Werkwoorden met een vaste prepositie

Werkwoorden met een vaste prepositie


Een werkwoord en een voorzetsel die als een vast paar bij elkaar horen om een specifieke betekenis te vormen.

Vaste combinaties: werkwoord + voorzetsel (met / voor / aan)

Sommige werkwoorden “vragen” altijd hetzelfde voorzetsel. Dat voorzetsel is geen vrije keuze: je leert het als vaste combinatie.

  • akkoord gaan met een voorstel
  • bang zijn voor fouten
  • aandacht besteden aan details

Tip: Zie het als één woordgroep. Als je het werkwoord gebruikt, “plakt” het voorzetsel eraan vast.

Hoe maak je de zin: 3 vaste plekken

  1. Werkwoord (vervoegd) staat op z’n normale plek.
  2. Voorzetsel komt direct vóór het “ding” (zelfstandig naamwoord of voornaamwoord).
  3. Daarna komt de rest van de woordgroep.
Structuur Voorbeeld
… werkwoord + voorzetsel + zelfstandig naamwoord We houden rekening met de schoolvakanties.
… werkwoord + voorzetsel + dit/dat/hem/haar Ik twijfel aan dat plan. / Ik twijfel aan hem.
… werkwoord + voorzetsel + het Bedankt voor het meedenken.

Betekenis in één oogopslag (handige associaties)

Deze associaties helpen bij het onthouden. Ze zijn niet altijd 100% “logisch”, maar vaak wel bruikbaar.

  • met = samen / in combinatie met iets: bezig zijn met, ervaring hebben met, stoppen met
  • voor = richting/risico/doel: bang zijn voor, waarschuwen voor, verantwoordelijk zijn voor
  • aan = richten op / deelnemen aan / aanpassen aan: denken aan, deelnemen aan, gewend zijn aan

Wederkerende werkwoorden: ‘zich’ moet mee veranderen

Bij wederkerende werkwoorden hoort een wederkerend voornaamwoord. Dat verandert met de persoon.

Persoon Voorbeeld: zich aanpassen aan
ik Ik pas me aan aan de nieuwe werkwijze.
jij/je Jij past je aan aan het team.
hij/zij Hij past zich aan aan de cultuur.
wij Wij passen ons aan aan de planning.
jullie Jullie passen je aan aan de afspraken.
zij (meervoud) Zij passen zich aan aan de nieuwe regels.

Let op: het voorzetsel blijft hetzelfde. Alleen me/je/zich/ons verandert.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze direct herkent)

  • 1) Verkeerd voorzetsel kiezen

    We hebben veel belangstelling in dit nieuwsartikel.
    We hebben veel belangstelling voor dit nieuwsartikel.

  • 2) ‘zich’ vervangen door hem/haar

    De redacteur bemoeit hem met de kop.
    De redacteur bemoeit zich met de kop.

  • 3) Het voorzetsel los “laten zweven”

    Ik heb me gisteren aangemeld een cursus.
    Ik heb me gisteren aangemeld voor een cursus.

Snelle zelfcheck (1 minuut)

  1. Is het een vaste combinatie? (staat het in de lijst/tabel?)
  2. Is het werkwoord wederkerend? Dan: me/je/zich/ons.
  3. Staat het voorzetsel direct vóór de persoon/zaak waar het bij hoort?

Als je deze drie vragen kunt afvinken, zit je zin bijna altijd goed.

  1. Bij wederkerende werkwoorden verandert zich mee met de persoon (ik-me, jij-je, wij-ons, zij-hun).
  2. Het voorzetsel staat in een basiszin altijd direct vóór het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. (vb. De journalist luistert naar de radio.)
Werkwoorden + metWerkwoorden + voorWerkwoorden + aan
Akkoord gaan metBang zijn voorAandacht besteden aan
Zich bemoeien metBelangstelling hebben voorZich aanpassen aan
Bezig zijn metVerantwoordelijk zijn voorBeginnen aan
Blij zijn metWaarschuwen voorBehoefte hebben aan
Het eens zijn metVluchten voorDeelnemen aan
Ervaring hebben metZich schamen voorDenken aan
Feliciteren metZich aanmelden voorGewend zijn aan
Rekening houden metZich interesseren voorToevoegen aan
Stoppen metZorgen voorTwijfelen aan

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. De redacteur waarschuwde in het journaal ___ nepnieuws dat via sociale media snel rondgaat.


2. Tijdens het debat over de nieuwssite waren niet alle collega’s het eens ___ de conclusie van het artikel.


3. Na een paar weken in Nederland ben ik gewend ___ de directe stijl van sommige talkshows.


4. Ik heb me gisteren aangemeld ___ een cursus over media en nepnieuws bij de bibliotheek.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zin zodat het juiste vaste werkwoord + voorzetsel (met / voor / aan) gebruikt wordt, zoals in het voorbeeld: Ik ben bang dat ik te laat ben. → Ik ben bang voor vertraging.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Ik ben blij dat ik een vaste baan heb.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik ben blij met mijn vaste baan.
  2. De manager waarschuwt ons: er is een phishingmail rondgestuurd.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    De manager waarschuwt ons voor een phishingmail.
  3. Ik heb niet veel ervaring: online vergaderen met grote groepen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik heb niet veel ervaring met online vergaderen in grote groepen.
  4. Het is belangrijk dat je je verandert als je in een nieuw team begint.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Het is belangrijk dat je je aanpast aan een nieuw team.

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies per vraag de zin met het juiste werkwoord met vaste prepositie.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Onjuist: het juiste voorzetsel bij 'belangstelling hebben' is 'voor', niet 'in'.
2.
Onjuist: bij het wederkerende werkwoord 'zich bemoeien' moet je 'zich' (of de vervoegde vorm) gebruiken, niet 'hem'.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Mutiara Nugroho Tri Satio

Organisatie en Management - Bedrijf en Talen

Artevelde University of Applied Sciences

University_Logo

België


Laatst bijgewerkt:

donderdag, 04/06/2026 23:51