Verleden tijd: passé composé, passé récent imparfait

Passé: passé composé, passé récent imparfait


Ces temps expriment le passé: passé composé action finie, imparfait description, venir de passé récent.

(Deze tijden drukken het verleden uit: passé composé afgeronde handeling, imparfait beschrijving, venir de recent verleden.)

Kies snel de juiste verleden tijd: 3 vragen

  • Is de actie klaar en afgerond?passé composé
  • Gaat het om achtergrond, beschrijving of gewoonte?imparfait
  • Is het net gebeurd (zojuist)?passé récent = venir de + infinitif

Passé composé: “feit” of “resultaat” in het verleden

  • Gebruik voor eenmalige, afgeronde acties (vaak met: hier, ce matin, la semaine dernière).
  • Focus: wat is er gebeurd?
Vorm Voorbeeld
avoir/être + participe passé Le président a annoncé une nouvelle loi.
Let op a annoncera annoncé

Tip: denk aan het Nederlands: “heeft aangekondigd”.

Imparfait: “decor” van het verhaal (achtergrond/duur/gewoonte)

  • Gebruik voor situaties, beschrijvingen, gevoelens, gewoontes in het verleden.
  • Focus: hoe was het? of wat gebeurde er meestal?
Typische signalen pendant…, quand…, souvent, toujours
Voorbeelden La campagne était très active.
Pendant la campagne, les candidats parlaient beaucoup.

Passé récent: “net gebeurd” met venir de + infinitif

Gebruik dit als je in het Nederlands “ik heb net…” of “zojuist…” zegt.

Vorm Voorbeeld
venir (vervoegd) + de/d’ + infinitif Le maire vient d’annoncer sa décision.
Veelgemaakte fout vient d’annoncévient d’annoncer
  • de → vóór medeklinker: vient de voter
  • d’ → vóór klinker of stomme h: vient d’annoncer

Samen in één verhaal: eerst decor, dan feit

Heel vaak combineer je ze zo:

  • Imparfait = achtergrond
  • Passé composé = de gebeurtenis die “binnenvalt”
Structuur Voorbeeld
Imparfait + passé composé Pendant la campagne, les candidats parlaient beaucoup et le président a annoncé une nouvelle loi.

Snelle zelfcheck (mini-controlelijst)

  1. Zie je hier / hier soir / la semaine dernière en is het één afgerond feit? → passé composé
  2. Gaat het om context of herhaling (souvent/toujours)? → imparfait
  3. Staat er “net/zojuist” in je hoofd? → venir de + infinitif
  4. Controleer de vorm:
    • na a/ont/suis/est komt een participe passé (niet de infinitief)
    • na vient de komt een infinitif (niet het participe passé)
Temps (Tijd)Règle (Regel)Exemple (Voorbeeld)
Passé composé (Voltooid verleden tijd)Action terminée dans le passé (Afgeronde handeling in het verleden)Le président a annoncé une nouvelle loi. (De president heeft aangekondigd een nieuwe wet.)
Imparfait (Onvoltooid verleden tijd)Description, contexte ou action habituelle dans le passé (Beschrijving, context of gewoontehandeling in het verleden)La campagne était très active. (De campagne was erg actief.)
Passé récent (Recent verleden)Action qui vient de se produire (Handeling die net is gebeurd)Le maire vient d'annoncer sa décision. (De burgemeester heeft net aangekondigd zijn beslissing.)

Uitzonderingen!

  1. We gebruiken venir de + infinitief voor een onmiddellijk verleden.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Le président ___ une nouvelle loi hier soir.

De president ___ gisteravond een nieuwe wet aan.

2. Pendant la campagne présidentielle, les candidats ___ beaucoup de l'économie.

Tijdens de presidentscampagne ___ de kandidaten veel over de economie.

3. Je ___ à la mairie, je peux revenir au bureau.

Ik ___ in het stadhuis, ik kan terugkeren naar kantoor.

4. Quand j'___ étudiant en France, je votais toujours aux élections locales.

Toen ik ___ student in Frankrijk, stemde ik altijd bij de lokale verkiezingen.

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin.

1.
Met "gisteren" en een punctuele handeling geven we de voorkeur aan de passé composé; de imparfait wordt gebruikt voor beschrijving of gewoonte.
Na "heeft" moet het voltooid deelwoord "gesproken" staan, niet het infinitief "spreken".
2.
Je combineert niet het hulpwerkwoord "hebben" met de imparfaitvorm "beloofden"; voor de passé composé is "hebben beloofd" nodig.
"Zojuist hebben" + infinitief drukt een zeer recent verleden uit, niet een doorlopende handeling tijdens het debat.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin in de juiste verleden tijd: gebruik de passé composé voor een voltooide handeling, de imparfait voor een beschrijving/gewoonte, of het recent verleden met « venir de + infinitief » voor een handeling die net heeft plaatsgevonden.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Ce matin, je (terminer) le rapport et j'(envoyer) un e-mail au chef.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ce matin, j'ai terminé le rapport et j'ai envoyé un e-mail au chef.
    (Vanmorgen heb ik het rapport afgemaakt en een e-mail naar de chef gestuurd.)
  2. Quand j'étais enfant, je (jouer) au foot tous les mercredis.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Quand j'étais enfant, je jouais au foot tous les mercredis.
    (Toen ik een kind was, speelde ik elke woensdag voetbal.)
  3. Hier soir, le restaurant (être) plein et les serveurs (courir) partout.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Hier soir, le restaurant était plein et les serveurs couraient partout.
    (Gisteravond was het restaurant vol en renden de obers overal rond.)
  4. Hint Hint (venir de) Le directeur (annoncer) une nouvelle règle il y a cinq minutes.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Le directeur vient d'annoncer une nouvelle règle.
    (De directeur is net met een nieuwe regel gekomen.)

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel per tweetal wat er gebeurd is en welke directe gevolgen dat had.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
À la mairie, vous parlez des élections après l'annonce officielle du président.
(In het stadhuis praat u over de verkiezingen na de officiële verklaring van de president.)

Bespreek
  • Selon vous, qu'est-ce que le président vient d'annoncer et pourquoi ? (Wat denkt u dat de president zojuist heeft aangekondigd en waarom?)
  • Comment était la campagne présidentielle dans votre ville ou quartier ? Donnez des détails. (Hoe verliep de presidentscampagne in uw stad of wijk? Geef details.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Le maire vient d'annoncer une nouvelle loi. (De burgemeester heeft zojuist een nieuwe wet aangekondigd.)
  • Les citoyens votaient souvent pendant la campagne. (Tijdens de campagne brachten burgers vaak hun stem uit.)
  • Le parti politique a proposé une loi sur l'économie. (De politieke partij heeft een wetsvoorstel over de economie ingediend.)

Gebruik in gesprek
  • passé composé (passé composé)
  • imparfait (imparfait)
  • venir de + infinitif (venir de + infinitief)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

maandag, 06/04/2026 19:26