1. Woordenschat (17)

Le zoo

Le zoo Show

De dierentuin Show

L'aquarium

L'aquarium Show

Het aquarium Show

La cage

La cage Show

De kooi Show

La grotte

La grotte Show

De grot Show

La savane

La savane Show

De savanne Show

Le désert

Le désert Show

De woestijn Show

La vallée

La vallée Show

De vallei Show

Le pont

Le pont Show

De brug Show

L'éléphant

L'éléphant Show

De olifant Show

La girafe

La girafe Show

De giraffe Show

Le lion

Le lion Show

De leeuw Show

Le tigre

Le tigre Show

De tijger Show

Le singe

Le singe Show

De aap Show

Sauvage

Sauvage Show

Wild Show

La faune et la flore

La faune et la flore Show

De fauna en flora Show

Se promener

Se promener Show

Een wandeling maken Show

Nourrir

Nourrir Show

Voeden Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Nourrir (voeden)

Belangrijk werkwoord

Se promener (wandelen)

3. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

WhatsApp: Ik krijg een WhatsApp-bericht van een Franse vriendin die een uitstapje naar de dierentuin met het gezin voorstelt dit weekend; antwoord om te zeggen of je komt, met wie en wat je het liefst in de dierentuin doet.


Salut ! 👋

On veut aller au zoo samedi avec les enfants. Le grand parc près de la vallée, tu vois ? Il y a une grande savane avec des girafes et des lions, et un aquarium pour la faune et la flore marines.

On peut se promener toute la journée et nourrir les singes à 15h. Tu veux venir avec ta famille ? Quel jour et quelle heure sont bien pour vous, samedi ou dimanche matin ?

Bisous,
Claire


Salut ! 👋

We willen zaterdag met de kinderen naar de dierentuin gaan. Het grote park bij de vallei, weet je wel? Er is een grote savanne met giraffen en leeuwen, en een aquarium voor de mariene fauna en flora.

We kunnen de hele dag rondwandelen en om 15:00 de aapjes voeren. Wil je met je gezin meekomen? Welke dag en welk tijdstip past jullie het beste, zaterdag of zondagochtend?

Liefs,
Claire


Begrijp de tekst:

  1. Quels animaux et quels espaces Claire décrit-elle dans ce zoo ?

    (Welke dieren en welke gedeeltes beschrijft Claire in deze dierentuin?)

  2. Qu’est-ce que Claire demande exactement à la fin de son message ?

    (Wat vraagt Claire precies aan het einde van haar bericht?)

Nuttige zinnen:

  1. Merci pour ton message,

    (Bedankt voor je bericht,)

  2. Samedi / Dimanche, je peux…

    (Zaterdag / Zondag kan ik…)

  3. Au zoo, j’aimerais voir…

    (In de dierentuin zou ik graag… zien)

Salut Claire,

Merci pour ton message. On adore le zoo ! Nous pouvons venir samedi. Dimanche, nous sommes déjà occupés.

On vient avec les enfants, tous les quatre. On préfère le matin, vers 10h, comme ça ils ne sont pas trop fatigués. J’aimerais beaucoup voir la savane avec les girafes et les lions, et aussi l’aquarium.

Pour les singes à 15h, on verra si les enfants ont encore de l’énergie.

Bisous,
Sofia

Salut Claire,

Bedankt voor je bericht. We zijn dol op de dierentuin! Wij kunnen zaterdag komen. Zondag zijn we al bezet.

We komen met de kinderen, met z’n vieren. We hebben liever de ochtend, rond 10:00, zodat ze niet te moe zijn. Ik zou heel graag de savanne met de giraffen en de leeuwen zien, en ook het aquarium.

Wat het voeren van de apen om 15:00 betreft: we kijken dan of de kinderen nog energie hebben.

Liefs,
Sofia

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Demain, nous ___ dans le zoo pour voir la faune et la flore avec les enfants.

(Morgen ___ we door de dierentuin wandelen om de fauna en flora te bekijken met de kinderen.)

2. Après le déjeuner, je ___ avec ma fille près de la grotte des singes.

(Na de lunch ___ ik met mijn dochter bij de apengrot.)

3. Ce week-end, les gardiens ___ les lions devant le public pour expliquer leur travail.

(Dit weekend ___ de verzorgers de leeuwen voor het publiek om hun werk uit te leggen.)

4. À la fin de la visite, tu ___ les girafes avec des feuilles, comme c’est indiqué sur le panneau.

(Aan het einde van de rondleiding ___ je de giraffen met bladeren, zoals op het bord staat aangegeven.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Tu organises une sortie en famille au zoo de Paris pour dimanche. Tu téléphones à ta sœur pour lui proposer cette activité et expliquer pourquoi le zoo est une bonne idée. (Utilise : le zoo, en famille, se promener)

(Je organiseert een gezinsuitje naar de dierentuin van Parijs voor zondag. Je belt je zus om haar deze activiteit voor te stellen en uit te leggen waarom de dierentuin een goed idee is. (Gebruik: le zoo, en famille, se promener))

Pour le zoo,  

(Pour le zoo, ...)

Voorbeeld:

Pour le zoo, je pense que c’est une bonne idée, parce que nous pouvons nous promener en famille et voir beaucoup d’animaux.

(Pour le zoo, ik denk dat het een goed idee is, omdat we als gezin kunnen wandelen en veel dieren kunnen zien.)

2. Tu es au zoo avec des collègues français. Vous regardez les lions dans une grande savane. Un collègue te demande ce que tu préfères au zoo. Réponds. (Utilise : la savane, sauvage, préférer)

(Je bent in de dierentuin met Franse collega’s. Jullie kijken naar de leeuwen in een grote savanne. Een collega vraagt je wat je het liefst ziet in de dierentuin. Beantwoord. (Gebruik: la savane, sauvage, préférer))

Moi, dans la savane,  

(Moi, dans la savane, ...)

Voorbeeld:

Moi, dans la savane, j’aime regarder les lions sauvages, je préfère cet espace parce qu’on voit bien les animaux.

(Moi, dans la savane, ik kijk graag naar de wilde leeuwen; ik geef de voorkeur aan die ruimte omdat je de dieren goed kunt zien.)

3. Tu visites un grand aquarium près de Marseille avec des amis. À la sortie, un ami te demande ton avis. Explique ce que tu as aimé. (Utilise : un aquarium, la faune et la flore, intéressant)

(Je bezoekt een groot aquarium bij Marseille met vrienden. Bij vertrek vraagt een vriend je mening. Leg uit wat je leuk vond. (Gebruik: un aquarium, la faune et la flore, intéressant))

Dans cet aquarium,  

(Dans cet aquarium, ...)

Voorbeeld:

Dans cet aquarium, j’ai trouvé la faune et la flore très intéressantes, j’ai beaucoup aimé les poissons tropicaux.

(Dans cet aquarium, ik vond de fauna en flora erg interessant; ik vond de tropische vissen heel mooi.)

4. Tu parles avec ton voisin français de tes projets pour le week-end. Tu veux aller au zoo avec tes enfants, surtout pour voir les girafes. Explique ce que tu veux faire et comment tu vas les nourrir symboliquement avec la nourriture spéciale du zoo. (Utilise : la girafe, nourrir, se promener)

(Je praat met je Franse buurman over je plannen voor het weekend. Je wilt met je kinderen naar de dierentuin, vooral om de giraffen te zien. Leg uit wat je wilt doen en hoe je ze symbolisch gaat voeren met het speciale voer van de dierentuin. (Gebruik: la girafe, nourrir, se promener))

Avec les girafes,  

(Avec les girafes, ...)

Voorbeeld:

Avec les girafes, je veux me promener avec les enfants et les nourrir avec la nourriture spéciale du zoo, je pense que ça va leur plaire.

(Avec les girafes, ik wil met de kinderen wandelen en ze symbolisch voeren met het speciale voer van de dierentuin; ik denk dat ze het leuk zullen vinden.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf in 5 of 6 zinnen een beschrijving van een uitje met het gezin (of met vrienden) in een park, een dierentuin of een andere vrijetijdsplaats, en leg uit waar je naartoe gaat, wat je ziet en wat je samen doet.

Nuttige uitdrukkingen:

Je voudrais aller à… parce que… / On peut y voir… / D’habitude, nous nous promenons et nous… / À la fin de la visite, nous…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Décris les paysages et les animaux que tu vois sur la carte et autour de la famille. (Beschrijf de landschappen en dieren die je op de kaart en rondom het gezin ziet.)
  2. Expliquez comment vous organiseriez une activité familiale pour une journée au zoo. (Vertel hoe je een gezinsactiviteit zou organiseren voor een dag in de dierentuin.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

La carte montre une zone désertique avec des rhinocéros et une zone de jungle avec des singes.

De kaart toont een woestijngebied met neushoorns en een junglegebied met apen.

Je voudrais commencer par la jungle ou l'aquarium.

Ik wil graag beginnen met de jungle of het aquarium.

J'aimerais visiter à la fois l'habitat des éléphants et celui des lions.

Ik zou graag zowel het olifantenverblijf als het leeuwenverblijf willen bezoeken.

J’aimerais chercher un endroit calme avec un bon panorama pour prendre des photos.

Ik zou graag een rustige plek zoeken met een mooi panorama om foto's te maken.

Le rhinocéros se trouve dans un habitat désertique avec des rochers et du sable.

De neushoorn bevindt zich in een woestijnhabitat met rotsen en zand.

Les éléphants boivent de l'eau près d'un grand étang.

De olifanten drinken water bij een grote vijver.

...