Lessen

Type: Bijvoeglijke naamwoorden
Hoofdstuk: Des plans de vacances (Vakantieplannen)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: Faire vos valises (Je bagage pakken)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Bijvoeglijke naamwoorden
Hoofdstuk: Réservez votre hébergement (Boek uw accommodatie)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Bijvoeglijke naamwoorden
Hoofdstuk: At the airport and in the plane (At the airport and in the plane)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Louez votre moyen de transport (Transport huren)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: À l'hôtel (Op hotel)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: En tant que touriste dans la ville (Als toerist in de stad)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: Une catastrophe de vacances ? (Vakantieramp?)
Module 1 (A2): Voyager : en pleine nature ! (Reizen: op avontuur!)
Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: Paperasserie et bureaucratie (Papierwerk en bureaucratie)
Module 2 (A2): Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: As-tu entendu les nouvelles ? (Heb je het nieuws gehoord?)
Module 2 (A2): Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Services d'urgence (Hulpdiensten)
Module 2 (A2): Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Mon temps à l'école (Mijn tijd op school)
Module 2 (A2): Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: À la banque (Bij de bank)
Module 2 (A2): Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)
Type: Voorzetsels
Hoofdstuk: Diplôme universitaire (Universitaire opleiding)
Module 2 (A2): Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Le gouvernement et les élections (De regering en verkiezingen)
Module 2 (A2): Société et gouvernement (Maatschappij en overheid)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Aller à un concert (Naar een concert gaan)
Module 3 (A2): Projets du week-end (Weekendplannen)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Rendre visite à des amis (Vrienden bezoeken)
Module 3 (A2): Projets du week-end (Weekendplannen)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Visiter la campagne (Bezoek het platteland)
Module 3 (A2): Projets du week-end (Weekendplannen)
Type: Voegwoord
Hoofdstuk: Au camping (Op de camping)
Module 3 (A2): Projets du week-end (Weekendplannen)
Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: Sortie en famille au zoo (Familie-uitje naar de dierentuin)
Module 3 (A2): Projets du week-end (Weekendplannen)
Type: Bijvoeglijke naamwoorden
Hoofdstuk: Repas à emporter (Afhaalmaaltijden)
Module 4 (A2): Mode de vie (Levensstijl)
Type: Voornaamwoorden
Hoofdstuk: Alimentation et habitudes saines (Gezonde voeding en gewoontes)
Module 4 (A2): Mode de vie (Levensstijl)
Type: Bijwoorden
Hoofdstuk: Transport (durable) ((Duurzaam) vervoer)
Module 4 (A2): Mode de vie (Levensstijl)
Type: Voorzetsels
Hoofdstuk: Styles de vêtements et mode (Kledingstijlen en mode)
Module 4 (A2): Mode de vie (Levensstijl)
Type: Bijwoorden
Hoofdstuk: Exercice et style de vie (Oefening en levensstijl)
Module 4 (A2): Mode de vie (Levensstijl)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Chez l'agent immobilier (Bij de makelaar)
Module 5 (A2): Ménage quotidien (Dagelijks huishouden)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: À la bibliothèque (In de bibliotheek)
Module 5 (A2): Ménage quotidien (Dagelijks huishouden)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Plans familiaux (Gezinsplannen)
Module 5 (A2): Ménage quotidien (Dagelijks huishouden)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Ma propre entreprise (Mijn eigen bedrijf)
Module 5 (A2): Ménage quotidien (Dagelijks huishouden)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Être à la retraite (Met pensioen gaan)
Module 5 (A2): Ménage quotidien (Dagelijks huishouden)
Type: Voegwoord
Hoofdstuk: Services et commerces de proximité (Lokale diensten en winkels)
Module 5 (A2): Ménage quotidien (Dagelijks huishouden)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: De la poste au courrier électronique (Van postkantoor naar e-mail)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: À la recherche d'un emploi (Op zoek naar een baan)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Entretien d'embauche (Sollicitatiegesprek)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)
Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: Travail en équipe (Teamwerk)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)
Type: Werkwoorden
Hoofdstuk: Bureau et réunions (Kantoor en vergaderingen)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)
Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: Avis et négociations (Meningen en onderhandelingen)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)
Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: Organisation et délégation (Organisatie en delegatie)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)
Type: Zinnen / woordcombinaties
Hoofdstuk: Travail à distance ou au bureau ? (Thuiswerken of op kantoor?)
Module 6 (A2): Au travail (Op het werk)