1. Woordenschat (14)

Le camping

Le camping Show

Het campingterrein Show

Le camping car

Le camping car Show

De camper Show

La tente

La tente Show

De tent Show

Le sac de couchage

Le sac de couchage Show

De slaapzak Show

Le matelas gonflable

Le matelas gonflable Show

De luchtmatras Show

La couverture

La couverture Show

De deken Show

La glacière

La glacière Show

De koelbox Show

Le feu de camp

Le feu de camp Show

Het kampvuur Show

L'est

L'est Show

Het oosten Show

Le nord

Le nord Show

Het noorden Show

L'ouest

L'ouest Show

Het westen Show

Camper

Camper Show

Kamperen Show

Observer

Observer Show

Observeren Show

Admirer

Admirer Show

Bewonderen Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Adorer (houden van)

Belangrijk werkwoord

Camper (kamperen)

3. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Week-end au camping dans les Alpes

Woorden om te gebruiken: tente, camping-car, l’est, observer, feu de camp, Alpes, admirer, couverture, le camping, nord

(Weekend kamperen in de Alpen)

Article du blog « Voyager en France »

Pour un week-end nature près de Grenoble, nous vous conseillons des Étoiles. Vous pouvez venir avec votre ou louer une petite déjà installée, avec matelas et . Le camping est calme, au du lac, et très propre. Le soir, beaucoup de familles font un et préparent le dîner ensemble. Le matin, on peut les montagnes et les oiseaux.

Il est facile de venir au camping. En voiture, suivez l’A48 vers , puis utilisez votre GPS. Vous pouvez aussi télécharger la carte sur le site du camping. Dans la région, il y a beaucoup d’activités : randonnée, vélo, baignade dans le lac. Les Français adorent camper dans les et dans les Pyrénées, surtout en été, pour profiter de l’air frais et du ciel très clair.
Blogartikel «Reizen in Frankrijk»

Voor een natuurweekend in de buurt van Grenoble raden we camping Les Étoiles aan. Je kunt met je camper komen of een kleine tent huren die al is opgezet, met matras en deken. De camping is rustig, ten noorden van het meer en heel schoon. ’s Avonds maken veel gezinnen een kampvuur en bereiden ze samen het avondeten. ’s Ochtends kun je van de bergen genieten en vogels observeren.

Het is makkelijk om bij de camping te komen. Met de auto volg je de A48 naar het oosten en gebruik je daarna je GPS. Je kunt ook de kaart van de campingwebsite downloaden. In de regio zijn er veel activiteiten: wandelen, fietsen en zwemmen in het meer. De Fransen houden ervan te kamperen in de Alpen en in de Pyreneeën, vooral in de zomer, om te genieten van de frisse lucht en het heldere hemelruim.

  1. Dans quelle région de France se trouve ce camping et comment est l’ambiance le soir ?

    (In welke regio van Frankrijk ligt deze camping en hoe is de sfeer ’s avonds?)

  2. Comment peut-on trouver le chemin pour aller au camping des Étoiles ?

    (Hoe kun je de weg naar camping Les Étoiles vinden?)

  3. Est-ce que tu aimerais camper dans les Alpes ? Pourquoi ou pourquoi pas ?

    (Zou jij graag in de Alpen willen kamperen? Waarom wel of niet?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. L’été dernier, nous ___ ___ notre petit camping près de la rivière.

(Afgelopen zomer ___ ___ we van onze kleine camping bij de rivier.)

2. Hier soir, j’___ ___ observer les étoiles devant le feu de camp.

(Gisteravond ___ ___ ik het heerlijk de sterren te bekijken bij het kampvuur.)

3. Le week-end dernier, nous ___ ___ deux nuits dans les montagnes du Jura.

(Afgelopen weekend ___ ___ we twee nachten in de Jura gekampeerd.)

4. Pendant les vacances, ils ___ ___ près d’un lac, au nord de Lyon.

(Tijdens de vakantie ___ ___ ze bij een meer ten noorden van Lyon.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Tu es au téléphone avec le camping pour réserver un emplacement pour le week‑end. Tu expliques que tu viens avec ta famille et que tu veux dormir dans **la tente**. Dis ce dont tu as besoin. (Utilise : **la tente**, l’électricité, pour deux nuits)

(Je belt naar de camping om een plek voor het weekend te reserveren. Je legt uit dat je met je gezin komt en dat je in **de tent** wilt slapen. Zeg wat je nodig hebt. (Gebruik: **de tent**, elektriciteit, voor twee nachten))

Pour la tente, je  

(Voor de tent wil ik ...)

Voorbeeld:

Pour la tente, je voudrais un emplacement avec électricité pour deux nuits, s’il vous plaît.

(Voor de tent zou ik graag een plek met elektriciteit voor twee nachten willen, alstublieft.)

2. Tu es déjà au camping et il commence à faire froid le soir. Tu vas à la réception pour demander une couverture en plus. Explique que tu es dans **le sac de couchage**, mais que tu as encore froid. (Utilise : **le sac de couchage**, avoir froid, une couverture)

(Je bent al op de camping en het wordt ’s avonds koud. Je gaat naar de receptie om te vragen om een extra deken. Leg uit dat je in **de slaapzak** ligt, maar dat je nog steeds koud hebt. (Gebruik: **de slaapzak**, het koud hebben, een deken))

Dans le sac de couchage, je  

(In de slaapzak heb ik ...)

Voorbeeld:

Dans le sac de couchage, je dors bien mais j’ai froid, alors je voudrais une couverture en plus, s’il vous plaît.

(In de slaapzak slaap ik goed, maar ik heb nog steeds koud, dus ik zou graag een extra deken willen, alstublieft.)

3. Tu pars en week‑end avec des collègues dans **le camping‑car** de ton entreprise. Un collègue ne connaît pas bien l’appareil. Explique comment vous allez utiliser le GPS pour trouver le camping. (Utilise : **le camping‑car**, le GPS, arriver)

(Je gaat in het weekend met collega’s weg in de **camper** van je bedrijf. Een collega weet niet goed hoe het apparaat werkt. Leg uit hoe jullie de GPS gebruiken om de camping te vinden. (Gebruik: **de camper**, de GPS, aankomen))

Avec le camping‑car, nous  

(Met de camper gaan we ...)

Voorbeeld:

Avec le camping‑car, nous mettons l’adresse du camping dans le GPS et nous suivons le trajet pour arriver sans problème.

(Met de camper voeren we het adres van de camping in de GPS in en volgen de route zodat we zonder problemen aankomen.)

4. Tu es en vacances dans le sud de la France avec des amis. Le soir, vous voulez faire **le feu de camp** près de la tente, mais tu dois demander au responsable du camping si c’est possible. Pose la question et explique pourquoi tu le veux. (Utilise : **le feu de camp**, le soir, autorisé)

(Je bent op vakantie in het zuiden van Frankrijk met vrienden. ’s Avonds willen jullie **het kampvuur** bij de tent maken, maar je moet aan de campingbeheerder vragen of dat mag. Stel de vraag en leg uit waarom je het wilt. (Gebruik: **het kampvuur**, ’s avonds, toegestaan))

Pour le feu de camp, je  

(Voor het kampvuur wil ik ...)

Voorbeeld:

Pour le feu de camp, je voudrais savoir si c’est autorisé le soir près de notre tente, parce que nous voulons nous asseoir dehors et parler avec des amis.

(Voor het kampvuur wil ik graag weten of het ’s avonds bij onze tent is toegestaan, omdat we buiten willen zitten en met vrienden willen praten.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen om een kampeerweekend te beschrijven dat je hebt gehad of dat je zou willen hebben (plaats, accommodatie, activiteiten, weer).

Nuttige uitdrukkingen:

Je voudrais camper à… / Je préfère dormir dans… / Pendant la journée, je veux… / Pour y aller, je prends…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Décrivez les activités qui ont lieu au campement et ce que vous devez faire pour y participer. (Beschrijf de activiteiten die op de camping plaatsvinden en wat je daarvoor moet doen.)
  2. Dites ce que vous recherchez habituellement lorsque vous choisissez un emplacement de camping. (Zeg wat je meestal zoekt bij het kiezen van een kampeerplek.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Je consulte la carte pour choisir un itinéraire de randonnée.

Ik bekijk de kaart om een wandelroute te kiezen.

Ils préparent la tente et les sacs de couchage.

Ze zijn de tent en de slaapzakken aan het klaarmaken.

Le GPS nous aide à trouver la bonne direction.

De gps helpt ons de juiste richting te vinden.

Ce camping est au bord de l'océan, en fait on peut entendre les vagues depuis la tente.

Deze camping ligt naast de oceaan, je kunt zelfs de golven horen vanuit de tent.

Ils observent les étoiles.

Ze zijn sterren aan het bekijken.

Ils étendent une couverture sur l'herbe pour se détendre près de la tente.

Ze leggen een deken op het gras om te ontspannen bij de tent.

...