Ces expressions situent une action dans le temps : il y a, depuis que, lorsque, au moment où, à ce moment-là, lors de.
(Deze uitdrukkingen plaatsen een handeling in de tijd:
- We gebruiken il y a om te praten over een moment dat in het verleden is afgelopen.
- We gebruiken depuis que voor een handeling die doorgaat tot in het heden.
- Lorsque of au moment où geven een precies moment aan.
| Expression (Uitdrukking) | Exemple (Voorbeeld) |
| Il y a (geleden) | J’ai obtenu mon diplôme il y a deux ans. (Ik heb twee jaar geleden mijn diploma behaald.) |
| Depuis que (sinds) | Depuis que je suis diplômé, je travaille. (Sinds ik ben afgestudeerd, werk ik.) |
| Lorsque (wanneer) | Lorsque j’étais en master, je révisais. (Toen ik in de master zat, studeerde ik.) |
| Au moment où (op het moment dat) | Au moment où j’ai passé l’examen. (Op het moment dat ik het examen deed.) |
| A ce moment-là (op dat moment) | Et à ce moment-là, j’ai souri. (En op dat moment glimlachte ik.) |
| Lors de (tijdens) | Lors de mon stage, j’ai appris. (Tijdens mijn stage heb ik veel geleerd.) |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. J’ai payé les frais de scolarité ________ deux semaines.
Ik heb ________ twee weken geleden het collegegeld betaald.)2. ________ je suis diplômé, je travaille dans une université à Lyon.
________ ik afgestudeerd ben, werk ik aan een universiteit in Lyon.)3. ________ j’étais en licence, je révisais souvent à la bibliothèque.
________ ik bachelorstudent was, studeerde ik vaak in de bibliotheek.)4. ________ j’ai passé l’examen, j’étais très stressé.
________ ik het examen deed, was ik erg gestrest.)Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Harmoniseer de twee zinnen tot één zin met de aangegeven tijdsaanduiding (bijv.: Ik ben verhuisd. Dat was twee maanden geleden. → Ik ben twee maanden geleden verhuisd).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleJ’ai commencé ce travail il y a trois semaines.(Ik ben drie weken geleden aan dit werk begonnen.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleJ’ai un nouveau collègue : il travaille ici depuis qu’il a commencé en janvier.(Ik heb een nieuwe collega: hij werkt hier sinds hij in januari begonnen is.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleLorsque j’étais étudiant, je faisais du sport.(Toen ik student was deed ik aan sport.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleAu moment où je suis arrivé à l’aéroport, le train est parti.(Op het moment dat ik op de luchthaven aankwam, vertrok de trein.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Vertel in tweetallen over je parcours en stel de ander twee vragen.
- Il y a combien d’années que vous avez obtenu votre diplôme et dans quelle formation ? (Hoe lang is het geleden dat u uw diploma hebt behaald en in welke studierichting?)
- Depuis que vous êtes diplômé, quelles responsabilités nouvelles avez-vous eues au travail ?","Lorsque vous étiez étudiant, comment organisiez-vous vos révisions chaque semestre ?","Au moment où vous avez passé un examen important, que s’est-il passé et quel a été le résultat ? (Sinds u afgestudeerd bent, welke nieuwe verantwoordelijkheden heeft u op het werk gekregen?)
- J’ai obtenu ma licence il y a trois ans. (Ik heb drie jaar geleden mijn bachelor behaald.)
- Depuis que je suis diplômé, je fais un stage en entreprise. (Sinds ik afgestudeerd ben, loop ik stage bij een bedrijf.)
- Lorsque j’étais en master, je révisais chaque soir avant les examens. (Toen ik in de master zat, studeerde ik elke avond voor de examens.)
- il y a (il y a)
- depuis que (depuis que)
- lorsque (lorsque)