Bijwoorden op -ment: vorming en plaatsing

Adverbes en -ment : formation et place


Les adverbes en -ment décrivent comment une action se passe et se forment souvent avec un adjectif féminin + -ment : rapide, rapidement.

(Bijwoorden op -ment beschrijven hoe een actie gebeurt en worden vaak gevormd met een vrouwelijk bijvoeglijk naamwoord + -ment: rapide, rapidement.)

Van adjectief naar bijwoord (-ment): wat beschrijf je?

  • Adjectief beschrijft een zelfstandig naamwoord (een ding/persoon): une réponse claire.
  • Bijwoord beschrijft vooral een werkwoord (de actie): Elle explique clairement.
Vraag Je antwoord leidt naar… Voorbeeld
Hoe is het? (wat voor…) adjectief une marche lente (een trage wandeling)
Hoe gebeurt het? (op welke manier…) bijwoord Il marche lentement (hij loopt langzaam)

Vorming in 2 stappen: meestal “vrouwelijk + -ment”

  1. Neem het vrouwelijk van het adjectief.
  2. Plak er -ment achter → bijwoord.
  • rapide (f.) → rapidement
  • facile (f.) → facilement
  • claire (f.) → clairement
  • sérieuse (f.) → sérieusement
  • lente (f.) → lentement

Tip: zie je al een -e in het adjectief (rapide, facile)? Dan is dat vaak al de vorm die je nodig hebt vóór -ment.

Belangrijke uitzondering: adjectieven op -ent → -emment

Als het adjectief eindigt op -ent, dan wordt het bijwoord -emment.

  • fréquentfréquemment (niet: frequentment)
  • récentrécemment

Plaats in de zin: meestal direct na het werkwoord

  • Meest typisch: werkwoord + bijwoord.
  • Dat is de “veilige” plaats voor A2, zeker in korte zinnen.
Correct Waarom
Je vais au travail rapidement en vélo. het bijwoord beschrijft vais (hoe ga ik?)
Les trains arrivent fréquemment. het bijwoord beschrijft arrivent
Elle explique clairement le problème. het bijwoord beschrijft explique

Valkuil: Les trains fréquemment arrivent. Kán soms, maar is minder natuurlijk op dit niveau. Kies: arrivent fréquemment.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze snel herkent)

  • Adjectief gebruiken i.p.v. bijwoord
    Je vais au travail rapide.Je vais au travail rapidement.
  • Spelling met dubbele m
    rapidemmentrapidement
  • -ent vergeten → -emment
    frequentmentfréquemment

Zelfcheck in 10 seconden

  1. Beschrijf ik een actie? → ik heb een bijwoord nodig.
  2. Kan ik het woord vervangen door “op welke manier?” → bijwoord.
  3. Maak ik het bijwoord met vrouwelijk + -ment?
  4. Eindigt het adjectief op -ent? → -emment.
  5. Zet ik het bijwoord na het werkwoord?
  1. vrouwelijk bijvoeglijk naamwoord + -ment → bijwoord.
  2. Bijwoorden staan vaak na het werkwoord.
Adjectif (Bijvoeglijk naamwoord)Adverbe (Bijwoord)Exemple (Voorbeeld)
Rapide (Snel)Rapidement (Snel)Elle parle rapidement. (Ze spreekt snel.)
Facile (Makkelijk)Facilement (Makkelijk)Il termine ses devoirs facilement. (Hij maakt zijn huiswerk makkelijk af.)
Vrai (Echt)Vraiment (Echt)Elle a vraiment aimé la conférence. (Ze vond de conferentie echt leuk.)
Lent (Langzaam)Lentement (Langzaam)Il a marché lentement. (Hij liep langzaam.)
Sérieux (Serieus)Sérieusement (Serieus)Il travaille sérieusement. (Hij werkt serieus.)
Claire (Duidelijk)Clairement (Duidelijk)Elle a expliqué clairement le problème. (Ze legde duidelijk het probleem uit.)
Fréquent (Frequent)Fréquemment (Vaak)Les trains arrivent fréquemment. (De treinen komen vaak.)

Uitzonderingen!

  1. Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op -ent, dan krijg je een bijwoord op -emment.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Je vais au bureau en métro, car il passe _____ à ma station.

Ik ga met de metro naar kantoor, omdat hij _____ bij mijn station langskomt.

2. Le chauffeur de bus explique _____ le changement d'arrêt.

De buschauffeur legt _____ de verandering van halte uit.

3. Ce matin, le tram a roulé _____ dans la zone verte.

Vanmorgen reed de tram _____ door de groene zone.

4. Pour aller à la station de vélos en libre-service, je marche _____.

Om naar het fietsdeelsysteemstation te gaan, loop ik _____.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin door de omschrijving met het bijvoeglijk naamwoord te vervangen door het bijwoord op -ment en plaats het bijwoord na het werkwoord (bv. d'une manière rapide → rapidement).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Au travail, elle parle d'une manière rapide pendant la réunion.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Au travail, elle parle rapidement pendant la réunion.
    (Op het werk spreekt ze snel tijdens de vergadering.)
  2. Il fait ses devoirs d'une manière facile le soir.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il fait ses devoirs facilement le soir.
    (Hij maakt 's avonds gemakkelijk zijn huiswerk.)
  3. J'ai aimé le film d'une manière vraie.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    J'ai vraiment aimé le film.
    (Ik vond de film echt leuk.)
  4. Ce matin, le bus avance d'une manière lente à cause de la circulation.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ce matin, le bus avance lentement à cause de la circulation.
    (Vanmorgen rijdt de bus langzaam door het verkeer.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Calcagni

Talen voor communicatie in internationale ondernemingen en organisaties

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

woensdag, 06/05/2026 02:00