Een werkwoord en een voorzetsel die als een vast paar bij elkaar horen om een specifieke betekenis te vormen.
- Bij wederkerende werkwoorden verandert zich mee met de persoon (ik-me, jij-je, wij-ons, zij-hun).
- Het voorzetsel staat in een basiszin altijd direct vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. (vb. De journalist luistert naar de radio.)
| Werkwoorden + met | Werkwoorden + voor | Werkwoorden + aan | |
|---|---|---|---|
| Akkoord gaan met | Bang zijn voor | Aandacht besteden aan | |
| Zich bemoeien met | Belangstelling hebben voor | Zich aanpassen aan | |
| Bezig zijn met | Verantwoordelijk zijn voor | Beginnen aan | |
| Blij zijn met | Waarschuwen voor | Behoefte hebben aan | |
| Het eens zijn met | Vluchten voor | Deelnemen aan | |
| Ervaring hebben met | Zich schamen voor | Denken aan | |
| Feliciteren met | Zich aanmelden voor | Gewend zijn aan | |
| Rekening houden met | Zich interesseren voor | Zorgen voor | Toevoegen aan |
| Stoppen met | Zorgen voor | Twijfelen aan |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. De redacteur hield bij het maken van de kop rekening ___ de gevoeligheid van het onderwerp.
2. Veel kijkers zijn bang ___ nepnieuws op sociale media.
3. Tijdens de vergadering besteedde de hoofdredacteur extra aandacht ___ de reacties van lezers.
4. Ik heb me gisteren online aangemeld ___ het debat over persvrijheid.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zin en voeg het juiste vaste werkwoord + voorzetsel (met/voor/aan) toe. Gebruik waar nodig het juiste wederkerend voornaamwoord (me/je/zich/ons).
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk ben bezig met mijn cv. Ik wil het vandaag afmaken.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldDe manager is verantwoordelijk voor het budget van het project.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldNa de verhuizing moest zij zich aanpassen aan de nieuwe werkcultuur.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMijn collega waarschuwde mij voor de oplichters aan de telefoon.
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Bespreek wie het nieuws intern deelt en waarom jullie dat doen.
- Welk bericht van een nieuwssite of sociaal medium trok jouw aandacht en waarom?
- Met welke bron ben jij het eens, en aan welke informatie twijfel je nog? Leg uit waarop je je baseert.
- Ik baseer me op het journaal en een betrouwbare nieuwssite.
- We moeten rekening houden met de rol van sociale media.
- Laten we aandacht besteden aan wat uit de cijfers blijkt.
- akkoord gaan met
- twijfelen aan
- aandacht besteden aan