1. Woordenschat (16)

Une agence

Une agence Show

Een agentschap Show

La location de voiture

La location de voiture Show

Autoverhuur Show

Le conducteur

Le conducteur Show

De bestuurder Show

Le permis de conduire

Le permis de conduire Show

Het rijbewijs Show

Le siège enfant

Le siège enfant Show

Het kinderzitje Show

La caution

La caution Show

De borg Show

Le tarif

Le tarif Show

Het tarief Show

Le carburant

Le carburant Show

Brandstof Show

Le kilométrage

Le kilométrage Show

Kilometerstand Show

Le GPS

Le GPS Show

De gps Show

Le toit ouvrant

Le toit ouvrant Show

Het schuifdak Show

Le retour

Le retour Show

Terugkeer Show

Loué

Loué Show

Verhuurd Show

Confirmé

Confirmé Show

Bevestigd Show

Annuler

Annuler Show

Annuleren Show

Espérer

Espérer Show

Hopen Show

2. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Annuler (annuleren)

Belangrijk werkwoord

Espérer (hopen)

3. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Email de confirmation – Location de voiture pour un week-end

Woorden om te gebruiken: siège enfant, carburant, annuler, permis de conduire, caution, retour, GPS, tarif, location de voiture, loué, conducteur

(Bevestigingsmail – Autohuur voor een weekend)

Merci d’avoir choisi l’agence CityMove. Votre est confirmée pour ce week-end à Lyon. Le inclut 300 km, l’assurance de base et un . Le n’est pas compris : vous devez rendre la voiture avec le réservoir plein. Un est disponible sur demande.

Au moment du départ, le doit présenter son et une carte bancaire pour la de 600 €. La voiture doit être dimanche avant 20 h. En cas de retard, une journée supplémentaire sera . Vous pouvez gratuitement jusqu’à 24 heures avant le départ.
Bedankt dat u voor CityMove heeft gekozen. Uw autohuur is bevestigd voor dit weekend in Lyon. Het tarief is inclusief 300 km, de basisverzekering en een GPS . De brandstof is niet inbegrepen: u moet de auto met een volle tank terugbrengen. Een kinderzitje is op verzoek beschikbaar.

Bij vertrek moet de bestuurder zijn rijbewijs en een bankkaart tonen voor de borg van €600. De auto moet op zondag teruggebracht worden vóór 20.00 uur. Bij vertraging wordt een extra dag in rekening gebracht. U kunt tot 24 uur voor vertrek kosteloos annuleren .

  1. Qu’est-ce qui est inclus dans le tarif de la location et qu’est-ce qui n’est pas inclus ?

    (Wat is inbegrepen in het huurtarief en wat is niet inbegrepen?)

  2. Quels documents le conducteur doit-il présenter au moment du départ ?

    (Welke documenten moet de bestuurder bij vertrek tonen?)

  3. Que se passe-t-il si vous ramenez la voiture en retard ?

    (Wat gebeurt er als u de auto te laat terugbrengt?)

  4. Quand et dans quelles conditions pouvez-vous annuler la réservation ?

    (Wanneer en onder welke voorwaarden kunt u de reservering annuleren?)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Je confirme la réservation aujourd’hui, mais j’___ pouvoir annuler sans frais si mon vol change.

(Ik bevestig de reservering vandaag, maar ik h___ zonder kosten te kunnen annuleren als mijn vlucht verandert.)

2. Nous ___ que l’agence ne va pas annuler la location de voiture à cause de notre retard.

(We ___ dat het verhuurbedrijf de autohuur niet annuleert vanwege onze vertraging.)

3. Si vous ___ la réservation moins de 24 heures avant le départ, vous payez tout le tarif.

(Als u ___ de reservering minder dan 24 uur voor vertrek annuleert, betaalt u het volledige tarief.)

4. Les clients ___ toujours récupérer la caution rapidement quand ils rendent la voiture à l’agence.

(Klanten ___ altijd de borg snel terug te krijgen wanneer ze de auto bij het kantoor inleveren.)

Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. 1. Vous êtes dans une agence de location de voiture pour un déplacement professionnel. Vous voulez une petite voiture pour deux jours et vous demandez des informations sur le prix et la **caution**. (Utilisez : la caution, payer, rembourser)

(1. U bent bij een autoverhuurbedrijf voor een zakelijke reis. U wilt een kleine auto voor twee dagen en vraagt informatie over de prijs en de **borg**. (Gebruik: de borg, betalen, terugbetalen))

Pour la caution,  

(Wat betreft de borg, ...)

Voorbeeld:

Pour la caution, je voudrais savoir combien je dois payer et quand vous me remboursez l’argent.

(Wat betreft de borg zou ik graag willen weten hoeveel ik moet betalen en wanneer u het bedrag aan mij terugbetaalt.)

2. 2. Vous arrivez à l’agence pour prendre une voiture déjà réservée au nom de votre entreprise. L’employé vous demande un document. Vous expliquez que vous avez **le permis de conduire** avec vous. (Utilisez : le permis de conduire, vérifier, carte d’identité)

(2. U komt bij het verhuurbedrijf om een auto op te halen die al op naam van uw bedrijf is gereserveerd. De medewerker vraagt om een document. U legt uit dat u **het rijbewijs** bij u heeft. (Gebruik: het rijbewijs, controleren, identiteitskaart))

J’ai mon permis  

(Ik heb mijn rijbewijs ...)

Voorbeeld:

J’ai mon permis de conduire et ma carte d’identité, vous pouvez vérifier les deux si vous voulez.

(Ik heb mijn rijbewijs en mijn identiteitskaart bij me; u kunt beide controleren als u wilt.)

3. 3. Vous rendez la voiture de location à l’agence. Vous expliquez comment s’est passé **le retour** et si tout va bien avec la voiture. (Utilisez : le retour, le plein de carburant, aucun problème)

(3. U brengt de huurauto terug naar het verhuurbedrijf. U legt uit hoe het **terugbrengen** is verlopen en of alles in orde is met de auto. (Gebruik: het terugbrengen, volgetankt, geen probleem))

Pour le retour,  

(Wat betreft het terugbrengen, ...)

Voorbeeld:

Pour le retour, tout va bien, j’ai fait le plein de carburant et la voiture n’a aucun problème.

(Wat betreft het terugbrengen is alles in orde: ik heb de auto volgetankt en er zijn geen problemen met de auto.)

4. 4. Vous êtes en vacances en famille en France. À l’agence de location, vous demandez une voiture déjà **louée** mais avec un **siège enfant** en plus, car vous voyagez avec votre fils ou votre fille. (Utilisez : loué, le siège enfant, ajouter)

(4. U bent met uw gezin op vakantie in Frankrijk. Bij het verhuurbedrijf vraagt u om een auto die al **gehuurd** is maar met een extra **kinderzitje**, omdat u reist met uw zoon of uw dochter. (Gebruik: gehuurd, het kinderzitje, toevoegen))

La voiture est déjà  

(De auto is al ...)

Voorbeeld:

La voiture est déjà louée à mon nom, mais je voudrais ajouter un siège enfant pour mon fils, s’il vous plaît.

(De auto is al op mijn naam gehuurd, maar ik zou graag een kinderzitje willen toevoegen voor mijn zoon, alstublieft.)

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen waarin u uitlegt hoe u het liefst een auto of een ander vervoermiddel voor het weekend huurt (waar, welk type voertuig, welke opties, welke voorwaarden voor u belangrijk zijn).

Nuttige uitdrukkingen:

Je préfère louer… / Pour moi, il est important d’avoir… / En général, je prends la voiture pour… / Je n’aime pas quand la location…

Exercice 6: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Décrivez la situation dans chaque image. (Beschrijf de situatie op elke afbeelding.)
  2. Simuler une conversation entre l'entreprise de location de voitures et le client. (Simuleer een gesprek tussen het autoverhuurbedrijf en de klant.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Pouvez-vous réserver la voiture en ligne ?

Kun je de auto online reserveren?

Pouvez-vous me donner votre permis de conduire ?

Kunt u mij uw rijbewijs geven?

La voiture est en panne.

De auto is kapot.

Je voudrais louer une voiture.

Ik wil graag een auto huren.

Quand doit-on rendre la voiture ?

Wanneer moet de auto worden teruggebracht?

Y a-t-il une assistance routière ?

Is er pechhulp?

Quel est le montant du dépôt ?

Hoeveel is de borg?

...