1. Woordenschat (3)

La rue piétonne

La rue piétonne Show

De voetgangersstraat Show

Le monument

Le monument Show

Het monument Show

Le touriste

Le touriste Show

De toerist Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Décider (beslissen)

3. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Week-end à Lyon : conseils de l’office de tourisme

Woorden om te gebruiken: envoyer, piétonne, consulter, fontaine, balade, visite, taxi, office, regarder, exposition

(Weekend in Lyon: advies van het VVV)

Vous êtes à Lyon pour deux jours. À l’ de tourisme, on vous propose une guidée du Vieux Lyon le matin et une libre l’après-midi. Le départ de la visite est à 10 heures sur la grande place, près de la . Le guide vous conseille de porter des chaussures confortables et de prendre une petite bouteille d’eau.

Pour l’après-midi, vous pouvez une carte de la ville ou un plan de métro pour aller voir une au musée des Beaux-Arts. Si vous êtes fatigué, vous pouvez aussi prendre le depuis la rue devant le monument de la République. À la fin de la journée, beaucoup de touristes aiment prendre une photo et une carte postale à leurs amis.
Je bent twee dagen in Lyon. Bij het VVV stelt men ’s ochtends een rondleiding door Vieux Lyon voor en ’s middags een vrije wandeling. De rondleiding vertrekt om 10 uur vanaf het grote plein, dicht bij de fontein. De gids raadt je aan comfortabele schoenen te dragen en een kleine fles water mee te nemen.

Voor de namiddag kun je een stadskaart raadplegen of een metroplan bekijken om naar een tentoonstelling in het Musée des Beaux-Arts te gaan. Als je moe bent, kun je ook een taxi nemen vanaf de voetgangersstraat voor het monument La République. Aan het einde van de dag vinden veel toeristen het leuk een foto te nemen en een ansichtkaart naar hun vrienden te sturen.

  1. Quelles activités l’office de tourisme propose-t-il pour le matin et pour l’après-midi à Lyon ?

    (Welke activiteiten stelt het VVV voor voor de ochtend en voor de namiddag in Lyon?)

  2. Quels conseils pratiques le guide donne-t-il pour la visite du matin ?

    (Welk praktisch advies geeft de gids voor de rondleiding in de ochtend?)

  3. Comment peut-on se déplacer l’après-midi pour aller au musée ou rentrer quand on est fatigué ?

    (Hoe kun je je ’s middags verplaatsen om naar het museum te gaan of terug te keren als je moe bent?)

  4. Quand vous faites un city trip, qu’aimez-vous faire dans une nouvelle ville ?

    (Wat doe jij graag tijdens een stedentrip in een nieuwe stad?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Hier, à la fin de la visite guidée, nous ___ ___ de prendre un taxi pour rentrer à l’hôtel.

(Gisteren, aan het einde van de rondleiding, ___ ___ een taxi te nemen om terug naar het hotel te gaan.)

2. À la fontaine principale, ma collègue ___ ___ de prendre une photo pour envoyer une carte postale à sa famille.

(Bij de hoofdfontein ___ mijn collega ___ een foto te nemen om een ansichtkaart naar haar familie te sturen.)

3. Après avoir consulté le plan du métro, les touristes ___ ___ de continuer la balade à pied dans la rue piétonne.

(Na het raadplegen van de metrokaart ___ de toeristen ___ de wandeling te voet voort te zetten in de voetgangersstraat.)

4. Ce matin, au bureau de tourisme, j’___ ___ de réserver une visite guidée des principaux monuments de la ville.

(Vanmorgen, bij het VVV-kantoor, ___ ik ___ een rondleiding te reserveren van de belangrijkste monumenten van de stad.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vous êtes à l’office de tourisme. Vous voulez faire **une visite guidée** de la vieille ville cet après-midi. Demandez des informations sur l’heure et le prix. (Utilisez : *la visite guidée, cet après-midi, combien ça coûte ?*)

(U bent bij het VVV-kantoor. U wilt vanmiddag een **rondleiding** door de oude stad doen. Vraag naar het tijdstip en de prijs. (Gebruik: *la visite guidée, cet après-midi, combien ça coûte ?*))

Je voudrais savoir  

(Ik zou graag willen weten ...)

Voorbeeld:

Je voudrais savoir à quelle heure commence la visite guidée cet après-midi, et combien ça coûte, s’il vous plaît.

(Ik zou graag willen weten hoe laat de rondleiding vanmiddag begint en hoeveel dat kost, alstublieft.)

2. Vous êtes dans une grande place avec **une fontaine** au milieu. Vous voulez expliquer à un collègue où vous êtes, pour qu’il vous retrouve. (Utilisez : *la fontaine, au milieu, à côté de*)

(U staat op een groot plein met **een fontein** in het midden. U wilt aan een collega uitleggen waar u bent zodat hij of zij u kan vinden. (Gebruik: *la fontaine, au milieu, à côté de*))

Je suis  

(Ik ben ...)

Voorbeeld:

Je suis sur la grande place, à côté de la fontaine, au milieu de la place.

(Ik ben op het grote plein, naast de fontein, in het midden van het plein.)

3. Vous êtes dans **la rue piétonne** et vous êtes un peu perdu. Vous demandez le chemin à un passant pour aller à une église connue. (Utilisez : *la rue piétonne, l’église, aller à pied*)

(U bent in **de voetgangersstraat** en u bent een beetje verloren. U vraagt een voorbijganger de weg naar een bekende kerk. (Gebruik: *la rue piétonne, l’église, aller à pied*))

Excusez-moi,  

(Pardon, ...)

Voorbeeld:

Excusez-moi, je suis dans la rue piétonne, vous pouvez me dire comment aller à pied à l’église, s’il vous plaît ?

(Pardon, ik ben in de voetgangersstraat. Kunt u mij alstublieft zeggen hoe ik te voet naar de kerk kan lopen?)

4. Vous êtes devant un beau monument avec un ami. Vous voulez **prendre une photo** pour envoyer une carte postale ou un message à votre famille. Dites ce que vous faites. (Utilisez : *prendre une photo, le monument, envoyer une carte postale*)

(U staat voor een mooi monument met een vriend. U wilt **een foto nemen** om een ansichtkaart of een bericht naar uw familie te sturen. Zeg wat u doet. (Gebruik: *prendre une photo, le monument, envoyer une carte postale*))

Je vais  

(Ik ga ...)

Voorbeeld:

Je vais prendre une photo du monument et après je veux envoyer une carte postale à ma famille.

(Ik ga een foto van het monument maken en daarna wil ik een ansichtkaart naar mijn familie sturen.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 6 of 7 zinnen om een ideale dag te beschrijven als toerist in een stad die je goed kent (ochtend, namiddag of avond).

Nuttige uitdrukkingen:

D’abord, je voudrais… / Ensuite, je peux… / Pour finir la journée… / Je décide de… car…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Décrivez ce que ce touriste fait sur les photos. (Beschrijf wat deze toerist doet op de foto's.)
  2. Imaginez un dialogue entre le touriste et le personnel de l'office de tourisme. (Stel je een dialoog voor tussen de toerist en het personeel van het VVV-kantoor.)
  3. Envoyez-vous encore des cartes postales de vos vacances ? À qui les envoyez-vous ? (Stuur je nog steeds ansichtkaarten vanaf je vakantie? Naar wie stuur je ze?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

La femme prend un taxi.

De vrouw neemt een taxi.

J'ai consulté les directions sur la carte.

Ik heb de route op de kaart opgezocht.

Pouvez-vous me dire comment aller au monument ?

Kunt u mij vertellen hoe ik bij het monument kom?

Avez-vous une réduction pour les étudiants ?

Hebt u een studenten korting?

J'utilise mon téléphone pour me rendre au musée.

Ik gebruik mijn telefoon om naar het museum te navigeren.

Peux-tu me prendre en photo ?

Kun je een foto van mij maken?

Je dois envoyer une carte postale à ma famille.

Ik moet een ansichtkaart naar mijn familie sturen.

...