Lessen

Het bijwoord: er

Haal je boek

Het bijwoord er wordt op verschillende manieren gebruikt: voor onbepaalde onderwerpen, voorzetsels, telwoorden en locaties.

Wat doet er in een zin?

Er is een heel veelzijdig woordje. Het helpt je om:

  • herhaling te vermijden (je zegt niet steeds hetzelfde zelfstandig naamwoord);
  • een zin natuurlijk te laten klinken in spreektaal;
  • een zin te starten met een voorlopig/vaag onderwerp (zoals in “Er zijn…”);
  • een combinatie met een voorzetsel te maken: er + op/in/aan/over/….

Tip: vraag jezelf vaak af: “Waar/waarover/waarop/wat ervan?” Dan kom je snel bij er uit.

1) Er als plaatsvervanger (je bedoelt: daar)

Gebruik er als je verwijst naar een plek, organisatie of situatie die al bekend is.

  • Zie je die apotheek? Ik heb er gewerkt.
  • Is dat ziekenhuis nieuw? Ik ben er nog nooit geweest.

Check: kun je ook “daar” zeggen? Dan is er vaak mogelijk (en meestal natuurlijker in lopende tekst).

2) Er als voorlopig onderwerp: Er is / Er zijn

Als je een zin begint met informatie die “nieuw” is, gebruik je vaak er als voorlopig onderwerp.

  • Er zijn veel medicijnen op de markt.
  • Er is nog een vraag over de bijsluiter.
Situatie Meest natuurlijk Minder natuurlijk
Je introduceert iets nieuws Er ligt een formulier op de balie. Een formulier ligt op de balie.
Je hebt het al over “het formulier” Het formulier ligt op de balie. Er ligt het formulier op de balie. (onnatuurlijk)

3) Er + passief met worden

In een passieve zin zonder duidelijk onderwerp (wie doet het?) gebruik je vaak er om de zin te openen.

  • Er wordt met medicijnen behandeld.
  • Er worden vandaag extra controles uitgevoerd.

Check: staat er een vorm van worden (wordt/werden/is geworden)? En wie het doet is niet belangrijk? Dan is er vaak logisch.

4) Er + voorzetsel: erop, erin, erover…

Als je verwijst naar iets dat al bekend is, combineer je er vaak met een voorzetsel.

  • Waar is het doktersvoorschrift? Ik heb er net naar gekeken → Ik heb ernaar gekeken.
  • Waar is het formulier? Ik wacht erop.
  • Ken je die bijwerking? Ik weet er weinig van → Ik weet ervan weinig.

Spelregel: staat er direct vóór het voorzetsel? Dan schrijf je het aan elkaar:

  • er + op → erop
  • er + over → erover
  • er + in → erin
  • er + bij → erbij

Let op: soms staat er nog iets tussen, dan blijft het los:

  • Ik heb er net naar gekeken. (niet: ik heb ernaar net gekeken)

5) Er bij aantallen: er + telwoord

Als je een aantal noemt en je bedoelt “van die dingen”, gebruik je er.

  • Hoeveel vitaminen neem jij? Ik neem er twee.
  • Hoeveel afspraken heb je deze maand? Ik heb er drie.

Woordvolgorde om te onthouden:

Structuur Voorbeeld
Ik + werkwoord + er + telwoord Ik neem er twee.
Ik + heb + er + telwoord Ik heb er drie deze maand.

Check: kun je “ervan” aanvullen? (Ik neem er twee van.) Dan is dit gebruik vaak correct.

6) Veelgemaakte fouten (en hoe je ze snel voorkomt)

  • Dubbel onderwerp: Er zijn de medicijnen op.De medicijnen zijn op. / Er zijn geen medicijnen meer.
  • Verkeerde plek bij vaste combinaties: Ik heb er veel last van na dat medicijn.Ik heb na dat medicijn er veel last van.
  • Vergeten samen te schrijven: Ik wacht er op.Ik wacht erop.

Snelle zelfcheck: kies de juiste functie

  1. Gaat het om een nieuwe situatie/iets dat je introduceert? → Er is / Er zijn
  2. Vermijd je herhaling en bedoel je die plek/die situatie? → er (≈ daar)
  3. Staat er een voorzetsel bij (op, naar, over, van…)? → er + voorzetsel (vaak aan elkaar: erop/ernaar/erover/ervan)
  4. Noem je een aantal? → er + telwoord
  5. Is het passief met worden en wie het doet is niet belangrijk? → Er wordt / Er worden
 GebruikVoorbeeld
Erals plaatsvervangerZie je die apotheek? ik heb er gewerkt.
als een onbepaald onderwerpOf ik de apotheker ken? Ja, ik heb er mee op school gezeten.
als voorlopig onderwerpEr zijn veel medicijnen op de markt.
voor locatie of ervaringHeb je al eens een vaccin laten zetten? Ja, ik heb er veel last van gehad.
+ voorzetselWaar is het doktersvoorschrift? Ik zit erop.
voor telwoorden Hoeveel vitaminen neem jij? Ik neem er twee.
+ wordenEr wordt met medicijnen behandeld.

Uitzonderingen!

  1. Als er vlak voor het voorzetsel staat, schrijf je er aan het voorzetsel (bijvoorbeeld erop, erover, erin, erbij, enz.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis NL

Audio voorbereiden…

NL + NL

Audio voorbereiden…

1. ____ zijn vandaag geen antibiotica meer op voorraad. Er zijn vandaag geen antibiotica meer op voorraad.


2. Hoeveel tabletten moet ik per dag innemen? Ik neem ____ drie. Hoeveel tabletten moet ik per dag innemen? Ik neem er drie.


3. Waar is het doktersvoorschrift? Ik heb ____ net naar gekeken. Waar is het doktersvoorschrift? Ik heb er net naar gekeken.


4. Dit vaccin kan bijwerkingen geven, maar ____ wordt goed op gecontroleerd. Dit vaccin kan bijwerkingen geven, maar er wordt goed op gecontroleerd.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin met er (of er + voorzetsel) zodat je herhaling vermijdt. Voorbeeld: Ik werk bij die apotheek. Ik werk er.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Ik heb veel last van die bijwerking gehad.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb er veel last van gehad.
  2. Ik heb drie afspraken bij de tandarts deze maand.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb er deze maand drie.
  3. In de wachtruimte staan veel mensen.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Er staan veel mensen in de wachtruimte.
  4. Waar is het formulier? Ik wacht op het formulier.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Waar is het formulier? Ik wacht erop.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies per blok de zin met correct gebruik van er.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Plaats van 'er' vóór het telwoord: correcte volgorde is 'Ik neem er al twee van die vitamines' klinkt onhandig; liever: 'Ik neem er twee van.'
2.
De vaste combinatie is 'last van'; 'na dat medicijn' staat op de verkeerde plek. Beter: 'Ik heb na dat medicijn er veel last van' is ook onnatuurlijk.

Nederlands B1 leren voor anderstaligen. Een complete cursus (audio, video)

ISBN 979-13-88253-95-9

Deze app ondersteunt dit boek.

Amazon.nl

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Yoni De Ketelaere

Bachelor in International Business Management

HOGENT

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

maandag, 07/09/2026 20:51