of schuilen?','Welke herinneringen verwachten jullie en hebben jullie heimwee na terugkeer naar Nederland?

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • De reis plannen naar twee waddeneilanden en een tempel.
  • Op de hoogte zijn van omleidingen en mogelijkheden onderweg.
  • Schuilen voor stormen op het gangpad van de veerboot.

Gebruik in gesprek
  • meervoud op -s (chauffeurs, bankiers, verkoopsters, docentes)
  • meervoud op -heden (mogelijkheden)
  • meervoud met -’s (collega’s)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 16/04/2026 08:02