On utilise le gérondif pour indiquer deux actions simultanées et pour donner des informations sur le temps, la manière ou la condition.
(We gebruiken het gérondif om twee gelijktijdige handelingen aan te geven en om informatie te geven over de tijd, de manier of de voorwaarde.)
- Gevormd met
en> gevolgd door het onvoltooid deelwoord van het werkwoord ( -ant )
| Usage (Gebruik) | Exemple (Voorbeeld) |
|---|---|
| Temps (simultanéité) (Tijd (gelijktijdigheid)) | Il lit en se reposant les soirs après le sport. (Hij leest terwijl hij ’s avonds na het sporten uitrust.) |
| Manière (Manier) | Elle voyage en économisant beaucoup sur ses dépenses. (Ze reist door veel te besparen op haar uitgaven.) |
| Condition (Voorwaarde) | En travaillant, tu réussis à te donner plus d'opportunités pour plus tard. (Door te werken, lukt het je om jezelf meer kansen te geven voor later.) |
Uitzonderingen!
- Etre, avoir en savoir zijn uitzonderingen :
en étant; en ayant; en sachant
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. _____ un peu chaque mois, je peux financer mon projet personnel à la retraite.
_____ elke maand een beetje, kan ik mijn persoonlijke project voor mijn pensioen financieren.2. Il reste à la maison _____ après sa promenade.
Hij blijft thuis _____ na zijn wandeling.3. _____ libre le matin, elle visite souvent le marché du quartier.
_____ 's ochtends vrij, bezoekt ze vaak de markt in de buurt.4. _____ du temps libre, nous allons visiter la maison de retraite de ma tante demain.
_____ tijd over, gaan we morgen het verzorgingstehuis van mijn tante bezoeken.Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste zin met het gerundium (en + tegenwoordig deelwoord).
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf elke zin door gebruik te maken van het gerundium (en + voltooid deelwoord) om twee gelijktijdige handelingen (tijd), de manier of de voorwaarde uit te drukken. Voorbeeld: Hij belt. Hij loopt. → Hij belt terwijl hij loopt.
-
Je fais souvent mes courses le samedi. Je rentre en métro.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldJe fais souvent mes courses le samedi en rentrant en métro.(Ik doe vaak mijn boodschappen op zaterdag door met de metro naar huis te gaan.)
-
Il apprend le français. Il écoute des podcasts dans le bus.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIl apprend le français en écoutant des podcasts dans le bus.(Hij leert Frans door in de bus naar podcasts te luisteren.)
-
Elle a trouvé un club de marche. Elle a demandé des informations par e-mail.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldElle a trouvé un club de marche en demandant des informations par e-mail.(Ze heeft een wandelclub gevonden door per e‑mail om informatie te vragen.)
-
Tu comprends mieux ce document. Tu le lis lentement.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldTu comprends mieux ce document en le lisant lentement.(Je begrijpt dit document beter door het langzaam te lezen.)
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Maak in tweetallen een plan voor zijn eerste twee weken van pensioen.
- Quels objectifs sont probables et lesquels sont improbables pour lui, et pourquoi ? (Welke doelen zijn waarschijnlijk en welke onwaarschijnlijk voor hem, en waarom?)
- Comment peut-il avoir du temps libre tout en restant actif et en se reposant ? (temps) Comment peut-il économiser et réduire les risques financiers ? (manière) Dans quelles conditions son projet personnel pourra réussir ? (condition) (Hoe kan hij vrije tijd hebben maar toch actief blijven en voldoende rust krijgen? (tijd) Hoe kan hij besparen en financiële risico's verminderen? (manier) Onder welke voorwaarden kan zijn persoonlijk project slagen? (voorwaarde))
- En étant libre, il peut visiter sa famille. (En étant libre, kan hij zijn familie bezoeken.)
- En économisant, il réduit le risque financier. (En économisant, vermindert hij het financiële risico.)
- En ayant du temps libre, il peut avancer son projet personnel. (En ayant vrije tijd, kan hij aan zijn persoonlijke project werken.)
- en + participe présent (temps) : en visitant, en restant à la maison (en + tegenwoordig deelwoord (tijd): en visitant, en restant à la maison)
- en + participe présent (manière/condition) : en économisant, en travaillant (en + tegenwoordig deelwoord (manier/voorwaarde): en économisant, en travaillant)
- exceptions : en étant, en ayant, en sachant (uitzonderingen: en étant, en ayant, en sachant)